Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2025-03-25
ECLI:NL:OGEAC:2025:118
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,121 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202401401
Beschikking van 25 maart 2025
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonend in [woonplaats 1],
hierna te noemen: verzoeker,
gemachtigde: mr. A.S.M. Blonk,
betreffende de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van:
[De man],
geboren op [geboortedatum 1] 1952 in [geboorteplaats 1],
overleden op [overlijdensdatum] 2019 in [overlijdensplaats],
hierna te noemen: de man,
als informant wordt aangemerkt:
[De moeder],
wonend in [woonplaats 2],
hierna te noemen: de moeder (van verzoeker).
1Het verloop van de procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift met producties, op 24 april 2024 bij de griffie ingediend;
een brief van de moeder van 6 juli 2024;
de mondelinge rolbehandeling op 11 maart 2025, waarbij aanwezig waren:
verzoeker, bijgestaan door zijn gemachtigde, en de moeder.
1.2.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
Feiten
2.1.
Verzoeker is geboren uit de moeder op [geboortedatum 2] 1990 in [geboorteplaats 2].
2.2.
Verzoeker is niet erkend.
3Het verzoek en de beoordeling
3.1.
Het verzoek strekt tot vaststelling van het vaderschap van de man van verzoeker.
3.2.
Ter onderbouwing van het verzoek stelt verzoeker, kort samengevat, dat de man zijn biologische vader is en dat de man altijd een vaderrol op zich heeft genomen. Dit blijkt uit het doopbewijs van verzoeker, waar de man staat opgegeven als zijn vader. Ook volgt dit uit het overlijdensbericht van de grootvader van verzoeker (de heer [grootvader van verzoeker]), waar de man staat opgegeven als zijn zoon en verzoeker als zijn kleinzoon. Tevens staat verzoeker in het overlijdensbericht van de man vermeld als zijn zoon.
3.3.
De moeder heeft in voormelde brief en tijdens de mondelinge rolbehandeling te kennen gegeven dat zij het eens is met het verzoek. In de brief heeft zij verklaard dat ze een relatie heeft gehad met de man en dat verzoeker uit die relatie is geboren.
3.4.
Ingevolge artikel 1:207 van het Burgerlijk Wetboek kan het vaderschap van een man, ook indien deze is overleden, door de rechter worden vastgesteld op verzoek van de moeder, het kind of de Voogdijraad. Het verzoek is toewijsbaar als vaststaat dat het kind geen vader heeft en dat de man de verwekker is.
3.5.
Het gerecht is van oordeel dat het verzoek kan worden toegewezen. Verzoeker heeft geen (juridische) vader en het is voldoende aannemelijk dat de man zijn verwekker is. Uit de door verzoeker overgelegde stukken volgt dat de man, evenals zijn familie, verzoeker als het biologische kind van de man beschouwde. Nu is voldaan aan de vereisten van artikel 1:207 BW en het verzoek onweersproken is, zal het gerecht het vaderschap van de man van verzoeker vaststellen.
3.6.
Verzoeker heeft, zoals blijkt uit de nagezonden verklaring van
24 maart 2025, naamskeuze gedaan en ten overstaan van het gerecht verklaard dat hij de geslachtsnaam [de geslachtsnaam] zal dragen.
Dictum
Het gerecht:
4.1.
stelt vast het vaderschap van [de man], geboren op [geboortedatum 1] 1952 in [geboorteplaats 1] en overleden op [overlijdensdatum] 2019 in [overlijdensplaats] van [verzoeker], geboren op [geboortedatum 2] 1990 in [geboorteplaats 2];
4.2.
stelt vast dat verzoeker de achternaam [achternaam] zal dragen;
4.3.
bepaalt dat de griffier, wanneer deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van de beschikking doet toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand te Curaçao, om deze toe te voegen aan de desbetreffende onder hem berustende akten;
4.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2025.