Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2024-09-27
ECLI:NL:OGEAC:2024:232
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
976 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202301304
Vonnis van 27 september 2024
in de zaak van
[Eiseres],
wonende in [woonplaats], eiseres, gemachtigde: mr. L.G.I. Voigt,
tegen
1CG UNITED INSURANCE LTD,
voorheen MASSY UNITED INSURANCE LTD,
gevestigd in Curaçao, gedaagde, gemachtigde: mr. Q.D.A. Carrega, en
2ASKA SCHADEVERZEKRING N.V.,
gevestigd in Curaçao, gedaagde, gemachtigden: mrs. A.C. van Hoof en E.G.I. van der Plank.
Partijen worden hierna [eiseres], CG en Aska genoemd.
1Het procesverloop
1.1.
Het verdere procesverloop blijkt uit:
- het vonnis van 2 september 2024;
- de akte van CG inhoudende bezwaar tegen het begrote voorschot alsmede een inleidende aanvulling op de aan de deskundige te stellen vragen.
1.2.
Vonnis is bepaald op heden.
2De verdere beoordeling
2.1.
Bij vonnis van 2 september 2024 heeft het gerecht prof. dr. L.K. Kappelle, neuroloog en verbonden aan het Neuro-Orthopaedisch Centrum, als deskundige benoemd (hierna: de deskundige). De deskundige heeft het voorschot begroot op € 10.980 (inclusief 21% BTW) en door het gerecht is bepaald dat CG en Aska ieder de helft van het voorschot moeten voldoen.
2.2.
Bij akte van 16 september 2024 heeft CG bezwaar gemaakt tegen de hoogte van het voorschot. Aska heeft daartegen geen bezwaar gemaakt.
2.3.
Het bezwaar van CG richt zich op de hoogte van het uurtarief, het aantal uren en ook op de berekende BTW.
2.4.
Het gerecht ziet in het bezwaar geen aanleiding om het voorschot op een ander bedrag vast te stellen dan door de deskundige begroot. Zowel wat betreft het uurtarief als het aantal uren komt het begrote voorschot het gerecht niet onredelijk voor. Nu verwacht mag worden dat het hoogleraarschap extra kennis met zich brengt, is het niet onredelijk dat dit zich vertaalt in de hoogte van het uurtarief. Wat betreft het aantal uren kan aan CG worden toegegeven dat het aantal uren dat als onvoorzien is opgevoerd ten opzichte van het totaal aantal begrote uren fors is. Of alle begrote (onvoorzien) uren daadwerkelijk nodig zijn zal echter moeten blijken. De te verrichten werkzaamheden worden bepaald door de complexiteit van het onderzoek zoals dat blijkt uit het dossier waarvan de deskundige op het moment van begroten geen kennis had. Op voorhand is niet gezegd dat het voorschot volledig wordt gesoupeerd. Met betrekking tot de door de deskundige in rekening gebrachte BTW is door CG gesteld dat deze niet verschuldigd is voor diensten die worden geleverd aan personen die in Curaçao gevestigd zijn. Het gerecht draagt de deskundige op hiermee in de eindfactuur rekening te houden.
2.5.
De conclusie is dat het voorschot wordt vastgesteld op het door de deskundige begrote bedrag.
Dictum
Het gerecht
3.1.
stelt het voorschot vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 10.980;
3.2.
bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden;
3.3.
bepaalt dat gedaagden ieder de helft van het voorschot van € 10.980 dienen over te maken op de wijze en binnen de termijn (vier weken na vandaag) als vermeld in het tussenvonnis van 2 september 2024;
3.4.
verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door mr. G. Benedictus, griffier, en in het openbaar uitgesproken.