Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2024-08-19
ECLI:NL:OGEAC:2024:253
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,336 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202303698
Vonnis van 19 augustus 2024
in de zaak van
1[Eiser 1] en
2. [Eiser 2],
h.o.d.n. JA SPORTMANAGEMENT, beiden wonend in [woonplaats], eisers in conventie,
verweerders in reconventie, gemachtigde: mr. N.V.R. Doekhie,
tegen
[Gedaagde],
wonend in [woonplaats], gedaagde in conventie,
eiser in reconventie, gemachtigde: mr. J.D.C. Sintiago.
1Het procesverloop
1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift van 15 november 2023,
de conclusie van antwoord en eis in reconventie van 11 maart 2024,
akte productie 16 van 27 mei 2024 zijdens eisers,
de mondelinge behandeling van 3 juni 2024,
de pleitnotities van eisers.
1.2.
De te laat ingediende producties zijdens eisers zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, buiten beschouwing gelaten (artikel 12 lid 3 Procesreglement).
1.3.
Vonnis is bepaald op vandaag.
Feiten
2.1. [
belanghebbende 1] (hierna: [belanghebbende 1]) was in gemeenschap van goederen gehuwd met gedaagde (hierna: [gedaagde]) en was de moeder van eiseres sub 2 (hierna: [eiser 2]). [belanghebbende 1] was ernstig ziek en op 16 mei 2021 is zij naar Nederland gegaan voor een second opinion. Zij is daarna in Nederland behandeld en niet meer teruggekeerd naar Curaçao. [belanghebbende 1] is in Nederland op 5 mei 2023 overleden.
2.2.
De kosten van de medische behandeling van [belanghebbende 1] in Nederland zijn aanvankelijk betaald door (de onderneming van) eisers. Vanaf september 2021 had [belanghebbende 1] een ziektekostenverzekering in Nederland en werd het grootste deel van de medische kosten vergoed.
2.3.
Op 10 juni 2021 hebben eisers een verzoek ingediend bij de SVB ter vergoeding van de medische kosten van [belanghebbende 1] in Nederland. Dit verzoek is afgewezen. Ook is [eiser 2] een procedure gestart tegen verzekeringsmaatschappij SAGICOR ter zake van overlijdensrisicoverzekeringen van haar ouders. In deze procedure is zij in het ongelijk gesteld.
2.4.
Eisers hebben als productie 10 een document overgelegd, genaamd ‘Aanvraagformulier akkoordverklaring’. Hierin staat, voor zover relevant:
‘Ik mevrouw [belanghebbende 1] verklaart, dat ik toestemming heeft gegeven aan mijn dochter [eiser 2] en de heer [eiser 1] om onderstaande facturen voor mij te betalen voor mijn ziekte in de periode tussen 16 mei 2021 en heden.
Naam: [eiser 2] (mijn dochter en tegelijkertijd mijn mentor)
(…)
En
Naam: [eiser 1] (man van mijn dochter)
(…)
Deze geldbedragen horen zeker tot mijn dochter [eiser 2] en de heer [eiser 1]:
(…)
€ 79.016,04
Getekend door:
Op 28-12-2022 te Amstelveen
[belanghebbende 1] [eiser 2] [eiser 1].
2.5.
Nadat [belanghebbende 1] is overleden hebben eisers [gedaagde] aangesproken op betaling van de door hen betaalde kosten. Omdat [gedaagde] niet betaalde, hebben zij op 16 oktober 2023 beslag laten leggen op een perceel grond van [gedaagde].
3De vorderingen in conventie en in reconventie
in conventie
3.1.
Eisers vorderen, na toelichting ter zitting, betaling van een bedrag van NAf 145.160, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 november 2023, kosten rechtens.
3.2.
Zij leggen het hiervoor onder 2.3. vermelde document van 28 december 2022 aan de vordering ten grondslag. Ter zitting is de vordering van het op het document vermelde totaalbedrag van € 79.016,04 verminderd tot het in het lichaam van het verzoekschrift vermelde bedrag van € 76.000 of NAf 145.160.
in reconventie
3.3. [
gedaagde] vordert opheffing van het door eisers gelegde conservatoir beslag op het perceel grond in het Tweede District van Curaçao te [buurt], ter grootte van 823 m2, nader omschreven in meetbrief 569 van 10 november 2005 en veroordeling van eisers in de kosten van de procedure in reconventie.
in conventie en in reconventie
3.4.
Partijen hebben over en weer verweer gevoerd dat, voor zover relevant, bij de beoordeling wordt betrokken.
Beoordeling
4.1.
Eisers hebben ter zitting onweersproken gesteld dat in september 2022 in Nederland bij rechterlijke beschikking de (toekomstige) goederen van [belanghebbende 1] onder bewind zijn gesteld en een bewindvoerder is benoemd. Eisers hebben een externe bewindvoerder ingeschakeld om aan [gedaagde] te kunnen laten zien dat zij niets verkeerd deden, zo heeft [eiser 2] ter zitting nog verklaard. Het gerecht neemt dan ook als vaststaand feit aan dat de goederen die aan [belanghebbende 1] toebehoorden op grond van het Nederlands recht onder bewind zijn gesteld. Daaronder zijn gelet op artikel 1:431 lid 5 van Nederlands Burgerlijk Wetboek (NBW) ook begrepen goederen die behoorden tot haar huwelijksgemeenschap.
4.2.
Op grond van artikel 1:438 NBW kwam aan [belanghebbende 1] na de onderbewindstelling van haar goederen niet langer het beheer toe over deze goederen en kon zij slechts met medewerking van de bewindvoerder over haar onder bewind staande goederen beschikken. Een na de datum van instelling van bewind zonder medewerking van de bewindvoerder of machtiging van de kantonrechter verrichte beschikkingshandeling is dan ook ongeldig. Met de akkoordverklaring van 28 december 2022 heeft [belanghebbende 1] over haar onder bewind gestelde vermogen beschikt in vorenbedoelde zin. Gesteld noch gebleken is dat dit met medewerking van de bewindvoerder dan wel na machtiging van de kantonrechter is gebeurd. Het voorgaande brengt mee dat de akkoordverklaring, die dateert van na de onderbewindstelling, niet geldig is. Uit het feit dat eisers zelf een bewindvoerder hebben ingeschakeld volgt voorts dat zij het bewind kenden en aan hen de derdenbescherming op grond van artikel 1:439 lid 1 NBW niet toekomt.
4.3.
Dat betekent dat de vordering op deze grondslag niet toewijsbaar is en zal worden afgewezen. Nu eisers de vordering niet op een andere grondslag hebben gegrond, hoeven de overige stellingen en verweren geen bespreking. Het gerecht merkt overigens nog op dat 1) eisers ook desgevraagd niet konden toelichten waarom [gedaagde] het gevorderde bedrag zou moeten betalen, onder meer nu de huwelijksgemeenschap is ontbonden door het overlijden van [belanghebbende 1] en 2) [gedaagde] gemotiveerd heeft aangevoerd dat eisers hem steeds hebben voorgehouden dat alle kosten vergoed zouden worden. Bij deze stand van zaken is het de vraag of de vordering op andere gronden toewijsbaar is.
4.4.
Nu eisers in het ongelijk worden gesteld, worden zij veroordeeld in de proceskosten. De kosten van [gedaagde] worden tot aan deze uitspraak begroot op NAf 4.000 aan gemachtigdensalaris (2 punten in tarief 7).
in reconventie
4.5.
Als gevolg van het afwijzen van de vordering in conventie vervalt het conservatoir beslag nadat deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan (artikel 704 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). [gedaagde] heeft opheffing van het beslag, uitvoerbaar bij voorraad, gevorderd. Het gerecht zal het beslag opheffen, zodat per heden het beslag in het register kan worden doorgehaald.
4.6.
De proceskosten in reconventie komen gelet op de uitslag van de procedure voor rekening van eisers en worden voor [gedaagde] op NAf 2000,- begroot, nu de reconventionele vordering in overwegende mate op dezelfde stellingen als het verweer in conventie is gebaseerd.
Dictum
Het gerecht:
in conventie
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt eisers in de proceskosten van [gedaagde] van NAf 4.000;
in reconventie
5.3.
heft het beslag op;
5.4.
veroordeelt eisers in de proceskosten van [gedaagde] van NAf 2.000;
in conventie en in reconventie
5.8.
verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door mr. M.M.M. van Leest, griffier, en in het openbaar uitgesproken.