Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2024-11-28
ECLI:NL:OGEAC:2024:263
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,082 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202400474
Beschikking d.d. 28 november 2024
op het verzoek van:
[de man],
wonend in [woonplaats],
verzoeker,
hierna te noemen: de man,
gemachtigde: mr. E.A. Knoppel,
tegen
[de vrouw],
wonend in [woonplaats],
verweerster,
hierna te noemen: de vrouw,
gemachtigde: mr. J.A.M. Jansen.
1
1. Het (verdere) verloop van de procedure
1.1.
Voor het verloop van het geding tot 28 mei 2024 verwijst het gerecht naar zijn (tussen)beschikking van die datum. Bij die beschikking heeft het gerecht de echtscheiding tussen de man en de vrouw uitgesproken.
1.2.
Dictum
1.3.
Partijen hebben in verband daarmee op 25 juni 2024 een akte aanvullende stukken en op 26 augustus 2024 antwoord akte met producties over hun inkomen en schulden genomen.
1.4.
De voortgezette behandeling heeft plaatsgevonden op 31 oktober 2024, alwaar partijen in persoon zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigden.
De gemachtigde van de vrouw heeft een pleitaantekening ingediend.
1.5.
Beschikking is bepaald op heden.
2De verdere beoordeling
2.1.
De vrouw heeft het gerecht verzocht te bepalen dat de man haar primair een bedrag van NAf 1.120,- per maand, althans subsidiair een bedrag van NAf 700,- per maand te voldoen op de bankrekening van de vrouw, althans een door het gerecht in goede justitie vast te stellen bedrag en termijn, aan partneralimentatie moet betalen, gelet op haar behoeftigheid enerzijds en de draagkracht van de man anderzijds.
2.2.
Voor de beoordeling van de vraag of aanspraak op partneralimentatie bestaat, is van belang vast te stellen of degene die alimentatie verzoekt mede gelet op de tijdens het huwelijk genoten welstand als behoeftig moet worden aangemerkt. Daarnaast dient de draagkracht van de alimentatieplichtige te worden vastgesteld.
2.3.
De vrouw heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat zij wat betreft haar eigen kosten in haar eigen levensonderhoud kan voorzien. Zij het verzoek gedaan omdat zij maandelijks nog altijd kosten van de man voor haar rekening neemt, te weten de verzekeringen en de Flow-rekening. Daarnaast woont een jongmeerderjarig kind van partijen bij de vrouw en betaalt de vrouw zakgeld aan het andere jongmeerderjarig kind van partijen dat in Nederland woont. Met de te ontvangen partneralimentatie beoogt de vrouw deze extra kosten te dekken.
2.4.
De man heeft de behoeftigheid van de vrouw betwist, nu zij naar zij stelt in haar eigen levensonderhoud kan voorzien. De vrouw is werkzaam en geniet een ruim vast inkomen per maand. Bovendien heeft hij geen draagkracht, zo voert de man aan onder verwijzing naar een overzicht van zijn inkomsten en kosten.
2.5.
Reeds omdat de vrouw niet als behoeftig moet worden aangemerkt, komt het verzoek voor afwijzing in aanmerking. De kosten die de vrouw kennelijk voor de man betaalt, om partijen moverende redenen, maken niet dat de vrouw partneralimentatiebehoeftig is. Het ligt op de weg van partijen om hier anderszins afspraken over te maken dan wel hier bij de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap rekening mee te houden. Datzelfde geldt voor de kosten van de jongmeerderjarige kinderen van partijen. Desgewenst kunnen zij een verzoek om kinderalimentatie indienen.
2.6.
De conclusie is dat het verzoek van de vrouw zal worden afgewezen. Gelet op de aard van het geschil en de hoedanigheid van partijen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd.
Dictum
Het gerecht:
3.1.
wijst af het verzoek van de vrouw om partneralimentatie;
3.2.
compenseert de proceskosten aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en op 28 november 2024 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.
BN/