Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2024-06-10
ECLI:NL:OGEAC:2024:225
Civiel recht
Beschikking
4,225 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202400922
Beschikking d.d. 10 juni 2024
inzake
de naamloze vennootschap
CURAÇAO OIL N.V.,
gevestigd in Curaçao,
verzoekster,
gemachtigde: mr. L.N. Asjes,
tegen
[Verweerster],
wonende in [woonplaats],
verweerster,
gemachtigde: mr. drs. E. Kleist.
Partijen zullen hierna Curoil en [verweerster] worden genoemd.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 13 maart 2024, met de daarbij overgelegde
producties;
- de aanvullende producties zijdens [verweerster];
- het verweerschrift;
- de mondelinge behandeling gehouden op 13 mei 2024, alwaar namens Curoil [C.C.O] (Chief Commercial Officer), [Hoofd HR] (Hoofd HR) en [leidinggevende] (leidinggevende International Marketing Services) zijn verschenen, bijgestaan door de gemachtigde voornoemd. [verweerster] is in persoon verschenen, bijgestaan door de gemachtigde voornoemd;
1.2.
De uitspraak is bepaald op heden.
Feiten
2.1. [
verweerster], thans 38 jaar, is sinds 1 juni 2021 als “Fuel Trader” in dienst van Curoil eerst voor bepaalde tijd en vanaf 1 oktober 2022 voor onbepaalde tijd, tegen een brutoloon van laatstelijk NAf 7.661,- per maand.
2.2.
Over de periode januari 2022 tot en met december 2022 is [verweerster] op haar gedrag (kernwaardes en competenties) beoordeeld met ‘Meets expectations’ (hierna ME). Haar totale score op alle onderdelen is beoordeeld met ‘Exceed Expectations” (hierna: EE).
2.3.
Eind mei 2023 heeft [verweerster] een verzoek ingediend om vakantie te mogen opnemen van 6 juli tot en met 25 juli 2023. Curoil keurde haar verzoek goed voor de periode van 7 juli tot en met 23 juli 2023.
2.4.
Bij brief van 5 juli 2023 heeft Curoil [verweerster], voor zover hier relevant, als volgt medegedeeld:
“Wij hebben recentelijk geconstateerd dat er niet volgens afspraak wordt gecommuniceerd over voornamelijk het behandelen van bunker aanvragen, waarbij onder andere informatie van een mail niet overeenkomt met de originele versie en e-mails door u worden verplaatst van de folder “inbox” naar de folder “Archive”. Het laatste zorgt ervoor dat de e-mails met bunker aanvragen niet zichtbaar zijn voor de andere collega’s die toegang hebben tot deze mailbox. Dit heeft zich onder meer afgespeeld tijdens uw vakantie in mei 2023. Het voorgaande schaadt de professionaliteit van Curoil richting de klant, alsook de samenwerking in teamverband. Het bovengenoemde is in het onderhoud op 28 juni toegelicht met een aantal concrete voorbeelden waarbij u bent gewezen op de geconstateerde onregelmatigheden alsook het uitblijven van uw duidelijk communicatie hieromtrent.
Alhoewel u gevraagd heeft om de gevallen uit te zoeken en toe te lichten (daar gedurende het onderhoud vragen niet volledig beantwoord konden worden) wordt het bovengenoemde als dermate ernstig voor het team en hiermee de organisatie beschouwd en is aldus de aanleiding voor de mondelinge waarschuwing, die hierbij thans is vastgelegd. (…)”
2.5.
Op zondag 23 juli 2023 heeft [verweerster] zich ziekgemeld. Op maandag 28 juli 2023 heeft [verweerster] haar werkzaamheden hervat.
2.6.
Op 25 september 2025 heeft [verweerster] het formulier omtrent haar persoonlijke prestatiedoelen voor 2023 ondertekend. Daarin is onder het kopje ‘kort verslag functioneringsgesprek ‘, voor zover hier relevant, het volgende opgenomen:
“[verweerster] voert haar werk zelfstandig uit en is sterk in bunker sales. Er zijn in de eerste helft van het jaar een aantal voorvallen geregistreerd, dit beïnvloed vooral de resultaten van de Kernwaarden en Competenties. Echter, verwachten we na het bekendmaken en bespreken hiervan dat er verbetering in komt en dat we bij het einde jaar een volledig positief resultaat mogen beoordelen. Wij refereren naar de bijlage voor uitgebreid feedback omtrent alle functioneringspunten. De bijlage is om een beeld te geven waar we bij het functioneringsgesprek staan. Echter daar [verweerster] inzet groot is bij bunker sales en dit een van Curoil’s core business activiteiten is, en wij het belangrijk vinden dat [verweerster] gemotiveerd blijft, beoordelen we het MY functioneren alsnog met een ME. [verweerster], zet je extra in om onder andere de aandachtspunten aan te pakken en de samenwerking te verbeteren. We vertrouwen erop ook op de nadere gebieden, op korte termijn een verbetering te zien.”
2.7.
Naar aanleiding van het vakantieverzoek van [verweerster]voor de periode rond carnaval, dat door Curoil niet is goedgekeurd, heeft er op 10 januari 2024 een gesprek tussen Curoil en [verweerster] plaatsgevonden.
2.8.
Op 2 februari 2024 heeft er wederom een gesprek tussen [verweerster] en Curoil plaatsgevonden waarbij Curoil aan [verweerster] kenbaar heeft gemaakt dat Curoil de arbeidsovereenkomst wenst te beëindigen. Dit gesprek is in een brief van dezelfde dag vastgelegd. Daarin is, voor zover hier relevant, het volgende opgenomen:
“Wij schrijven deze brief om u te informeren over de beëindiging van uw arbeidsovereenkomst met Curoil met wederzijds goedvinden. Het spijt ons u te moeten informeren dat uw functie bij Curoil wordt beëindigd.
We zijn momenteel in onderhandeling over de voorwaarden van uw afvloeiingspakket en streven ernaar dit proces zo spoedig mogelijk af te ronden. Totdat we tot een definitieve overeenkomst komen betreffende het afvloeiingspakket, wordt u ontheven van uw functie bij Curoil.
In lijn met deze beëindiging, verzoeken wij u om uw werkmobiel en laptop per direct in te leveren bij de IT-afdeling. Aangezien er mogelijk persoonlijke informatie op uw werkmobiel is opgeslagen, wordt u in de gelegenheid gesteld om op een andere dag deze informatie over te nemen op een persoonlijke mobiel onder begeleiding van IT. Dit is een standaardprocedure om de vertrouwelijkheid van bedrijfsgegevens te warborgen. (…)”
2.9.
Bij brief van 9 februari 2024 heeft de gemachtigde van [verweerster] daarop gereageerd. Hij heeft onder meer te kennen gegeven dat [verweerster] de eenzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst niet accepteert, dat [verweerster] aanspraak maakt op doorbetaling van haar naar tijdsruimte vastgestelde loon, dat zij zich bereid verklaart om de bedongen werkzaamheden te verrichten en ten slotte dat zij bereid is om met Curoil te onderhandelen om tot een beëindigingsovereenkomst te komen.
Geschil
3.1.
Curoil verzoekt het gerecht om bij beschikking de arbeidsovereenkomst tussen Curoil en [verweerster] te ontbinden zonder toekenning van een vergoeding, met veroordeling van [verweerster] in de proceskosten.
3.2.
Curoil legt - kort samengevat - aan haar verzoek ten grondslag dat er sprake is gewichtige redenen zijnde veranderingen in de omstandigheden waardoor de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve op korte termijn behoort te eindigen. Curoil meent verder dat de veranderingen in de omstandigheden aan [verweerster] te wijten zijn waardoor aan [verweerster] geen vergoeding toekomt.
3.3. [
verweerster] heeft gemotiveerd verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek. In het geval besloten wordt tot ontbinding over te gaan, maakt [verweerster] aanspraak op een billijke vergoeding conform artikel 7A:1615 w lid 5 BW.
3.4.
Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover voor de te nemen beslissing van belang, nader ingegaan.
Beoordeling
Opzegverbod
4.1.
Naar het oordeel van het gerecht houdt het verzoek van Curoil geen verband met enig opzegverbod zodat dit een mogelijke ontbinding niet in de weg staat.
Ontbinding
4.2.
Ingevolge artikel 7A:1615w lid 1 BW is ieder der partijen te allen tijde bevoegd zich wegens gewichtige redenen tot de rechter te wenden met het schriftelijk verzoek de arbeidsovereenkomst ontbonden te verklaren. Als gewichtige redenen worden onder meer beschouwd omstandigheden, welke een dringende reden, als bedoeld in artikel 7A:1615o eerste lid, BW zouden hebben opgeleverd, indien de dienstbetrekking deswege onverwijld beëindigd ware, alsook veranderingen in de omstandigheden welke van dien aard zijn, dat de dienstbetrekking billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen.
4.3.
Curoil legt aan haar verzoek ten grondslag dat er sprake is van veranderingen in de omstandigheden. Deze veranderde omstandigheden zijn volgens Curoil dat [verweerster] zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen waardoor de arbeidsrelatie tussen partijen onherstelbaar is verstoord. Van de zijde van [verweerster] is gebleken dat zij een negatieve attitude heeft, niet duidelijk communiceert, geen collegialiteit en/of respect toont naar haar andere collega’s of leidinggevenden en situaties die zich voordoen verdraait. Ter onderbouwing hiervan heeft Curoil het volgende aangevoerd. Tijdens haar vakantie in mei 2023 heeft [verweerster] e-mails uit de algemene inbox van Curoil verwijderd en gearchiveerd en ook naar haar eigen e-mailadres doorgestuurd. Na onderzoek door de IT-afdeling is gebleken dat [verweerster] tijdens haar vakantie, vanuit haar persoonlijke Curoil e-mailadres, achter de rug van de overige collega’s en leidinggevende om aan verzoeken van derden had gewerkt. Voor Curoil is dit handelen van [verweerster] niet acceptabel. [verweerster] heeft hiervoor een waarschuwing gehad, aldus Curoil. Ook heeft [verweerster] zich meerdere malen ziekgemeld omdat ze ontevreden was en haar zin niet had gekregen. [verweerster] had in juni vakantie aangevraagd van 6 juli 2023 tot en met 25 juli 2023. Vanwege organisatorische redenen is haar verzoek van 7 juli 2023 tot en met 23 juli 2023 goedgekeurd. [verweerster] diende na haar vakantie op 24 juli 2023 weer op het werk te verschijnen maar zij heeft zich op 23 juli 2023 ziek gemeld en is ziek gebleven van 24 juli tot 28 juli 2023. Op deze wijze heeft [verweerster] volgens Curoil haar zin doorgedrukt om op 24 en 25 juli 2023, vakantiedagen die niet door Curoil waren goedgekeurd, toch vrij te hebben. Daarnaast had [verweerster] op 19 december 2023 een vakantieaanvraag gedaan voor de periode van 8 tot en met 18 februari 2024 wetende dat haar collega Fuel Trader altijd tijdens deze carnavalsperiode vakantie opneemt omdat zij aan de parade meedoet. Nadat haar vakantieaanvraag volledig door Curoil was afgekeurd heeft [verweerster], wetende dat de afdeling vanwege de feestdagen onbemand zou zijn, gemeend om zich op 22 december 2023 wederom ziek te melden. Curoil zat daardoor met de handen in het haar en moest collega’s van vakantie terugroepen. Ook dit handelen van [verweerster] gaf volgens Curoil blijk van het negatief respectievelijk egocentrisch gedrag van [verweerster]. Curoil stelt verder dat er gesprekken met [verweerster] zijn gevoerd over haar (werk)houding maar dat zij geen inzicht lijkt te hebben in de ernst van haar houding en gedrag. Volgens Curoil is er daardoor geen vertrouwen meer in de persoon van [verweerster] om in zo een kleine afdeling één van de belangrijkste functies binnen Curoil te kunnen uitvoeren, aldus nog steeds Curoil.
4.4. [
verweerster] ontkent dat de arbeidsrelatie dermate verstoord is dat de arbeidsovereenkomst ontbonden moet worden. Zij wil graag bij Curoil blijven werken en ziet niet in waarom dit niet kan. [verweerster] betwist verder dat zij een negatieve attitude en (werk)houding heeft. Dat zij niet collegiaal is, klopt volgens [verweerster] ook niet. Ter onderbouwing hiervan verwijst [verweerster] naar de door haar overgelegde beoordelingsformulier van 2022, het verslag van haar halfjaarlijkse functioneringsgesprek en het feit dat ze in 2023 een salarisverhoging heeft gehad. Voor wat betreft het archiveren van de e-mails heeft [verweerster] uitgelegd dat zij enkel na het afhandelen van de aanvragen de e-mails naar een archiefbestand heeft verplaatst en dat dit haar werkwijze vanaf haar eerste werkdag is geweest. Tevens ontkent [verweerster] dat zij hiervoor een mondelinge waarschuwing zou hebben gehad en dat zij de waarschuwingsbrief van 5 juli 2023 zou hebben ontvangen. Volgens [verweerster] is er wel een gesprek hierover geweest maar meer dan dat was het niet. Voorts betwist [verweerster] dat zij zich vaker heeft ziekgemeld alleen maar om haar zin door te drukken. Daarbij heeft [verweerster] te kennen gegeven dat zij bij haar ziekmelding steeds een bewijs van de Arboarts bij Curoil heeft ingediend. Bovendien had het volgens [verweerster] op de weg van Curoil gelegen om de “issues” rond haar ziekmelding al eerder kenbaar te maken en niet pas in het verzoekschrift. Ten slotte heeft [verweerster] gewezen op haar belang bij het behouden van haar baan. Zij heeft namelijk in december 2023 nog een hypotheeklening afgesloten waarvoor zij elke maand NAf 1.839,- moet aflossen. Zonder inkomen kan [verweerster] niet aan haar financiële verplichtingen voldoen. In het geval het gerecht overgaat tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzoekt [verweerster] toekenning van een billijke vergoeding.
4.5.
Het gerecht is van oordeel dat de feiten zoals die door Curoil zijn gepresenteerd onvoldoende grond vormen voor de toewijzing van haar verzoek tot ontbinding en overweegt hiertoe als volgt. Het voorval waarbij [verweerster] een aantal e-mails tijdens haar vakantie zelf heeft afgedaan en gearchiveerd, had wellicht destijds reden kunnen zijn voor een gesprek maar meer ook niet. Bovendien is niet gesteld of gebleken dat [verweerster], nadat zij van de ontevredenheid van Curoil op de hoogte is gesteld, haar werkwijze omtrent de verwerking van de verzoeken via e-mails niet heeft aangepast. Hoe dit handelen verder heeft bijgedragen aan de verstoring van de arbeidsverhouding heeft Curoil naar het oordeel van het gerecht onvoldoende gemotiveerd onderbouwd. Het incident betreft immers het functioneren van [verweerster] als Fuel Trader hetgeen niet als ontbindingsgrond aangevoerd.
4.6.
Verder is het gerecht van oordeel dat de stelling van Curoil dat [verweerster] zich meerdere malen ziek heeft gemeld omdat ze haar zin niet heeft gekregen, niet is komen vast te staan. [verweerster] heeft deze stelling gemotiveerd betwist waardoor er van de zijde van Curoil mocht worden verwacht dat zij haar stelling nader met stukken zou onderbouwen. Dit heeft Curoil nagelaten. Maar los daarvan is het gerecht van oordeel dat Curoil een dergelijk oordeel omtrent de ziekmelding van [verweerster] aan de Arboarts dient over te laten. Indien Curoil niet tevreden was over het moment of de wijze van ziekmelding van [verweerster], was het aan Curoil om met [verweerster] daarover in gesprek te gaan. Uit de overgelegde stukken is niet gebleken dat Curoil dit heeft gedaan.
4.7.
Ook is de stelling dat [verweerster] niet duidelijk communiceert en geen respect voor haar andere collega’s of leidinggevenden zou hebben, bij gebreke aan enige concrete onderbouwing, onvoldoende komen vast te staan. Vooral gezien haar positieve beoordelingsresultaten van 2022, haar vaste aanstelling van eind 2022 en haar halfjaarlijkse functioneringsgesprek van 2023.
4.8.
Ten slotte is het gerecht van oordeel dat hoewel uit de stellingen van partijen en de overgelegde stukken kan worden opgemaakt dat er tussen partijen een aantal geschilpunten en fricties bestaan, dit niet betekent dat de arbeidsverhouding duurzaam is verstoord. Daarvoor is meer nodig.
Dictum
Het gerecht:
5.1.
wijst het verzoek tot ontbinding af;
5.2.
veroordeelt Curoil in de proceskosten van [verweerster] tot op heden begroot op NAf 1.250,-.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en op 10 juni 2024 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.