Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2024-05-07
ECLI:NL:OGEAC:2024:261
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,948 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202400453
Beschikking van 7 mei 2024
op het verzoek van:
[Verzoekster],
wonend in [woonplaats],
verzoekster,
procederend in persoon.
1Het procesverloop
1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift met producties, op 8 februari 2024 bij de griffie ingediend;
de mondelinge rolbehandeling op 23 april 2024, waarbij verzoekster aanwezig was;
de e-mail van 1 mei 2024.
1.2.
De uitspraak is bepaald op heden.
Feiten
2.1.
Verzoekster is op [geboortedatum] 1960 op [geboorteplaats] geboren uit [de moeder] (hierna: de moeder). De moeder is overleden op [overlijdensdatum] 2023.
2.2.
Bij leven was de moeder gehuwd met [man v/d moeder], geboren op [geboortedatum] 1930 en overleden op [overlijdensdatum] 2014 (hierna: de man). De man heeft verzoekster op 26 juli 1973 dan wel 9 augustus 1973, nadat hij in het huwelijk was getreden met de moeder, erkend. Verzoekster was toen bijna dertien jaar oud.
2.3.
De beoogd juridische vader [vader] is geboren op [geboortedatum] 1932 op [geboorteplaats] en overleden op [overlijdensdatum] 1969 (hierna: [de vader]). [De vader] was op 23 oktober 1962 gehuwd met [vrouw v/d vader]. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen geboren.
2.4.
De broers en zussen van [de vader] zijn (ook) overleden.
3Het verzoek en de beoordeling
3.1.
Het gerecht heeft het verzoek van verzoekster zo opgevat dat zij het gerecht heeft verzocht de vernietiging van de erkenning door de man uit te spreken en vervolgens het vaderschap van [de vader] over verzoekster vast te stellen.
3.2.
Op grond van het bepaalde in artikel 1:205 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een kind een verzoek tot vernietiging van de erkenning doen wanneer de erkenner niet de biologische vader van het kind is. Dit verzoek moet binnen een termijn van vijf jaar worden ingediend. Deze vijf jaar gaat lopen op het moment dat het kind te weten is gekomen dat de erkenner vermoedelijk niet zijn of haar biologische vader is. Als het kind op dat moment nog minderjarig is moet het verzoek uiterlijk vijf jaar nadat hij/zij meerderjarig is geworden, worden ingediend (lid 4).
3.3.
Gelet op het voorgaande is het verzoek tot vernietiging van de erkeninning door de man te laat ingediend. In het licht van artikel 1:99a BW overweegt het gerecht verder als volgt. Het gerecht acht het voldoende aannemelijk, gelet op de overgelegde stukken en het verhandelde tijdens de rolzitting, dat de man niet de biologische vader is van verzoekster, maar dat [vader] dat is. Verzoekster heeft getracht een DNA-onderzoek te laten doen om haar verzoek te onderbouwen, maar alle naaste verwanten van [vader] zijn inmiddels overleden. Verzoekster heeft een nicht van [de vader] bereid gevonden om haar medewerking te verlenen aan een verwantschapsonderzoek, maar uit een e-mail van LabdeMed blijkt dat uit het vergelijken van DNA-materiaal tussen twee nichten geen conclusie kan worden getrokken over het vaderschap van [de vader] over verzoekster. Verzoekster is op bijna dertienjarige leeftijd door de man, van wie verzoekster wist dat hij niet haar biologische vader was, erkend. Dit was enkele jaren na het overlijden van [vader] en kort na het huwelijk van de moeder en de man. De moeder en de man zijn inmiddels overleden. Aangenomen kan worden dat het huwelijk tussen de man en de moeder de reden is geweest tot erkenning van verzoekster door de man. Verzoekster wenst de juridische werkelijkheid in lijn te brengen met de biologische werkelijkheid. Verzoekster heeft ter zitting nog benadrukt dat dit de enige reden is voor haar verzoek, en dat deze reden voor haar zeer zwaarwegend is. Voor vaststelling van het vaderschap van [de vader] is vereist dat de erkenning door de man wordt vernietigd (zie ook de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van 23 januari 2024, in zaak nr. CUR202205066-CUR2023H00135). Alle belanghebbenden, op verzoekster na, zijn reeds overleden. Ten aanzien de weduwe van [de vader] en mogelijk andere kinderen, kan gewezen worden op artikel 1:207a lid 2 BW, dat, gelet op het tijdsverloop sinds het overlijden van [de vader], in deze zaak van toepassing is. Al deze omstandigheden tezamen brengen het gerecht tot de conclusie dat in dit geval de termijnbepaling van artikel 1:205 lid 4 BW buiten toepassing dient te blijven, om het nadeel op te heffen dat er anders een rechtstoestand zou blijven bestaan die niet in overeenstemming is met de biologische werkelijkheid.
Het gerecht zal verder, nu ook aan de overige wettelijke vereisten is voldaan, het verzoek tot vernietiging van de erkenning van verzoekster door de man toewijzen.
3.4.
De vernietiging van de erkenning werkt, vanaf het moment dat deze beslissing vaststaat, terug tot aan de datum waarop de erkenning is gedaan. Dit betekent dat verzoekster, met terugwerkende kracht, vanaf haar geboorte alleen in familierechtelijke betrekking tot haar moeder heeft gestaan. Haar achternaam wijzigt daardoor automatisch (weer) in die van haar moeder.
Indien de beslissing betreffende de ontkenning in kracht van gewijsde is gegaan:
3.5.
Het verzoek tot vaststelling van het vaderschap van [de vader] is gebaseerd op artikel 1:207 BW en toewijsbaar als vaststaat dat verzoekster geen vader heeft en dat [de vader] haar verwekker is.
3.6.
Aan de eerste eis is voldaan als de beslissing tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap in kracht van gewijsde is gegaan. Aan de tweede eis dat [de vader] de verwekker is, is gelet op hetgeen het gerecht onder 3.3. heeft overwogen, eveneens voldaan. Nu ook overigens niet van bezwaren daartegen is gebleken, zal het gerecht het vaderschap van [de vader] van verzoekster vaststellen.
3.7.
Verzoekster heeft, zoals blijkt uit de nagezonden verklaring van 1 mei 2024, naamskeuze gedaan en ten overstaan van het gerecht verklaard dat zij de geslachtsnaam [moeder]-[vader] zal dragen.
Dictum
Het gerecht:
4.1.
vernietigt de op 26 juli 1973 dan wel 9 augustus 1973 gedane erkenning van [verzoekster], geboren op [geboortedatum] 1960 op [geboorteplaats], door [man van de moeder], geboren op [geboortedatum] 1930 en overleden op [overlijdensdatum] 2014;
4.2.
stelt – onder de opschortende voorwaarde dat de onder 4.1. bedoelde beslissing in kracht van gewijsde is gegaan – vast het vaderschap van [de vader], geboren op [geboortedatum] 1932 op [geboorteplaats] en overleden op [overlijdensdatum] 1969, van [verzoekster], geboren op [geboortedatum] 1960 op [geboorteplaats];
4.3.
stelt vast dat verzoekster de achternaam [moeder]-[vader] zal dragen;
4.4.
bepaalt dat de griffier, wanneer deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van de beschikking doet toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand te Curaçao, om deze toe te voegen aan de desbetreffende onder hem berustende akten;
4.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en op 7 mei 2024 in het openbaar uitgesproken, in aanwezigheid van de griffier.