Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2024-08-26
ECLI:NL:OGEAC:2024:243
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,762 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202303797
Vonnis van 26 augustus 2024
in de zaak van
[Eiseres],
wonend in [woonplaats], eiseres, gemachtigde: mr. R.S.M. Moeniralam,
tegen
[Gedaagde],
wonend in [woonplaats], gedaagde, gemachtigde: mr. A.J. Winter.
Partijen worden hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd.
1Het procesverloop
1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift van 23 november 2023,
de conclusie van antwoord van 6 mei 2024,
de mondelinge behandeling van 16 juli 2024,
de pleitnotities van [eiseres].
1.2.
De te laat ingediende producties zijdens [eiseres] zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, buiten beschouwing gelaten (artikel 12 lid 3 Procesreglement).
1.3.
Vonnis is bepaald op vandaag.
Feiten
2.1.
Partijen zijn op 30 december 1997 in gemeenschap van goederen gehuwd in Curaçao. Op 9 mei 2022 heeft [gedaagde] bij het gerecht een verzoek tot echtscheiding ingediend.
2.2.
De echtscheiding is uitgesproken bij beschikking van het gerecht van 20 september 2022. In deze beschikking heeft het gerecht ook het volgende beslist:
‘4.3. beveelt partijen na inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand met elkaar over te gaan tot verdeling van de gemeenschap van goederen waarin partijen zijn gehuwd;
4.4.
benoemt voor het geval dat de partijen niet binnen een maand na deze uitspraak omtrent de keuze van een notaris overeenstemming hebben bereikt, tot notaris ten overstaan van wie de werkzaamheden der verdeling zullen plaatsvinden mr. M.B. Samandar, notaris, of een van zijn plaatsvervangers;
4.5.
benoemt tot onzijdige personen in geval van weigerachtigheid en/of nalatigheid van de vrouw en/of de man tot medewerking aan de werkzaamheden der verdeling, de deurwaarders S.C.M. Ersilia en C.L. Villanueva, beiden wonende in [woonplaats], ter vertegenwoordiging van respectievelijk de vrouw en de man;’.
2.3.
Bij beschikking van 10 januari 2023 heeft het gerecht bepaald dat [gedaagde] met ingang van 1 december 2022 een bedrag van NAf 450 aan [eiseres] zal betalen ter voorziening in de kosten van verzorging en de opvoeding van het minderjarige kind van partijen, en dat [gedaagde] van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 als bijdrage in de kosten van het levensonderhoud van [eiseres] NAf 2.550 per maand zal betalen.
2.4.
Het huwelijk van partijen is per 26 januari 2023 door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in het daartoe bestemde register ontbonden. Daarmee is de huwelijksgemeenschap met ingang van de datum van indiening van het verzoek tot echtscheiding ontbonden.
3De vordering en de standpunten van partijen
3.1. [
eiseres] vordert, na vermindering van eis, dat het gerecht:
haar verlof verleent kosteloos te procederen;
bepaalt dat wordt overgegaan tot de (gerechtelijke) verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap tussen partijen en de wijze van verdeling bepaalt;
[gedaagde] veroordeelt het bedrag van NAf 7.100 te voldoen aan [eiseres];
voor recht verklaart dat de koopovereenkomst betreffende de verkoop van de echtelijke woning aan Zengo International Company Inc. is vernietigd door het beroep van [eiseres] op artikel 1:88 Burgerlijk Wetboek (BW);
bepaalt dat de door [gedaagde] tijdens het huwelijk aangegane schulden door hem moeten worden gedragen;
[gedaagde] veroordeelt in de proceskosten.
3.2.
Zij legt –samengevat- aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] niet meewerkt aan de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. Ook heeft [gedaagde] een achterstand laten ontstaan in zijn alimentatiebijdragen. Verder is de echtelijke woning in 2014 verkocht. [gedaagde] heeft haar gedwongen de koopovereenkomst te tekenen, waarbij de woning voor een veel te laag bedrag is verkocht aan een vennootschap van [gedaagde], zo is [eiseres] achteraf gebleken.
3.3. [
gedaagde] heeft verweer gevoerd dat, voor zover relevant bij de beoordeling zal worden betrokken.
Beoordeling
4.1.
Het verzoek van [eiseres] om kosteloos te procederen is gelet op het overgelegde bewijs van onvermogen toewijsbaar.
de vorderingen met betrekking tot verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap
4.2.
Zoals hiervoor onder 2.4. is vermeld, is de huwelijksgemeenschap ontbonden. [eiseres] vordert thans verdeling van die gemeenschap.
Partijen zijn niet overgegaan tot verdeling, zoals was bevolen in de echtscheidingsbeschikking (zie r.o. 2.2.). Evenmin hebben zij de daartoe door het gerecht in de echtscheidingsbeschikking bevolen (wettelijk voorgeschreven) marsroute doorlopen. Partijen hebben daarvoor geen legitieme reden gegeven. De enkele stelling van [eiseres], door [gedaagde] overigens ook weersproken, dat [gedaagde] niet meewerkt aan de verdeling, is daartoe onvoldoende, evenals de stelling van [eiseres] dat er bij notarissen hier te lande lange wachttijden zijn.
Het gerecht zal daarom bij dit vonnis bepalen dat dit alsnog moet gebeuren.
4.3.
Partijen verschillen van mening over de omvang van de boedel. Het gerecht overweegt dat het voor de hand ligt dat partijen de verdeling laten aanvangen met een boedelbeschrijving in de zin van artikel 3:194 Burgerlijk Wetboek (BW) en dat zij daartoe gezamenlijk de notaris opdracht geven –al dan niet door tussenkomst van de onzijdige persoon. Zo nodig kan iedere partij dit op de voet van artikel 3:194 lid 1 BW afdwingen. Het gerecht wijst er volledigheidshalve in dit verband op dat krachtens artikel 3:194 lid 2 BW een deelgenoot die opzettelijk tot de gemeenschap behorende goederen verzwijgt, zoek maakt of verborgen houdt, zijn of haar aandeel in die goederen aan de andere deelgenoot verbeurt.
4.4.
Ter zake van dit onderdeel van de vordering zal iedere verdere beslissing worden aangehouden en de zaak worden verwezen naar de parkeerrol. De meest gerede partij kan te zijner tijd bij akte, onder overlegging van een procesverbaal (van non-vereniging) van de notaris in de zin van artikel 678 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en onder overlegging van een door de notaris ter zake van de gemeenschap gemaakte boedelbeschrijving – zo die is opgemaakt – verzoeken de zaak weer op de lopende rol te plaatsen om verder te procederen.
4.5.
In het kader van de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap, kunnen partijen ten aanzien van de aansprakelijkheid voor gemeenschapsschulden afspraken maken. De vordering van [eiseres] ter zake van aansprakelijkheid van gestelde gemeenschapsschulden, valt dan ook binnen die kaders. Reeds hierom wordt de beslissing in zoverre ook aangehouden, daargelaten dat deze vordering niet is onderbouwd en niet voldoende is gespecificeerd.
de vordering tot betaling van NAf 7.100
4.5. [
eiseres] stelt dat [gedaagde] een achterstand van NAf 7.100 heeft laten ontstaan in de betalingen van kinder- en partneralimentatie. [gedaagde] heeft dit betwist en aangevoerd dat hij slechts NAf 100 (nog) niet heeft voldaan. Voor het overige heeft hij voldaan aan zijn betalingsverplichtingen.
4.6.
Het gerecht overweegt dat de alimentatieverplichtingen van [gedaagde] volgen uit voormelde beschikking van het gerecht van 10 januari 2023. Indien en voor zover [gedaagde] niet aan deze verplichtingen voldoet, kan [eiseres] die beschikking executeren, hetgeen zij kennelijk ook heeft gedaan door middel van het laten leggen van executoriaal beslag op het loon van [gedaagde]. Stellingen en weren ter zake kunnen zo nodig in een executiegeschil aan de orde worden gesteld. Voor een veroordeling tot betaling van bedragen, waartoe [gedaagde] reeds bij beschikking van het gerecht veroordeeld is, en welke beschikking bovendien ook is geëxecuteerd, is in deze procedure dan ook geen ruimte. Deze vordering zal worden afgewezen.
verklaring voor recht ter zake van de vernietiging van de koopovereenkomst
4.7.
In 2014 is de gezamenlijke echtelijke woning van partijen verkocht. [eiseres] stelt dat zij destijds onder dwang haar handtekening onder de koopovereenkomst heeft gezet, althans dat [gedaagde] haar heeft bedrogen, althans dat zij heeft gedwaald. Volgens [eiseres] had [gedaagde] haar voorgehouden dat de woning weliswaar werd verkocht, maar in de toekomst weer zou worden teruggekocht. Echter, de koper van de woning bleek een vennootschap van [gedaagde] en het terugkopen bleek achteraf niet mogelijk omdat intussen op de woning beslag werd gelegd door een schuldeiser van die koper en de woning vervolgens executoriaal is verkocht, aldus [eiseres]. Deze stellingen worden door [gedaagde] betwist.
4.8.
Een beroep op vernietiging van een rechtshandeling op grond van artikel 1:89 lid 1 BW, hetgeen [eiseres] met de vordering in zoverre kennelijk beoogd, richt zich in de regel tegen de wederpartij bij die overeenkomst. Die wederpartij is niet in deze procedure betrokken en daar is de vordering, zo heeft [eiseres] ter zitting uitdrukkelijk verklaard, ook niet tegen gericht. Reeds om die reden is dit onderdeel van de vordering niet toewijsbaar.
Proceskosten
4.9.
Omdat partijen ex-echtgenoten zijn, zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dictum
Het gerecht:
5.1.
verleent [eiseres] verlof kosteloos te procederen;
5.2.
bepaalt dat partijen ter zake van de verdeling van de gemeenschap alsnog het in de echtsscheidingsbeschikking onder 4.3. tot 4.5. bepaalde dienen te volgen, waarbij rekening wordt gehouden met hetgeen hiervoor onder 4.4. is overwogen;
5.3.
houdt iedere verdere beslissing aan en verwijst de zaak naar de eerstvolgende parkeerrol.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door mr. M.M.M. van Leest, griffier, en in het openbaar uitgesproken.