Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2024-10-28
ECLI:NL:OGEAC:2024:282
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,757 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202400903
Vonnis van 28 oktober 2024
in de zaak van
[eiseres],
wonend in [woonplaats], eiseres in conventie, verweerster in reconventie, gemachtigde: mr. C.S.F. Marshall,
tegen
[gedaagde],
wonend in [woonplaats], gedaagde in conventie, eiser in reconventie, gemachtigde: mr. S.N. Zahedi,
Partijen worden hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd.
1Het procesverloop
1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift met producties van 15 maart 2024,
de conclusie van antwoord, tevens houdende eis in reconventie, met producties van 13 mei 2024,
de mondelinge behandeling van 16 september 2024, waar zijn verschenen: [eiseres], bijgestaan door mr. Marshall, en [gedaagde] door middel van een videoverbinding, bijgestaan door mr. Zahedi,
de pleitnotities.
1.2.
Vonnis is bepaald op vandaag.
Feiten
in conventie en in reconventie
2.1. [
de erflater] (hierna: de erflater) is op [overlijdensdatum] 2023 overleden. [gedaagde] is het enige kind van de erflater. De erflater heeft niet bij uiterste wil over zijn nalatenschap beschikt. [gedaagde] is de enige erfgenaam van de erflater. Tot de nalatenschap van erflater behoren diverse woningen, te weten de woning aan de [adres], waar de erflater tot aan zijn overlijden heeft gewoond, en enkele andere woningen, die worden verhuurd.
2.2. [
eiseres] is op enig moment vanuit Nederland naar Curaçao verhuisd.
2.3.
Blijkens een uittreksel uit de Basisadministratie Persoonsgegevens Curaçao van 13 mei 2024 is de datum van vestiging van [eiseres] in Curaçao vanuit Nederland 29 september 2015. Als historisch adres (woonadres) staat op dat uittreksel vanaf 29 september 2015 vermeld [persoon] bij [adres]. Als huidig adres (woonadres) staat op het uittreksel vermeld [adres], met als datum van vestiging op dat adres 30 juli 2018.
2.4.
Erflater heeft tot aan zijn overlijden een affectieve relatie gehad met [eiseres]. [eiseres] verblijft thans nog steeds in de woning aan de [adres].
3De vordering
in conventie
3.1. [
eiseres] vordert het gerecht, bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- voor recht te verklaren dat [eiseres] gelijk wordt gesteld aan een echtgenoot, zodat zij dezelfde wettelijke bescherming geniet als een langstlevende echtgenoot;
- aan [eiseres] toe te kennen het levenslang, althans tot een door het gerecht in goede justitie te bepalen datum, vruchtgebruik als bedoeld in artikel 4:29 BW op het perceel met daarop staande woning, plaatselijk bekend als [adres];
- aan [eiseres] toe te kennen het levenslang, althans tot een door het gerecht in goede justitie te bepalen datum, vruchtgebruik op de andere goederen van de nalatenschap op grond van artikel 4:30 BW;
- de erfgenaam van de erflater te veroordelen tot medewerking aan de notariële vestiging van voornoemd vruchtgebruik ten behoeve van [eiseres], ten overstaan van een door haar aan te wijzen notaris, binnen 30 dagen na betekening van deze beschikking, onder verbeurte van een dwangsom van NAf 1.000 per dag met een maximum van NAf 100.000 althans een zodanige beslissing te nemen als de U.E.A. in goede justitie meent te behoren;
- althans een zodanige beslissing te nemen als het gerecht in goede justitie mocht vermenen te behoren.
3.2. [
eiseres] legt aan de vordering ten grondslag dat zij vanaf 2011 tot aan zijn overlijden in 2023 met de erflater heeft samengewoond als waren zij gehuwd. Om die reden heeft zij aanspraak op het vruchtgebruik van de woning, waar zij samen met de erflater heeft gewoond, en, om in haar levensonderhoud te kunnen (blijven) voorzien, op het vruchtgebruik (huurinkomsten) van de overige woningen uit de nalatenschap van de erflater.
3.3. [
gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd en geconcludeerd tot
niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres] in haar vorderingen dan wel afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten.
in reconventie
3.4. [
gedaagde] vordert het gerecht, bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
i. voor recht te verklaren dat [eiseres] vanaf het moment van overlijden van de erflater zonder recht in de woning verblijft;
ii. [eiseres] te veroordelen alle administratie betreffende de huurwoningen van de erflater waarover zij beschikt over te dragen;
iii. [eiseres] te veroordelen alle vanaf het moment van overlijden van de erflater ontvangen huurpenningen, thans geschat op ANG 11.250, aan [gedaagde] te betalen;
iv. [eiseres] te veroordelen de sieraden en horloge van de erflater waarover zij beschikt over te dragen;
v. [eiseres] te veroordelen alle vanaf het moment van overlijden van de erflater bij ACU opgenomen gelden, ten bedrage van ANG 5.000 terug te betalen; en
vi. [eiseres] te veroordelen in de kosten van de procedure in reconventie.
3.5. [
eiseres] heeft gemotiveerd verweer gevoerd en geconcludeerd tot
niet-ontvankelijkverklaring van [gedaagde] in zijn vorderingen dan wel afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover voor de beoordeling van belang, nader ingegaan.
Beoordeling
in conventie en in reconventie
4.1.
Uit de stellingen, vorderingen en gedragingen van partijen, leidt het gerecht af dat [gedaagde] de nalatenschap (inmiddels) zuiver heeft aanvaard.
in conventie
4.2.
Op grond van artikel 4:29 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) zijn de erfgenamen van een erflater, voor zover de echtgenoot van de erflater ingevolge van uiterste wilsbeschikkingen van de erflater niet of niet enig rechthebbende is op de tot de nalatenschap van de erflater behorende woning, die ten tijde van het overlijden door de erflater en zijn echtgenoot tezamen of door de echtgenoot alleen werd bewoond, verplicht tot medewerking aan de vestiging van een vruchtgebruik op die woning ten behoeve van de echtgenoot, voor zover deze dit van hen verlangt. Heeft de erflater onmiddellijk voorafgaand aan zijn overlijden tien jaren of langer samengeleefd met een ander als waren zij gehuwd, dan kan de rechter, indien dat redelijk is, bepalen dat de ander voor toepassing van artikel 4:29 BW met een echtgenoot wordt gelijkgesteld (artikel 4:30b BW).
4.3.
Ter beoordeling van de vorderingen van [eiseres], dient, gelet op voormeld wettelijk kader, eerst te worden vastgesteld of voorafgaand aan het overlijden van de erflater, gedurende ten minste tien jaren sprake is geweest van samenwonen alsof de erflater en [eiseres] gehuwd waren.
4.4. [
eiseres] heeft gesteld dat zij en de erflater onmiddellijk voorafgaand aan diens overlijden ruim 12 jaar hebben samengewoond als waren zij gehuwd. Ter onderbouwing van haar stelling heeft zij vier schriftelijke verklaringen van familie en kennissen (twee zusters van [eiseres], de schoonmaakster en een buurvrouw van de erflater) overgelegd. Die verklaringen luiden alle dat [eiseres] en de erflater vanaf 2011 samenwonen in de woning aan de [adres].
4.5. [
gedaagde] heeft niet betwist dat [eiseres] en de erflater voorafgaand aan het overlijden van de erflater samen hebben gewoond als waren zij gehuwd. [gedaagde] betwist wel dat [eiseres] en de erflater ten minste tien jaar hebben samengewoond als waren zij gehuwd. In dit verband verwijst [gedaagde] naar voormeld uittreksel (zie 2.4), waaruit blijkt dat [eiseres] zich pas op 29 september 2015 in Curaçao heeft gevestigd en zij pas sinds 30 juli 2018 staat ingeschreven op het adres [adres]. [gedaagde] heeft voorts ter onderbouwing van zijn verweer schriftelijke verklaringen van familieleden van de erflater (een broer, een zuster, een neef en een nichtje van de erflater) en een van de moeder van [gedaagde] in het geding gebracht. De strekking van deze verklaringen is dat de familieleden eerst kennis hebben gemaakt met [eiseres] als levenspartner van de erflater op zijn verjaardag in 2017, dat zij voor die tijd [eiseres] nimmer met de erflater of in de woning hebben ontmoet en dat de erflater voor die tijd ook geen melding heeft gemaakt van [eiseres] als zijn levenspartner. Zo heeft de broer van de erflater onderbouwd met stukken verklaard dat hij tussen 2011 en 2017 meermalen vakanties in Curaçao heeft doorgebracht. Volgens hem is hij [eiseres] niet eerder dan op het verjaardagsfeest van de erflater op 25 mei 2017 tegen gekomen. Ook de neef van erflater en de moeder van [gedaagde] hebben verklaard dat [eiseres] pas in 2017 op het verjaardagsfeest van de erflater in beeld is gekomen. Het nichtje van de erflater heeft op haar beurt onderbouwd met stukken verklaard dat zij tussen 2011 en 2015 meermalen vakanties heeft doorgebracht in Curaçao. Tijdens haar bezoeken aan de erflater is zij [eiseres] geen enkele keer tegen gekomen. Ten slotte heeft [gedaagde] verklaard dat de erflater hem pas eind 2017 kennis heeft laten maken met [eiseres].
4.6.
Tegenover [gedaagde] onderbouwde betwisting dat [eiseres] niet ten minste tien jaar met de erflater heeft samengewoond, heeft laatstgenoemde enkel ingebracht dat zij sinds 2011 woonachtig is in Curaçao en haar intrek sinds die tijd bij de erflater heeft genomen. Zij laat echter na deze stelling verder handen en voeten te geven. Ook nadat zij daar ter zitting uitdrukkelijk toe in de gelegenheid is gesteld, heeft [eiseres] geen verklaring kunnen geven voor de feiten dat zij zich niet direct na de gestelde vestiging in Curaçao in 2011 hier te lande heeft ingeschreven en dat zij zich bij haar inschrijving in Curaçao in 2015, vier jaar na de gestelde intrek in de woning van de erflater, niet op het adres van de erflater, maar op het adres van haar zuster heeft ingeschreven. Daarbij komt dat de inschrijvingsdatum op het adres van de erflater blijkens het uittreksel ook al meer voor de hand ligt, gelet op de door [gedaagde] overgelegde verklaringen dat de relatie tussen de erflater en [eiseres] in 2017 is aangevangen. Het gerecht volgt [eiseres] niet in haar stelling dat aan de door [gedaagde] overgelegde verklaringen om diverse redenen geen betekenis kan toekomen. Deze verklaringen komen op hoofdlijnen en essentiële punten met elkaar overeen, zonder dat blijkt dat de verklaringen op elkaar zijn afgestemd, nu de verklaringen met stukken zijn onderbouwd. Aldus heeft [eiseres], hoewel dat gelet op de gemotiveerde betwisting door [gedaagde] op haar weg had gelegen, haar stellingen niet nader onderbouwd. Gelet hierop en nu [eiseres] geen bewijslevering heeft aangeboden, kan niet als vaststaand kan worden aangenomen de stelling van [eiseres] dat zij en de erflater in de zin van artikel 4:30b BW voorafgaande aan zijn overlijden tien jaren hebben samengeleefd als waren zijn gehuwd. Reeds om deze reden kunnen de vorderingen, die alle gegrond zijn op artikel 4:30b BW, niet worden toegewezen. De overige stellingen en weren behoeven geen bespreking.
4.7.
Omdat [eiseres] in het ongelijk wordt gesteld, wordt [eiseres] veroordeeld in de proceskosten. De kosten van [gedaagde] worden tot aan deze uitspraak begroot op NAf 2.500 (2 punten tarief 5) aan gemachtigdensalaris.
in reconventie
verklaring voor recht
4.8. [
eiseres] en de erflater woonden als levenspartners ongehuwd samen in de woning van de erflater aan de [adres] en voerden een gemeenschappelijke huishouding. Erflater was de enige eigenaar van de woning. Tegenover de stelling van [gedaagde] dat hij als enige erfgenaam rechthebbende is op de woning, heeft [eiseres] alleen verwezen naar haar in conventie ingenomen stelling, dat zij vanwege het samenwonen als zijnde gehuwd gedurende meer dan tien jaar, aanspraak heeft op het vruchtgebruik van de woning. Deze stelling is evenwel tussen partijen niet komen vast te staan (zie 4.6). Nu [eiseres] ook overigens niet heeft gesteld dat en waarom zij gerechtigd is tot het gebruik van de woning na ommekomst van de termijn van negen maanden na het overlijden van de erflater (artikel 4:28 lid 2 BW), komt de vordering in zoverre op na te melden wijze voor toewijzing in aanmerking.
administratie betreffende de huurwoningen
4.9.
Met betrekking tot de vordering tot afgifte van de administratie betreffende de huurwoningen van de erflater, heeft [eiseres] ter zitting gesteld dat zij hieraan reeds heeft voldaan. Zij heeft onder meer afschriften van huurovereenkomsten en betalingsbewijzen van huurders overgelegd. [gedaagde] heeft niet gesteld dat een en ander niet aan zijn vordering voldoet. Hij heeft daarom geen belang meer bij toewijzing van het onder ii gevorderde.
huurpenningen
4.10. [
gedaagde] heeft gesteld dat [eiseres] sinds het overlijden de erflater huurpenningen heeft geïnd.
Dictum
Het gerecht:
in conventie
5.1.
wijst de vorderingen af;
5.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van [gedaagde] van NAf 2.500;
in reconventie
5.3.
verklaart voor recht dat [eiseres] na verloop van negen maanden na het overlijden van de erflater zonder recht in de woning gelegen te [adres] verblijft;
5.4.
veroordeelt [eiseres] tot betaling aan [gedaagde] van NAf 2.400;
5.5.
compenseert de proceskosten zo dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.6.
wijst af wat verder is gevorderd;
in conventie en in reconventie
5.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door
mr. M.D.M. Connor, griffier, en in het openbaar uitgesproken.