Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2024-09-24
ECLI:NL:OGEAC:2024:266
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,296 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202303919
Beschikking van 24 september 2024
op het verzoek van:
[verzoeker],
wonende in [woonplaats],
verzoeker,
procederend in persoon,
als belanghebbenden worden aangemerkt:
[belanghebbende 1], wonende in [woonplaats 1],
[belanghebbende 2], wonende in [woonplaats 2],
[belanghebbende 3], wonende in [woonplaats 3],
[belanghebbende 4], wonende in [woonplaats 4],
[belanghebbende 5], wonende in [woonplaats 5].
1Het verdere procesverloop
1.1.
Het verdere procesverloop blijkt uit:
de tussenbeschikking van 9 april 2024 en de daarin vermelde stukken;
het resultaat van het DNA-onderzoek ingediend door verzoeker op 18 juni 2024;
de akten uitlating DNA-onderzoek van belanghebbenden 2 tot en met 5 ingediend op 19 juli 2024 ter griffie;
de verklaring van de verzoeker op 18 september 2024, ter griffie ingediend.
1.2.
De uitspraak is bepaald op heden.
2De verdere beoordeling
2.1.
Bij voormelde tussenbeschikking heeft het gerecht verzoeker in de gelegenheid gesteld om aanvullende documenten over te leggen waaruit blijkt dat hij geen juridische vader heeft en documenten waaruit kan worden afgeleid dat de man de biologische vader van verzoeker is. Tevens is verzoeker daarbij aangeraden om navraag te doen bij een gerenommeerd laboratorium of, hoe en met welk DNA een verwantschap onderzoek kan worden gedaan om de verwantschap tussen de man en verzoeker vast te stellen en daar eventueel uitvoering aan te geven.
2.2.
Verzoeker heeft het resultaat overgelegd van het op 16 mei 2024 verricht DNA-onderzoek tussen verzoeker en mevrouw [mevrouw] . Tussen partijen staat vast dat zij een halfzuster is van de man. In de overlijdensadvertentie van de man is zij als “ruman” vermeld, overigens evenals verzoeker, die tussen “yunan” en “ñetunan” in die overlijdensadvertentie is vermeld. Uit het DNA-onderzoek is gebleken dat mevrouw [mevrouw] voornoemd voor 99% verwant is aan verzoeker. Onder deze omstandigheden is het gerecht van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de man de verwekker is van de verzoeker. Het gerecht gaat daarbij voorbij aan de door belanghebbenden 2 tot en met 5 opgeworpen vraag naar de betrouwbaarheid van een DNA-test met een halfzuster. Blijkens de testuitslag is daarbij niet de verwantschap met verzoeker vastgesteld, maar die met mevrouw [mevrouw]. Zoals hiervoor overwogen, staat tussen partijen vast dat zij een halfzuster is van verzoeker. Gesteld noch gebleken is dat er via een andere weg dan via de man verwantschap bestaat tussen mevrouw [mevrouw] en verzoeker. Verder hebben belanghebbenden deze stelling niet nader onderbouwd, bijvoorbeeld met een verklaring van een deskundige op dit gebied.
2.3.
Het verzoek voldoet aan de eisen die artikel 1:207 BW voor toewijzing van het verzoek tot vaststelling van het vaderschap stelt en zal derhalve worden toegewezen. Ingevolge artikel 1:207 lid 4 BW werkt de hierna uit te spreken vaststelling van het vaderschap, nadat de beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, terug tot het moment van de geboorte van de verzoeker.
2.4.
Ingevolge artikel 1:5h in verbinding met artikel 5d BW vermeldt de rechterlijke uitspraak inzake de vaststelling van het vaderschap de verklaring van de naamskeuze van de verzoeker. De verzoeker heeft bij brief van 18 september 2024 verklaard dat hij zijn geslachtsnaam “[de geslachtsnaam]” wenst te behouden.
2.5.
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal het gerecht de proceskosten compenseren.
Dictum
Het gerecht:
3.1.
stelt vast het vaderschap van wijlen [wijlen], geboren op [geboortedatum] 1938 op [geboorteplaats] en overleden op [overlijdensdatum] 2021 op [overlijdensplaats] van [betrokkene] geboren op [geboortedatum] 1964 op [geboorteplaats];
3.2.
bepaalt dat de wijziging in de registers van de burgerlijke stand geschiedt doordat aan de desbetreffende akten een latere vermelding wordt toegevoegd overeenkomstig artikel 1:20 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek;
3.3.
bepaalt dat de griffier, zodra deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van de beschikking doet toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand te Curacao, opdat deze een latere vermelding toevoegt aan de geboorteakte van de verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en op 24 september 2024 in het openbaar uitgesproken, in aanwezigheid van de griffier.
IW