Rechtspraak 2024-06-12
ECLI:NL:OGEAC:2024:322
Parketnummer: 500.00399/19 Uitspraak: 12 juni 2024 Tegenspraak Vonnis van dit Gerecht in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats], thans gedetineerd in het huis van bewaring in Curaçao. Onderzoek van de zaak Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 3 november 2023, 7 februari 2024 en 22 mei 2024. De verdachte is telkens verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. D.J. Brug, advocaat in Curaçao. De officier van justitie, mr. V. Girigoria-Hernandez, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren, met aftrek van voorarrest. De raadsman heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd: FEIT l: INVOER/BEZIT COCAINE dat hij in of omstreeks de periode van 10 april 2019 tot en met 12 april 2019, althans in de maand april 2019 in Curaçao, althans in de territoriale zee van Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft ingevoerd in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval in zijn bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend, ongeveer 272880 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, althans enige bereiding van cocaïne, zijnde cocaïne (een) middel(en) als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening 1960 en/of in de Beschikking van de Minister van Volksgezondheid van 6 januari 2005 (P.B. 2005 no. 13); (artikel 3 j° 11-1 Opiumlandsverordening 1960) FEIT 2: INVOER/BEZIT HENNEP dat hij in of omstreeks de periode van 10 april 2019 tot en met 12 april 2019, althans in de maand april 2019 in Curaçao, althans in de territoriale zee van Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft ingevoerd in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of in zijn bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend ongeveer 9600 gram, in elk geval een hoeveelheid, hennep, althans hars die uit hennep wordt getrokken, althans een gebruikelijke bereiding waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt (zoals hashish), zijnde hennep een middel als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening 1960 en/of in de Beschikking van de Minister van Volksgezondheid van 6 januari 2005 (P.B. 2005 no. 13); (artikel 4 jo 11-2 Opiumlandsverordening 1960) FEIT 3; BEZIT VUURWAPENS dat hij in of omstreeks de periode van 10 april 2019 tot en met 12 april 2019, althans in de maand april 2019 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, - een revolver (van het merk [merk]) en/of, - een pistool (van het merk [merk] model [modelnummer]; serienummer [serienummer]; kaliber .38 special) en/of, - een revolver (van het merk [merk] model [model nummer]; serienummer [serienummer]; kaliber .38 special) en/of, - een pistool (van het merk [merk] model [model]; serienummer [serienummer]; kaliber 9 mm) en/ of, - een pistool (van het merk [merk] model [model]; serienummer [serienummer]; kaliber 9 mm) en/of, - een pistool (van het merk [merk]; serienummer [serienummer]; kaliber 9x9mm), in elk geval een en/of meerdere vuurwapen(s) in de zin van de Vuurwapenverordening 1930 en/of 271, in elk geval één of meerdere (scherpe)patronen, in elk geval munitie, in de zin van de Vuurwapenverordening 1930 voorhanden heeft gehad; (artikel 3 jo 11 van de Vuurwapenverordening 1930) Formele voorvragen Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft en, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 387, eerste lid, aanhef, onder e Sv betreft, telkens slechts wordt gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen. Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Curaçao. 1. Op 10 april 2019 werd de piloot van de Kustwacht helikopter, [piloot kustwacht], door het Rescue Coordination Center (hierna: het RCC) gedirigeerd naar een gesignaleerd radarcontact. Hij heeft bij die gelegenheid het volgende verslag opgesteld: “On the 10th of April 2019 at 06:24Q I established, just South of Fuik baai, visual contact with [model]-type vessel approximately 8 meters long travelling at high speed towards the entrance of Spaanse Water in front of Barbara beach. The boat had a white exterior colour and a blue interior color with registration “[registration nr]”. I saw three people on board the boat. I saw the boat entering at 06:30Q along the peer. I saw three big white boxes (type coolbox) in the boat. I saw a grey metallic coloured Nissan mini-MPV type car (license plate) approach the peer from a dirt road north of the peer at 06:31Q. Upon approaching the peer it appeared the driver saw the helicopter, turned around and drove back north along the dirt road and stopped the car at a bend in the road and waited a few minutes. After a while I saw that the car drove back to the peer and the single occupant got out and walked towards the boat. I saw the three occupants of the boat starting to unload the boat. The driver from the car was helping. 2. De verbalisanten [verbalisant 1], [verbalisant 2], [verbalisant 3], [verbalisant 4] en [verbalisant 5] hebben op 10 april 2019 onderzoek verricht ter hoogte van Kura Buriku. Verbalisant [verbalisant 1] heeft het volgende gerelateerd: “Op 10 april 2019 omstreeks 06:28 uur werden [verbalisant 2] en [verbalisant 3] doorgemeld om zich te begeven richting Spaanse water Barbara Beach, waar een onbekend vaartuig met drie personen aan boord werd gesignaleerd dat met volle vaart de ingang van Barbara Beach aan het benaderen was. Omstreeks 06:30 uur ontvingen we bericht van de heer [coördinator bij RCC], coördinator bij RCC, dat voormeld vaartuig aan het meren was aan de pier ter hoogte van Kura Buriku en dat twee van de personen welke aan boord waren het vaartuig verlieten richting een grijsgelakte Nissan kenteken [nummerplaat] die op dat moment te Kura Buriku aanwezig was en hierna het terrein verliet. Omstreeks 06:42 meldt [verbalisant 2] dat zij te Kura Buriku zijn aangekomen en dat een wit gelakt vaartuig met blauwe rand model “[model]” genaamd “[naam]” registratienummer [registratienummer] aan de pier was gemeerd met alleen een persoon aan boord. Deze persoon gaf op te zijn: Naam: [betrokkene] (het Gerecht begrijpt: [medeverdachte 2]) Voornamen: [betrokkene] Geboortedatum: [geboortedatum]. Met akkoord van [betrokkene] voornoemd, werd voormelde vaartuig omstreeks 08.35 uur op eigen kracht samen met [betrokkene] en de Douane ambtenaren [VERBALISANT 4] en [VERBALISANT 3] voornoemd overgebracht naar de St. Annabaai ligplaats Grote-werf.” 3. De verbalisanten [verbalisant 6], [verbalisant 7] en [verbalisant 8] zijn op 11 april 2019 naar het steunpunt van de Kustwacht te Marine kazerne Parera gegaan, alwaar de inbeslaggenomen boot “[naam]” stond gemeerd en hebben ter plaatse een onderzoek verricht. Zij hebben het volgende gerelateerd: “Op 11 april 2019 omstreeks 15:40 uur kreeg eerste verbalisant, [verbalisant 6], telefonisch informatie dat er op de boot “[naam]” met registratienummer [registratienummer] die op 10 april in beslag werd genomen een hoeveelheid cocaïne verborgen zat. W Hij heeft het volgende gerelateerd: “ Op 12 april 2019 heb ik aan hoofdagent [verbalisant 10] van het Team Forensisch Opsporing voor onderzoek naar deugdelijkheid overgedragen: - Revolver van het merk [merk] model [model], twee (2) hulzen waarvan één voorzien van het bodemstempel “[bodemstempel]”, één voorzien van het bodemstempel “[bodemstempel]”; - Pistool van het merk [merk] model [model], dertien (13) munities voorzien van het bodemstempel “[bodemstempel]”; - Revolver [merk] model [model], één (1) huls voorzien van het bodemstempel “[bodemstempel]”; - Pistool [merk] model [model], acht (8) munitie’s waarvan één (1) voorzien van het bodemstempel “[bodemstempel]”, drie (3) voorzien van het bodemstempel “[bodemstempel]”, één (1) voorzien van het bodemstempel “[bodemstempel], één voorzien van het bodemstempel “[bodemstempel]”, één (1) voorzien van het bodemstempel “[bodemstempel]”en één (1) voorzien van het bodemstempel ““[bodemstempel]”; - Pistool van het merk [merk] model [model] en daarbij ook een lange patroonhouder; - Pistool van het merk [merk], zes (6) munitie’s waarvan twee (2) voorzien van het bodemstempel “[naam]”, drie (3) voorzien van het bodemstempel “[bodemstempel]” en één (1) voorzien van bodemstempel “[bodemstempel]”; - Tweehonderdeenenzeventig (271) munitie’s waarvan honderdvijfentwintig (125) van 9mm Luger, drieëntwintig van 38 Speciaal en honderd drieëntwintig (123) losse flodders van 22 KNT. “ 8. De verbalisant [verbalisant 10], werkzaam bij het Team Forensisch Opsporing (hierna: het TFO), heeft onderzoek ingesteld naar het hiervoor omschreven revolver van het merk [merk model [model]: “Aangeboden voor onderzoek: revolver van het merk [merk] model [model], kaliber .38 Spl, voorzien van serienummer [serienummer]en twee (2) hulzen van het kaliber .38 Spl., voorzien van bodemstempels “[bodemstempel]” en “[bodemstempel]”. Conclusie: - De voor onderzoek aangeboden revolver is een vuurwapen in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, zoals gewijzigd. - De scherpe patronen werden normaal tot ontbranding gebracht. Voornoemd revolver van het kaliber .38 speciaal is deugdelijk.” 9. De verbalisant [verbalisant 10], werkzaam bij het TFO, heeft onderzoek verricht naar het hiervoor omschreven revolver van het merk [merk] model [model]: “Aangeboden voor onderzoek: pistool van het merk [merk] model [model], kaliber .38 Spl, voorzien van serienummer [serienummer] en dertien (13) scherpe patronen van het kaliber .38 Spl., voorzien van bodemstempel ““[bodemstempel]”. Conclusie: - Het voor onderzoek aangeboden pistool is een vuurwapen in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, zoals gewijzigd. - De voor onderzoek aangeboden scherpe patronen zijn munitie in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, zoals gewijzigd. - De aangeboden scherpe patronen werden normaal tot ontbranding gebracht. - Voornoemd scherpe patronen van het kaliber .38 speciaal is deugdelijk. - Het aangeboden pistool kon niet getest worden wegens het ontbreken van desbetreffende kaliber .38Super in het munitievoorraad. - Bedoeld pistool kan ook voor bedreiging of afdreiging gebruikt worden.” 10. De verbalisant [verbalisant 10], werkzaam bij het TFO, heeft onderzoek verricht naar het hiervoor omschreven revolver van het merk [merk] model [model]: “Aangeboden voor onderzoek: revolver van het merk [merk] model [model], kaliber .38 Speciaal (Spl.), waarvan het serienummer niet zichtbaar is en een (1) huls van het kaliber .38 Spl., voorzien van bodemstempel “[bodemstempel]”. Conclusie: - De voor onderzoek aangeboden revolver is een vuurwapen in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, zoals gewijzigd. - De scherpe patronen werden normaal tot ontbranding gebracht. Voornoemd revolver van het kaliber .38 speciaal is deugdelijk.” 11. De verbalisant [verbalisant 11], werkzaam bij het TFO, heeft onderzoek verricht naar het hiervoor omschreven pistool van het merk [merk] model [model]: “Aangeboden voor onderzoek: pistool van het merk [merk] model [model], kaliber 9mm, voo [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn in verband hiermee aangehouden en veroordeeld. Er werd een Interpol Red Notice opsporingsbericht gezet voor de verdachte. Op 21 september 2021, werd de verdachte in Venezuela aangehouden en op 3 oktober 2023 overgebracht naar Curaçao. De verdachte heeft verklaard dat hij niets wist van de aanwezigheid van de in het vaartuig verborgen pakketten drugs en van de vuurwapens en de munitie. De verdovende middelen, vuurwapens en munitie waren verborgen in twee zitplaatsen in de desbetreffende go-fast, derhalve buiten het zicht van de verdachte. De vraag is of kan worden vastgesteld dat de verdachte wetenschap hiervan had en aldus met opzet heeft gehandeld. Hoewel rechtstreeks bewijs ontbreekt, beantwoordt het Gerecht deze vraag bevestigend. Uiteenlopende verklaringen medeverdachten en [verdachte]. De verdachte en de medeverdachten hebben verklaringen afgelegd over de reden van hun aanwezigheid op de boot en/of de betrokkenheid na het aanmeren van de boot. Het Gerecht merkt op dat de verklaringen van de verdachten uiteenlopen. [medeverdachte 2] verklaart niets over het kopen van vis in Venezuela, noch dat zij in Venezuela zijn geweest. Hij verklaart dat hij in opdracht van een persoon samen met “[medeverdachte 3]” en “[medeverdachte 4]” de boot [naam] moest gaan ruilen voor een andere boot, in de omgeving van Nieuw Poort te Curaçao. Hij verklaart [verdachte] en [medeverdachte 1] niet te kennen. [medeverdachte 1] verklaart dat hij [verdachte] en een onbekend persoon in een auto ophaalde toen zij op de bewuste dag hadden aangemeerd in de omgeving van Fuik, nadat “[verdachte]” en de rest vis is gaan kopen in Venezuela. Hij herkent “[verdachte]” als [verdachte], de verdachte. Hij verklaarde dat [medeverdachte 2] degene was die op bedoelde dag de boot bestuurde, en degene die achtergebleven was bij de boot. [verdachte], de verdachte, verklaart dat hij samen met een zekere [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] vis is gaan kopen in Venezuela op verzoek van [medeverdachte 5]. De boot waarmee ze uit Curaçao zijn vertrokken sloeg om door een grote golf. [medeverdachte 5] had na enkele dagen een boot van een Venezolaan geregeld om terug naar Curaçao te varen. [medeverdachte 5] had geregeld dat de registratiegegevens en de naam [naam] op de boot zouden worden geverfd, net als de boot die om sloeg. [medeverdachte 5] is inmiddels overleden. Het Gerecht stelt voorop dat de verdachte ruim 4,5 jaar na de inbeslagname van de drugs, vuurwapens en munitie met een verklaring is gekomen. Hij had dus ruim de gelegenheid gehad om na te denken over een verklaring. In de tussentijd is [medeverdachte 5] overleden, zoveel staat wel vast. Indien al zou worden aangenomen dat [medeverdachte 5] degene is die met de verdachte en met [medeverdachte 2] op de boot zat, dan nog kan de verklaring van de verdachte, gelet op de uiteenlopende verklaringen als hiervoor weergegeven, niet worden geverifieerd wat betreft de vermeende rol van [medeverdachte 5]. De verdachte staat in zijn verklaringen helemaal alleen; zijn verklaringen vinden op geen enkele wijze steun in het dossier. Aanwezigheid van de in het vaartuig verborgen pakketten drugs, vuurwapens en munitie. Met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen, overweegt het Gerecht hieromtrent als volgt. Als algemene ervaringsregel geldt, dat groothandelshoeveelheden cocaïne vanuit Venezuela (als bron- of transitland) worden gesmokkeld ter verdere doorvoer en (internationale) verspreiding, onder meer over zee en op de wijze als in het onderhavige geval is vastgesteld: geborgen in een klein en snel vaartuig, zoals een go-fast. In dit geval een type [model]. De algemene ervaring leert voorts, dat in het geval van een zeer kostbare groothandelshoeveelheid verdovende middelen als hier aan de orde, bij het internationale transport daarvan er voor de belanghebbenden bij die handel en dat transport zeer veel aan is gelegen om het risico op het verloren gaan van de partij verdovende m Cocaïne en hennep zijn voor de gezondheid van personen schadelijke stoffen, die verstrekkende gevolgen kan hebben voor de gebruikers daarvan en voor de maatschappij. De verspreiding van en handel in verdovende middelen gaat vaak gepaard met geweldscriminaliteit en leidt tot vele andere vormen van criminaliteit bij de verslaafden. De verdachte heeft voorts samen met anderen schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een aantal vuurwapens en een aanzienlijke hoeveelheid munitie. Deze hebben zij samen met de verdovende middelen meegebracht uit Venezuela. Dit is maatschappelijk onaanvaardbaar vanwege de grote dreiging die daarvan uitgaat voor anderen. Dergelijke illegale wapens en munitie verdwijnen in het zwarte circuit, waardoor controle van overheidswege volstrekt onmogelijk wordt. Door zijn handelen heeft de verdachte een bijdrage geleverd aan het in stand houden van het illegale circuit van drugs en vuurwapens. Het Gerecht heeft acht geslagen op het psychiatrisch rapport van 15 april 2024 waarin wordt geconcludeerd dat de verdachte ten gevolge van het verblijf te Venezuela angstklachten heeft opgelopen passend bij een traumatische gebeurtenis. Deze klachten zijn ontstaan na het delict. Bij het psychiatrisch onderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden voor een psychische stoornis op grond waarvan het delict de verdachte verminderd kan worden aangerekend. De verdachte lijkt een opportunist te zijn die hard kan werken om aan geld te komen, maar ook open staat voor illegale manieren om aan geld te komen. De recidivekans wordt als aanwezig geschat, aldus nog steeds de psychiater. Het Gerecht heeft ook acht geslagen op de inhoud van het psychologisch rapport van 29 februari 2024. Op basis van het onderzoek lijkt er geen aanwijzing te zijn voor een psychische stoornis, verstandelijke handicap of psychogeriatrische aandoening bij de verdachte. De verdachte wordt als volledig toerekeningsvatbaar beoordeeld. De kans op recidive wordt gemiddeld geschat, aldus nog steeds de psycholoog. Tot slot heeft het Gerecht acht geslagen op de documentatie van de verdachte, waaruit blijkt dat de verdachte in Curaçao niet eerder is veroordeeld ter zake van strafbare feiten. Gelet op de ernst van het bewezen verklaarde kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een langdurige onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Het Gerecht is, na een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat in dit geval een gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden is. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:123 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. BESLISSING Het Gerecht: verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij; kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven; verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de zes (6) jaren ; beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht. Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. S.A. Carmelia, bijgestaan door mr. N.R.H. Marsera, (zittingsgriffier), en op 12 juni 2024 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao. Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie