Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2024-12-23
ECLI:NL:OGEAC:2024:267
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,107 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202400559
Beschikking van 23 december 2024
op het verzoek van:
[de moeder],
wonend in [woonplaats],
verzoekster, hierna te noemen: de moeder,
procederend in persoon,
tegen
[de vader],
wonend in [woonplaats],
verweerder, hierna te noemen: de vader,
procederend in persoon,
betreffende de minderjarigen:
[de minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [de minderjarige 1],
[de minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [de minderjarige 2],
[de minderjarige 3],
geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [de minderjarige 3],
hierna gezamenlijk te noemen: de minderjarigen.
1Het verdere verloop van de procedure
1.1.
Dat blijkt uit:
de tussenbeschikking van 22 oktober 2024;
de mondelinge behandeling op 12 december 2024, waarbij aanwezig waren: de vader, de moeder en een vertegenwoordiger van de Voogdijraad.
1.2.
De uitspraak is bepaald op heden.
2De (resterende) verzoeken en de beoordeling
2.1.
Bij voormelde tussenbeschikking is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en heeft het gerecht bepaald dat de vader een voorlopige bijdrage van NAf 250 per kind per maand zal betalen in de kosten van opvoeding en verzorging van de minderjarigen. De beslissing ten aanzien van het gezag, de hoofdverblijfplaats en (het definitieve bedrag aan) kinderalimentatie is aangehouden.
gezag
2.2.
De moeder geeft te kennen dat zij op 24 december 2024 samen met [de minderjarige 3] zal verhuizen naar [land]. De moeder woont inmiddels anderhalf jaar samen met haar partner, [de minderjarige 3] en een pasgeboren baby. Gelet op de aanstaande verhuizing naar [land] verzoekt de moeder om het eenhoofdig gezag over [de minderjarige 3] te verkrijgen. Voor wat betreft [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] verzoekt de moeder dat de vader met het eenhoofdig gezag over hen wordt belast. De moeder legt daaraan ten grondslag dat de communicatie tussen haar en de vader moeizaam verloopt. Hoewel zij en de vader meerdere pogingen hebben ondernomen om de communicatie te verbeteren, is dit helaas niet gelukt en voelde de moeder zich genoodzaakt om afstand te nemen.
2.3.
De vader geeft aan dat hij het niet eens is met het verzoek van de moeder om haar te belasten met het eenhoofdig gezag over [de minderjarig 3]. Hij vreest dat hij bij toekenning van eenhoofdig gezag aan de moeder zijn inspraak en zeggenschap over [de minderjarige 3] zal verliezen. De vader stelt bereid te zijn om mee te beslissen over alles wat betrekking heeft tot [de minderjarige 3] en dat hij alle benodigde formulieren zal tekenen. De vader bevestigt wel dat de communicatie tussen hem en de moeder moeizaam verloopt. De vader vertelt daarnaast dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] bij hem verblijven en dat zij na schooltijd tijdelijk worden opgevangen door hun grootmoeder aan moederszijde, totdat de vader een geschikte naschoolse opvang heeft gevonden.
2.4.
De Voogdijraad benadrukt dat het van essentieel belang is dat partijen rechtstreeks met elkaar communiceren over de minderjarigen en dat zij daarbij moeten vermijden dat de communicatie via de minderjarigen verloopt, wat nu regelmatig aan de orde is. Verder benoemt de Voogdijraad dat het van belang is dat de ouder bij wie de minderjarigen hun hoofdverblijfplaats hebben, de andere ouder adequaat informeert. Indien het gezamenlijk gezag in stand blijft, is het belangrijk dat partijen beschikbaar voor elkaar zijn, zodat beslissingen tijdig kunnen worden genomen.
2.5.
Het gerecht overweegt als volgt. De hoofdregel is dat ouders na een echtscheiding het gezag gezamenlijk blijven uitoefenen, zoals bepaald in artikel 1:251 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Voor een wijziging van het gezamenlijk gezag is op grond van artikel 1:251a lid 1 BW vereist dat dit in het belang van de minderjarigen wenselijk is. De moeder heeft haar verzoek echter onvoldoende onderbouwd. Zij heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt dat eenhoofdig gezag in het belang van de minderjarigen is. De communicatie tussen partijen verloopt weliswaar gebrekkig, maar is naar het oordeel van het gerecht niet dusdanig slecht dat zij niet in staat zijn om gezamenlijk het gezag uit te oefenen. Daar komt bij dat de vader zich meewerkend opstelt, waardoor het gerecht niet de indruk heeft dat hij het nemen van belangrijke beslissingen ten aanzien van [de minderjarige 3] zal tegenwerken. Het gerecht zal het verzoek daarom afwijzen. Dit betekent dat partijen gezamenlijk met het gezag over de minderjarigen belast zullen blijven. Het gerecht stelt daarbij voorop dat het van groot belang is dat partijen goed met elkaar (en dus niet via de minderjarige) communiceren en elkaar tijdig informeren, zoals ook door de Voogdijraad is toegelicht. Dit geldt des te meer nu partijen in verschillende landen met verschillende tijdzones zullen gaan wonen.
2.6.
Het gerecht voegt hieraan toe dat partijen ter zitting zijn overeengekomen dat er telefonisch contact zal plaatsvinden tussen de minderjarigen en beide ouders en dat de vakantieperiodes in onderling overleg worden vastgesteld.
hoofdverblijfplaats
2.7.
Het gerecht zal, nu [de minderjarige 3] al geruime tijd bij de moeder verblijft en [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] bij de vader, de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 3], bij de moeder bepalen en de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 3] bij de vader. Beide ouders kunnen zich hierin vinden.kinderalimentatie
2.8.
De moeder heeft ter zitting haar verzoek tot het vaststellen van kinderalimentatie op een bedrag van NAf 250 per kind per maand ingetrokken. Zij heeft daarbij voorgesteld dat zij de kosten ten aanzien van [de minderjarige 3] voor haar rekening zal nemen en de vader de kosten ten aanzien van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2], aangezien [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] bij de vader verblijven en [de minderjarige 3] bij haar.
2.9.
De vader kan zich vinden in het voorstel van de moeder.
2.10.
Partijen hebben beiden ter zitting te kennen gegeven dat dit er niet aan in de weg staat dat zij bij gelegenheid een bijdrage leveren voor de andere kinderen.
2.11.
Het gerecht verstaat dat de moeder haar verzoek heeft ingetrokken en zal daarom de bij de tussenbeschikking vastgestelde kinderalimentatie op nihil stellen.
Dictum
Het gerecht:
3.1.
bepaalt de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats], en [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats], bij de vader;
3.2.
bepaalt de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats], bij de moeder;
3.3.
verstaat dat de moeder haar verzoek ten aanzien van kinderalimentatie heeft ingetrokken en wijzigt de beschikking van 22 oktober 2024 in die zin dat de door de vader te betalen kinderalimentatie ter hoogte van NAf 250 per kind op nihil wordt gesteld;
3.4.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
3.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en op 23 december 2024 in het openbaar uitgesproken, in aanwezigheid van de griffier.