Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2024-04-24
ECLI:NL:OGEAC:2024:79
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,871 tokens
Inleiding
Uitspraak van 24 april 2024
BBZ nr. CUR202301469
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:
[Belanghebbende]
, gevestigd te Curaçao,
belanghebbende,
gericht tegen:
DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,
de Inspecteur.
Procesverloop
1.1
Aan belanghebbende is op 30 juni 2021 een naheffingsaanslag winstbelasting voor het jaar 2019 opgelegd naar een te betalen bedrag van NAf 18.000. Daarbij is een verzuimboete opgelegd van NAf 2.700 (hierna: de naheffingsaanslag en verzuimboete).
1.2
Belanghebbende heeft op 20 augustus 2021 tegen de naheffingsaanslag en verzuimboete (pro forma) bezwaar gemaakt.
1.3
Belanghebbende heeft haar bezwaar op 18 maart 2022 gemotiveerd.
1.4
Belanghebbende heeft op 22 mei 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 150.
1.5
De zitting heeft plaatsgevonden op 28 maart 2024 te Willemstad alwaar de zaak met instemming van partijen, gelijktijdig, maar niet gevoegd is behandeld met de zaken die bij het Gerecht bekend zijn onder zaaknummers CUR202301470, CUR202301572, CUR202301573 en CUR202301648. Belanghebbende is vertegenwoordigd door [A], verbonden aan [X]. Namens de Inspecteur zijn [B] en [C] verschenen.
Overwegingen
2.1
Het (pro forma) bezwaarschrift tegen de aanslag en verzuimboete is op 23 augustus 2021 door de Inspecteur ontvangen.
2.2
Ingevolge artikel 30, lid 2, Algemene landsverordening Landsbelastingen (ALL) is een uitspraak op een bezwaarschrift niet tijdig gedaan, als de Inspecteur niet binnen negen maanden na ontvangst van het bezwaarschrift, in dit geval dus uiterlijk op 23 mei 2022, een uitspraak heeft gedaan.
2.3
Ingevolge artikel 31, lid 1, ALL kan binnen twaalf maanden, in dit geval dus uiterlijk op 23 mei 2023, beroep worden ingesteld tegen het niet tijdig doen van een uitspraak op een bezwaarschrift.
2.4
Belanghebbende heeft op 9 mei 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar. Dit beroep is tijdig ingesteld.
2.5
De Inspecteur heeft nog immer geen beslissing op het bezwaar genomen. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen dient derhalve gegrond te worden verklaard.
2.6
Ingevolge artikel 31, lid 2 ALL draagt het Gerecht de Inspecteur op uiterlijk 1 oktober 2024 alsnog uitspraak te doen op het bezwaar tegen de naheffingsaanslag en de verzuimboete. Het Gerecht bepaalt hierbij dat hoofdstuk VI ALL (verplichtingen ten dienste van de belastingheffing) van toepassing is tot 1 oktober 2024.
2.7
Ten overvloede merkt het Gerecht op dat de Inspecteur gelijktijdig met het doen van uitspraak op bezwaar conform artikel 32a, lid 2 ALL uitspraak dient te doen op het verzoek van belanghebbende om een kostenvergoeding voor de bezwaarfase.
3PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
3.1
Het Gerecht ziet aanleiding de Inspecteur te veroordelen in de kosten die belanghebbende redelijkerwijs heeft moeten maken voor het instellen van beroep tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar (vgl. HR 17 februari 2006, nr. 39602, ECLI:NL:HR:2006:AV1713).
3.2
In artikel 15, lid 2, Landsverordening op het beroep in belastingzaken (LBB) is bepaald dat de regels over de (hoogte van de) proceskostenvergoeding bij of krachtens landsbesluit worden vastgesteld. Dat is nog niet gebeurd. Het Gerecht zal daarom aansluiten bij het Besluit proceskosten bestuursrecht, PB 2001, no. 127 (vgl. GHvJ 21 juni 2017, nr. CUR2016H00008, ECLI:NL:OGHACMB:2017:54).
3.3
Het Gerecht stelt voorop dat voor de vergoeding van proceskosten de onderhavige zaak samenhangt als bedoeld in artikel 3 van het Besluit met de gelijktijdig ter zitting behandelde zaken met zaaknummers CUR202301470 en CUR202301572 (zie 1.5). Dit betekent dat voor de vergoeding van de proceskosten deze zaken als één zaak worden beschouwd.
3.4
In artikel 1 van dit Besluit zijn de kosten vermeld die voor vergoeding in aanmerking komen, waaronder de kosten van door een derde verleende beroepsmatige bijstand. Deze kosten kunnen worden berekend op NAf 700 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, waarde per punt NAf 700, wegingsfactor 0,5 (beroep niet tijdig beslissen)). Omdat sprake is van minder dan vier samenhangende zaken (zie 3.3) moet bij de berekening van de vergoeding rekening worden gehouden met een factor 1 (bijlage C2 bij het Besluit). Het Gerecht stelt de te vergoeden proceskosten in de onderhavige zaak vast op NAf 234 (NAf 700 x 1 / 3 zaken).
3.5
Verder dient de Inspecteur op grond van artikel 18, lid 5 LBB het betaalde griffierecht van NAf 150 aan belanghebbende te vergoeden.
Dictum
Het Gerecht:
- verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond;
- draagt de Inspecteur op uiterlijk 1 oktober 2024 alsnog uitspraak te doen op het bezwaar tegen de naheffingsaanslag en de verzuimboete;
- bepaalt dat hoofdstuk VI ALL (verplichtingen ten dienste van de belastingheffing) van toepassing is tot 1 oktober 2024;
- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van NAf 234; en
- draagt de Inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van NAf 150 te vergoeden.
Deze uitspraak is gegeven door mr. drs. P.A.M. Pijnenburg, rechter, en uitgesproken op 24 april 2024, in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.M. de Leeuw van Weenen.
De griffier, De rechter,
Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.
HOGER BEROEP
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)
Emancipatie Boulevard Dominico “Don” Martina 18
Willemstad
Curaçao
U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener,
b. de dagtekening,
c. waartegen u in beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:
belastinggriffie@caribjustitia.org.
Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:
- natuurlijke personen: NAf 200
- personenvennootschappen en rechtspersonen: NAf 500