Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2024-04-29
ECLI:NL:OGEAC:2024:136
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,891 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202400191
Vonnis van 29 april 2024
in de zaak van
[EISERES],
wonend in Curaçao,
eiseres,
procederend in persoon,
tegen
de besloten vennootschap DIVYA B.V. h.o.d.n. LA CURAÇAO,
gevestigd in Curaçao,
gedaagde,
vertegenwoordigd door G. Bhatt.
Partijen worden hierna [eiseres] en La Curaçao genoemd.
1Het procesverloop
1.1.
Dit is een ‘small claim’-procedure als geregeld in de artikelen 66b tot en met 66d Procesreglement Civiele Zaken 2023, ingeleid met het op de website van het hof ter beschikking gestelde modelverzoekschrift.
1.2.
Het procesverloop blijkt uit:
het ‘small claim’-verzoekschrift van 24 januari 2024,
de per e-mail van 18 maart 2024 toegezonden conclusie van antwoord,
de op voorhand toegezonden producties van La Curaçao,
de mondelinge behandeling van 25 maart 2024.
1.3.
Vonnis is bepaald op vandaag.
Feiten
2.1.
Op 29 augustus 2018 heeft [eiseres] van La Curaçao een koelkast van het merk LG (hierna: de koelkast) gekocht. La Curaçao heeft de koelkast op dezelfde dag aan [eiseres] geleverd. Op de koelkast zit één jaar garantie op onderdelen en arbeid en tien jaar garantie op de compressor, gegeven door de fabrikant, LG.
2.2. [
eiseres] heeft op 11 januari 2023 een klacht ingediend bij La Curaçao wegens een gebrek aan de koelkast.
2.3.
Op 12 januari 2023 is een monteur van La Curaçao bij [eiseres] langs geweest om de koelkast te bekijken. De monteur heeft een reparatie gedaan aan de koelkast, maar het probleem was nog niet verholpen. Op 25 januari 2023 heeft La Curaçao wederom een monteur gestuurd om de koelkast te controleren. Op dat moment is geconstateerd dat de compressor van de koelkast defect was.
2.4. [
eiseres] heeft een beroep gedaan op de door de fabrikant afgegeven garantie op de compressor.
2.5.
La Curaçao heeft een nieuwe compressor voor [eiseres] besteld. De koelkast is vervolgens op 7 maart 2023 door La Curaçao opgehaald voor reparatie.
2.6.
Aan [eiseres] is medegedeeld dat de reparatiekosten NAf 325 bedragen. [eiseres] was het niet eens met dit bedrag. Partijen hebben ter zake daarvan, voor zover relevant, het volgende whatsapp gesprek gevoerd:
“La Curaçao: the lowest we can charge for the labor is fls 250 […] Let me know if you wish to proceed. So I can inform [naam1] accordingly.
[eiseres]: […] I still thing 250 is a lot. I am willing to pay 225.
La Curaçao: […] Okay I will tell [naam1]. Let me know if it’s okay to proceed so we can close this case.
[eiseres]: If I can pay 225 it’s a deal.
La Curaçao: Yes that’s fine … I will inform [naam1] to charge u fls 225.”
2.7. [
eiseres] heeft het bedrag van NAf 225 ter zake van de reparatiekosten niet aan La Curaçao betaald.
2.8.
De koelkast bevindt zich tot op heden in de magazijn van La Curaçao.
3De vordering en de standpunten van partijen
3.1. [
eiseres] vordert – samengevat – dat het gerecht La Curaçao veroordeelt tot betaling van NAf 2.999, vermeerderd met rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
3.2. [
eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat La Curaçao de koelkast onrechtmatig onder zich houdt en dat zij als gevolg daarvan schade heeft geleden. [eiseres] stelt zich op het standpunt dat zij geen reparatiekosten aan La Curaçao is verschuldigd omdat zij bij het eerste bezoek van de monteur een bedrag van
NAf 185 aan La Curaçao heeft betaald. Naar de mening van [eiseres] heeft zij als zodanig al reparatiekosten aan La Curaçao voldaan en voor haar valt niet in te zien waarom zij nog een bedrag van NAf 225 aan La Curaçao moet betalen. [eiseres] stelt als gevolg van de onrechtmatige toe-eigening van La Curaçao schade te hebben geleden bestaande uit een bedrag van NAf 1.499,01, zijnde het bedrag waarvoor zij de koelkast heeft gekocht, en immateriële schade ten bedrage van NAf 1.500. Volgens [eiseres] dient La Curaçao de door haar geleden schade te vergoeden.
3.3.
La Curaçao beroept zich op haar retentierecht en voert daartoe het volgende aan. Bij aankoop van een koelkast biedt La Curaçao één jaar garantie op onderdelen en arbeid en tien jaar garantie op de compressor, gegeven door de fabrikant, LG. Dit betreft een eenmalige garantie vanaf de aankoopdatum. De door LG afgegeven garantie ziet alleen op de compressor en niet ook op de kosten voor vervanging daarvan. De reparatiekosten komen voor rekening van de klant. Dit is ook door La Curaçao aan [eiseres] uitgelegd. [eiseres] heeft bovendien ingestemd met een bedrag van NAf 225 aan reparatiekosten, welke zij tot op heden onbetaald heeft gelaten. Volgens La Curaçao is het aldus aan [eiseres] zelf te wijten dat zij de koelkast nog niet heeft ontvangen, nu zij hardnekkig weigert de reparatiekosten te voldoen.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
In de kern gaat het in deze zaak om de vraag of La Curaçao de koelkast onrechtmatig onder zich houdt en of La Curaçao de schade die [eiseres] als gevolg hiervan heeft geleden moet vergoeden.
4.2.
Vast staat dat de compressor van de koelkast door La Curaçao is vervangen. Verder volgt uit de door La Curaçao overgelegde whatsapp-berichten dat La Curaçao het bedrag van NAf 350 aan reparatiekosten heeft verlaagd naar NAf 225 en dat [eiseres] daarmee akkoord is gegaan. Het gerecht kan [eiseres] daarom niet volgen in haar stelling dat zij geen reparatiekosten aan La Curaçao is verschuldigd. Naar het
oordeel van het gerecht heeft La Curaçao in onderhavig geval terecht haar retentierecht ingeroepen. Van een onrechtmatige daad zijdens La Curaçao is aldus geen sprake. De vordering tot schadevergoeding van [eiseres] zal gelet op hetgeen hiervoor is overwogen worden afgewezen.
4.3.
Het gerecht merkt ten overvloede op dat La Curaçao ter zitting heeft verklaard dat zij bereid is haar vordering op [eiseres] ter zake van de reparatiekosten te laten varen en dat [eiseres] de koelkast mag komen ophalen. Het gerecht geeft aan [eiseres] in overweging om het voorgaande in aanmerking te nemen.
4.4. [
eiseres] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten van La Curaçao worden tot aan deze uitspraak begroot op nihil.
Dictum
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van La Curaçao tot op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door mr. C.L. Navarro, griffier, en in het openbaar uitgesproken.