Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2024-11-14
ECLI:NL:OGEAC:2024:254
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,876 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Afdeling civiel
Zaaknummer: CUR202403519
Beschikking van 14 november 2024
Inzake:
[Verzoeker],
wonende in [woonplaats],
verzoeker,
gemachtigde: mr. S.I. Da Costa Gomez,
tegen
de besloten vennootschap
TORRES ADVANCED ENTERPRISES SOLUTIONS B.V.,
gevestigd in Curaçao,
verweerster,
gemachtigde: mr. D.I.E.I. Lichtenberg,
Partijen zullen hierna [verzoeker] en Torres AES B.V. worden genoemd.
1Het procesverloop
1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift met producties van 10 september 2024,
de nadere productie van Torres AES B.V. van 15 oktober 2024,
de mondelinge behandeling van 17 oktober 2024, waar zijn verschenen: [verzoeker], bijgestaan door mr. Da Costa Gomez, en de directeur [directeur 1](hierna: [directeur 1]) namens Torres AES B.V., bijgestaan door mr. Lichtenberg;
de pleitnotitie van mr. Lichtenberg.
Feiten
2.1. [
verzoeker], thans 62 jaar oud, is op 14 april 2022 in dienst getreden bij
Torres AES B.V. als Security Guard. Hij was laatstelijk bij het Parlement van Curaçao te werk gesteld tegen een nettoloon van gemiddeld NAf 2.200,11 per maand.
2.2.
Bij de arbeidsovereenkomst zijn partijen – voor zover hier van belang – onder meer het volgende overeengekomen:
“(…) Termination of Employment
Management may also terminate your service by necessary measures should yo be found to be in breach or in violation of all or any of the terms and conditions set out in your contract of employment signed between the management and
you. (…)
Restrictive Convenants/Non-Competition: In consideration of this offer of employment and Torres Advanced Enterprise Solutions B.V. undertakings hereunder, during the term of your employment you hereby agree not to directly or indirectly own, operate, manage, consult with, or be employed by, any other individual(s) or entity(ies) whose business is substantially similar to or competitive with the present business of Torres Advanced Enterprise Solutions B.V or such other business in which Torres Advanced Enterprise Solutions B.V. and/or its affiliates may substantially engage during the term of your employment. In addition, during the term of your employment, you agree that you will not solicit any individual or business entity with whom Torres Advanced Enterprise Solutions B.V. and/or its affiliates has a business relationship for the purpose of doing business with said individual(s0 or entity(ies), either for your own use and benefit or on behalf of, or as an agent, servant and/or employee of any other individual(s) or business
entity(ies) (…)”
2.3.
Bij brief van 6 juni 2024 is [verzoeker] op staande voet ontslagen. De brief
luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
“(…) By means of this letter we confirm that you are dismissed effective today, Jun 6, 2024. Reason for your
dismissal with immediate effect is because of to our conversation of last, Monday June 3, 2024, we gave 2x 24
hours to hand us a written confirmation that you will no longer participate in the tender by our customer,
Parliament of Curaçao, but you refused to do so.
You agree that you will not solicit any individuals or business entity with whom Torres Advanced Enterprise
Solutions B.V. and you did contrary, and this is unacceptable for us. (…)”
2.4.
Bij brief van 11 juni 2024 aan Torres AES B.V. heeft [verzoeker] – voor zover hier van belang – als volgt medegedeeld:
“(…) In antwoord op uw schrijven d.d. 6 juni 2024, waarin u mij informeert over mijn ontslag op staande voet, teken ik bij deze bezwaar tegen mijn ontslag.
De reden dat ik bezwaar teken tegen mijn ontslag is dat het ontslag volgens mijn informatie niet voldoet aan de wettelijke regels. U heeft geen basis voor een ontslag op staande voet. Het slechts speculeren of het horen zeggen is evenmin grond voor ontslag op staande voet. U heeft zich voorts ook niet gehouden aan andere wettelijke bepalingen van het Burgerlijk Wetboek, boek 7A van Curaçao. (…)”
2.5.
Op een gegeven moment begaf [verzoeker] zich naar het Ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn (SOAW).
2.6.
Torres AES B.V. volhardt in het gegeven ontslag op staande voet.
Geschil
3.1. [
verzoeker] verzoekt, bij beschikking, voor zoveel als mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad, dat het gerecht:
1. het ontslag op staande voet, van 6 juni 2024, nietig zal verklaren;
2. verweerster zal veroordelen om, zo nodig tegen behoorlijk bewijs van kwijting, het vertragingsloon ex artikel 7A:1614 q BW over iedere loontermijn, waarover deze reeds verschuldigd is geworden of nog zal worden, alsook de wettelijke rente over iedere loontermijn, die onbetaald is gebleven of onbetaald zal blijven, en wel met ingang van de eerste dag na de dag, waarop de betreffende loontermijn verschuldigd en opeisbaar werd of nog zal worden te betalen;
3. verweerster zal veroordelen in de kosten van dit geding.
3.2.
Ter onderbouwing van zijn verzoek heeft [verzoeker] aangevoerd dat het ontslag op staande voet nietig is, nu er geen sprake was van een dringende reden en Torres AES B.V. hem heeft ontslagen zonder toestemming van SOAW.
3.3.
Torres AES B.V. voert gemotiveerd verweer en concludeert tot afwijzing van het verzochte.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
Het onvermogen van [verzoeker] om proceskosten te dragen is uit de overgelegde stukken genoegzaam gebleken. Aan hem zal toelating worden verleend om kosteloos te procederen.
4.2.
Het verweer van Torres AES B.V. dat [verzoeker] reeds heeft berust in het ontslag wordt gepasseerd. Weliswaar staat in de brief van 11 juni 2024 niet met zoveel woorden dat [verzoeker] bereid is het werk te hervatten, maar uit de bewoordingen van de brief en het handelen van [verzoeker] hierna valt ondubbelzinnig af te leiden dat [verzoeker] niet had berust in het ontslag op staande voet. Het feit dat een medewerker van SOAW en vervolgens ook een advocaat kennis hebben genomen van de inhoud van de brief en geen actie hebben ondernomen, maakt het voorgaande niet anders.
Onverwijldheid?
4.3.
Op grond van artikel 7A:1615o lid 1 BW is ieder van partijen bevoegd de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen om een dringende reden, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij. Voor het antwoord op de vraag of een ontslag al dan niet onverwijld is geschied, is beslissend het tijdstip waarop de dringende reden voor dat ontslag ter kennis is gekomen van degene die bevoegd was het ontslag te verlenen.
4.4.
Het betoog van [verzoeker] dat het ontslag niet onverwijld aan hem is medegedeeld, wordt gepasseerd. Naar Torres AES B.V. ter zitting onweersproken heeft aangevoerd is [verzoeker] (meerdere malen) erop gewezen dat hij niet gedurende zijn dienstverband met Torres AES B.V. kon deelnemen aan enige aanbestedingsprocedure en dat in het geval hij dit toch wel zou doen, dit gevolgen zou hebben voor zijn dienstverband. Bij brief van 3 juni 2024 is hem vervolgens onverplicht 2x24 uur gegeven om het vermeende bod in te trekken. Bij het uitblijven daarvan is Torres AES B.V. direct overgegaan tot het ontslag op staande voet. Zonder nadere uitleg door [verzoeker], die ontbreekt, valt niet in te zien dat Torres AES B.V. niet voldoende voortvarend heeft gehandeld.
Dringende reden?
4.5.
Een ontslag op staande voet is een uiterst middel dat slechts mag worden gegeven als van de werkgever op grond van een dringende reden niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst met de betreffende werknemer nog langer te laten voortduren. In artikel 7A: 1615p lid 1 BW is bepaald dat voor de werkgever als dringende redenen worden beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die tot gevolg hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Volgens vaste rechtspraak moeten bij de beoordeling van de vraag of van een zodanige dringende reden sprake is, alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen, waaronder begrepen de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. Daarbij dient niet alleen te worden gelet op de aard en de ernst van de aan de werknemer verweten gedraging, maar moeten ook de aard van de dienstbetrekking, de duur daarvan en de wijze waarop de werknemer die dienstbetrekking heeft vervuld, in de afweging worden betrokken. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag voor hem zullen hebben.
4.6.
Volgens de ontslagbrief is [verzoeker] ontslagen omdat hij, ondanks dat hem daartoe een termijn is gegund van 2 X 24 uur, zijn bod in de aanbestedingsprocedure bij het Parlement, een klant van Torres AES B.V., niet heeft ingetrokken.
4.7. [
verzoeker] betwist de hem verweten gedragingen. Verder voert [verzoeker] aan dat de hem verweten gedragingen, indien deze al vast zouden komen te staan, geen reden opleveren voor ontslag op staande voet, maar dat een lichter middel had volstaan.
4.8.
Naar het oordeel van het gerecht leveren de [verzoeker] verweten gedragingen, indien deze vast komen te staan, een dringende reden in vorenbedoelde zin op. Het gaat om gedragingen waarbij een werknemer, tegen uitdrukkelijke afspraken in de arbeidsovereenkomst in, de directe concurrentie aangaat met zijn werkgever, ten aanzien bovendien van werkzaamheden die hij thans in loondienst van diezelfde werkgever uitvoert.
4.9.
Het is aan Torres AES B.V. als werkgever om de dringende reden voor het ontslag op staande voet te bewijzen. De door de werkgever medegedeelde dringende reden ‘fixeert’ de ontslagreden en bepaalt daarmee ook de bewijslast van de werkgever ten aanzien van het ontslag op staande voet. Dit betekent dat de werkgever niet nadien nog andere redenen aan het ontslag op staande voet ten grondslag kan leggen. Wel kan de werkgever ná het gegeven ontslag op staande voet (nader) bewijs aanvoeren van de aan het ontslag ten grondslag gelegde dringende reden.
4.8.
Ter onderbouwing van haar stellingen met betrekking tot het ontslag op staande voet heeft Torres AES B.V. aangevoerd dat over het vermeende bod van [verzoeker] in de aanbestedingsprocedure meerdere gesprekken hebben plaatsgevonden tussen [directeur 1] en [verzoeker], waarbij laatstgenoemde zijn deelname in die procedure heeft bevestigd. Ook heeft Torres AES B.V. verwezen naar een overgelegde verklaring van de administratief manager [getuige 1].
4.9. [
verzoeker] heeft hiertegenover gesteld dat hij weliswaar is benaderd door collega’s van het Parlement waar hij destijds werkzaam was als beveiligingsmedewerker om deel te nemen aan de aanbestedingsprocedure, maar dat hij, toen hij zich realiseerde hoeveel verantwoordelijkheden het hebben van een eigen beveiligingsbedrijf met zich meebracht, van deelname heeft afgezien. Tot het oprichten van een eigen bedrijf en het daadwerkelijk deelnemen aan de aanbesteding is het dus nooit gekomen. Volgens [verzoeker] heeft hij deelname aan het aanbestedingsproces dan ook onmogelijk aan [directeur 1] en/of anderen kunnen bevestigen. Iets dat niet heeft plaatsgevonden, kan hij ook niet intrekken, aldus nog steeds [verzoeker].
4.10.
Gelet op de gemotiveerde betwisting van [verzoeker] dat hij heeft deelgenomen aan de aanbestedingsprocedure, ligt het op de weg van Torres AES B.V. om haar stellingen te bewijzen. Torres AES B.V. heeft (getuigen)bewijs aangeboden. Zij zal daartoe in de gelegenheid worden gesteld.
4.11.
Indien Torres AES B.V. het bewijs (mede) wenst te leveren door schriftelijke stukken of andere gegevens, moet zij deze stukken afzonderlijk in het geding brengen. Indien Torres AES B.V. het bewijs wil leveren door het doen horen van getuigen, moet zij dit vermelden en de verhinderdata opgeven van alle partijen en van de op te roepen getuigen. Het gerecht zal dan vervolgens een dag en uur voor een getuigenverhoor bepalen. Partijen moeten bij de getuigenverhoren in persoon aanwezig zijn. Indien een partij zonder gegronde reden niet verschijnt, kan dit nadelige gevolgen voor die partij hebben.
4.12.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
Dictum
Het Gerecht:
5.1.
laat [verzoeker] toe om kosteloos te procederen;
5.2.
stelt Torres AES B.V. in de gelegenheid om bewijs bij te brengen van haar stelling dat [verzoeker] in strijd met de arbeidsovereenkomst heeft deelgenomen aan de aanbestedingsprocedure van het Parlement van Curaçao, en, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, zijn bod niet heeft ingetrokken;
5.3.
bepaalt dat, indien Torres AES B.V. bewijs wil leveren door middel van het horen van getuigen, zij uiterlijk op 28 november 2024, per mail aan het gerecht:
- de namen en woonplaatsen van de getuigen dient op te geven;
- moet opgeven op welke dagen alle partijen, hun (eventuele) gemachtigden en de getuigen in de drie maanden nadien verhinderd zijn;
5.4.
bepaalt dat de datum van het getuigenverhoor in beginsel niet zal worden gewijzigd nadat daarvoor dag en tijdstip zijn bepaald;
5.5.
bepaalt dat Torres AES B.V. de getuige(n) zelf dient op te roepen, en deze bij het Gerecht en de wederpartij moet aanzeggen uiterlijk een week voor de datum van het getuigenverhoor;
5.6.
bepaalt dat, indien Torres AES B.V. (mede) bewijs wil leveren door middel van schriftelijke bewijsstukken, zij die stukken vóór of uiterlijk op 28 november 2024 per mail aan het gerecht in het geding moet brengen;
5.7.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door
mr. M.D.M. Connor, griffier, en op 14 november 2024 in het openbaar uitgesproken.