Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2024-06-12
ECLI:NL:OGEAC:2024:239
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,266 tokens
Inleiding
Parketnummer: 500.00048/24
Uitspraak: 12 juni 2024 Tegenspraak
Vonnis van dit Gerecht
in de strafzaak tegen de verdachte:
[Verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2005 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats],
[adres 1].
Onderzoek van de zaak
Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 12 juni 2024. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman mr. U. Dickens, advocaat in Curaçao.
De officier van justitie, mr. S. Polderman, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder 1 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, met aftrek van voorarrest. De officier van justitie is van mening dat voor het onder 2 ten laste gelegde het wettig en overtuigend bewijs ontbreekt en heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht de verdachte van dit feit zal vrijspreken.
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte integraal zal worden vrijgesproken van al hetgeen ten laste is gelegd.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
feit 1:
hij op of omstreeks 19 februari 2024, althans in of omstreeks de maand
februari 2024, in Curacao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer vuurwapen(s), althans (een) soortgelijke voor bedreiging of afdreiging geschikt(e) voorwerp(en) in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, te weten een of meerdere pisto(o)l(en) (van het merk [vuurwapenmerk 1] en/of van het merk [vuurwapenmerk 2]), kaliber 9 mm en/of munitie, in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, te weten 33 (drie en dertig) stuks scherpe patronen kaliber 9 mm en/of 15 stuks scherpe patronen (vijftien) kaliber 9 mm, voorhanden heeft gehad;
(artikel 3 jo 11 van de Vuurwapenverordening 1930)
feit 2:
hij op of omstreeks 19 februari 2024, althans in of omstreeks de maand
februari 2024 te Curacao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft ingevoerd in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval in zijn bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend, ongeveer 571 gram cocaine en/of heroine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaine en/of heroine, althans enige bereiding van cocaine en/of heroine, zijnde cocaine en/of heroine (een) middel(en) als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening 1960 en/of in de Beschikking van de Minister van Volksgezondheid van 6 januari 2005 (P.B. 2005 no. 13);
(artikel 3 j° 11-1 Opiumlandsverordening 1960)
Formele voorvragen
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
Vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde
Het Gerecht is van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat om te kunnen vaststellen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 ten laste gelegde.
De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het ten laste gelegde voorhanden hebben van verdovende middelen.
Bewezenverklaring
Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op of omstreeks 19 februari 2024, althans in of omstreeks de maand
februari 2024, in Curacao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer vuurwapen(s), althans (een) soortgelijke voor bedreiging of afdreiging geschikt(e) voorwerp(en) in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, te weten een of meerdere pisto(o)l(en) (van het merk [vuurwapenmerk 1] en/of van het merk [vuurwapenmerk 2]), kaliber 9 mm en/of munitie, in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, te weten 33 (drie en dertig) stuks scherpe patronen kaliber 9 mm en/of 15 stuks scherpe patronen (vijftien) kaliber 9 mm, voorhanden heeft gehad;.
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring. De inhoud van de bewijsmiddelen is telkens zakelijk weergegeven. Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft en, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 387, eerste lid, aanhef, onder e het Wetboek van Strafvordering betreft, telkens slechts wordt gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.
Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaandui-ding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Curaçao.
1. De verklaring van de verdachte zoals afgelegd tijdens de terechtzitting van 12 juni 2024 ten overstaan van de rechter in eerste aanleg, zakelijk weergegeven:
Ik ben in de nacht van 19 februari 2024 blijven slapen in het pand van [betrokkene 1], op de [adres 2]. Ik deelde een slaapkamer met [betrokkene 2] en [betrokkene 3].
2. Een aanvullend proces-verbaal van huiszoeking [adres 2], #2024103900.HZ, pag 233 e.v. van het zaaksdossier Intermedio deel I, opgesteld en op 1 maart 2024 gesloten en ondertekend door verbalisant [verbalisant 1], voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
3. Een proces-verbaal forensisch onderzoek aan een op een vuurwapen gelijkende voorwerp (TFOC.2024.02.19, pagina 255 en 256 van het zaaksdossier Intermedio), opgesteld en op 18 maart 2024 gesloten en ondertekend door verbalisant [verbalisant 2], voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op maandag 19 februari 2024 werd op het adres [adres 2] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in beslag genomen. (aanbiedingsbrief 001209/2024) Het…is een pistool van het merk [vuurwapenmerk 1] model [vuurwapenmerk 1] van het kaliber 9x19mm voorzien van het serienummer [serienummer 1] samen met drieëndertig (33) scherpe patronen van het kaliber 9x19mm voorzien van de bodemstempels 6x S&B 10x WIN, 16xWMA, 1x PMP.
Samenvatting:
Het voor onderzoek aangeboden pistool (aanbiedingsbrief 001209/2024) is een vuurwapen in de zin van de Vuurwapenverordening 1930.
Het voor onderzoek aangeboden pistool is deugdelijk of tot schieten gereed.
Het voor onderzoek aangeboden pistool is voor bedreiging of afdreiging geschikt.
De voor onderzoek aangeboden scherpe patronen zijn deugdelijk.
4.
Dictum
Het Gerecht:
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 is ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
bepaalt dat van deze straf een gedeelte, groot 4 (vier) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt;
onttrekt aan het verkeer de in beslaggenomen vuurwapens en de bijbehorende munitie.
Dit vonnis is gewezen door rechter mr. J. Snitker, bijgestaan door mr. B.G. Scheepbouwer, (zittingsgriffier), op 12 juni 2024 in tegenwoordigheid van de griffier mondeling uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao en op 29 juli 2024 op schrift gesteld.
uitspraakgriffier:
Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Curaçao d.d. 31.05.2024, deel I en II, geregistreerd onder proces-verbaalnummer 202406011200.SLOT en de onderzoeksnaam “Intermedio”.
Inleiding
Een proces-verbaal forensisch onderzoek aan een op een vuurwapen gelijkende voorwerp (TFOC.2024.02.19, pagina 257 en 258 van het zaaksdossier Intermedio), opgesteld en op 18 maart 2024 gesloten en ondertekend door verbalisant [verbalisant 2] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op maandag 19 februari 2024 werd op het adres [adres 2], een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in beslag genomen. (aanbiedingsbrief 001210/2024) Het…is een pistool van het merk [vuurwapenmerk 2] van het kaliber 9mm Parabellum voorzien van het serienummer [serienummer 2], samen met vijftien (15) scherpe patronen van het kaliber 9mm en allen voorzien van het bodemstempel WIN.
Samenvatting:
Het voor onderzoek aangeboden pistool (aanbiedingsbrief 001210/2024) is een vuurwapen in de zin van de Vuurwapenverordening 1930.
Het voor onderzoek aangeboden pistool is deugdelijk of tot schieten gereed.
Het voor onderzoek aangeboden pistool is voor bedreiging of afdreiging geschikt.
De voor onderzoek aangeboden scherpe patronen zijn deugdelijk.
Bewijsoverwegingen
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte van alle ten laste gelegde feiten zal worden vrijgesproken. Hij stemt in met de vordering tot vrijspraak van het openbaar ministerie ten aanzien van feit 2. Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman aangevoerd dat het dossier geen enkel bewijsmiddel bevat waaruit volgt dat de in de woning aangetroffen vuurwapens en munitie aan de verdachte toebehoren. De verdachte ontkent stellig dat hij wist dat de anderen vuurwapens en munitie bij zich hadden, laat staan dat hij daarover op de één of andere manier kon beschikken. Volgens de raadsman ontbreekt, gelet op het bovenstaande, het wettig en overtuigend bewijs om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.
Het Gerecht overweegt dienaangaande als volgt. Om de verdachte te kunnen veroordelen wegens overtreding van de Vuurwapenverordening is het volgens vaste jurisprudentie niet noodzakelijk dat de vuurwapens en/of de munitie aan hem toebehoren. Voldoende is dat de verdachte een meerdere of mindere mate van bewustheid had van de aanwezigheid van de vuurwapens en de munitie, en dat hij hierover kon beschikken.
Uit het dossier blijkt dat een [vuurwapenmerk 1] en een [vuurwapenmerk 2] met scherpe munitie zijn aangetroffen in een slaapkamer waar de verdachte samen met een aantal anderen overnachtte. Het betrof een kleine slaapkamer en er was geen enkele poging gedaan om de vuurwapens en de munitie aan het zicht te onttrekken. De [vuurwapenmerk 1] lag bovenop het bed van de medeverdachte [medeverdachte 2]], samen met een tas waarin zich diens identiteitskaart bevond. De [vuurwapenmerk 2] was zichtbaar onder het middelste bed, waar de medeverdachte [medeverdachte 3] sliep. Gedurende de tijd dat de verdachte zich in de slaapkamer bevond moet hij de vuurwapens en de munitie hebben gezien. Hij kon hierover tevens beschikken. Nu de verdachte zich geruime tijd heeft opgehouden in een kamer waar twee vuurwapens en de daarbij behorende munitie voor alle aanwezigen in het zicht en voor het grijpen lagen, acht het Gerecht voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig om tot een bewezenverklaring van feit 1 te komen.
Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde
Het onder 1 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 3 jo 11 van de Vuurwapenverordening 1930. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening, meermalen gepleegd.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.
De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.
Oplegging van straf
Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum. Tevens wordt aansluiting gezocht bij de straffen die in de regel voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
De verdachte heeft een tweetal vuurwapens en daarnaast een aanzienlijke hoeveelheid scherpe munitie, geschikt voor voornoemde vuurwapens, voorhanden gehad. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens is een groot probleem in het Land Curacao en leidt regelmatig tot levensgevaarlijke situaties en onaanvaardbare risico’s voor de veiligheid van personen. De ervaring leert dat het voorhanden hebben van een vuurwapen, ongeacht aan wie het toebehoort, al snel kan leiden tot het gebruik ervan, met alle schadelijke gevolgen van dien.
Naar het oordeel van het Gerecht kan, gelet op de ernst van het bewezen verklaarde, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
In het feit dat de verdachte nog jong is en niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld, ziet het Gerecht aanleiding een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk op te leggen. Dit voorwaardelijk deel van de straf dient er toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen en hem ertoe te bewegen zeer kritisch te kijken naar zijn sociale netwerk en de omgeving waarin hij zich ophoudt.
Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat na te melden straf passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.
In beslag genomen voorwerpen
Het Gerecht zal de in beslaggenomen vuurwapens en munitie onttrekken aan het verkeer.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf en maatregel zijn, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:21, 1:75 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.