Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2024-02-05
ECLI:NL:OGEAC:2024:128
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,046 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202303208
Vonnis van 5 februari 2024
in de zaak van
[EISER] handelend onder de naam BRIGHT VIEW WASH & PAINTING, wonend en gevestigd in Curaçao, eiser, gemachtigde: mr. A.V.G. Rooijer, occuperend voor P.E. Kirindongo,
tegen
de naamloze vennootschap QUALITY RENTALS TOOLS & EQUIPMENT N.V.,
gevestigd in Curaçao, gedaagde, gemachtigde: mr. J.C. Meulen
Partijen worden hierna [eiser] en Quality genoemd.
1Het procesverloop
1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift van 5 september 2023,
de conclusie van antwoord,
de productie per e-mail ingediend door mr. Rooijer op 10 januari 2024,
de mondelinge behandeling van 11 januari 2024,
de pleitnotities van beide gemachtigden,
de ter terechtzitting door mr. Rooijer overgelegde productie.
1.2.
Vonnis is bepaald op vandaag.
Feiten
2.1. [
eiser] heeft van Curaçao Public Aquarium N.V. (hierna: Curaçao Sea Aquarium) opdracht gekregen om op 20 en 21 juli 2023 schilderwerkzaamheden te verrichten aan een bootmast.
2.2.
In dat verband heeft Curaçao Sea Aquarium hem tevens opdracht gegeven om een hoogwerker te huren op kosten van Curaçao Sea Aquarium.
2.3. [
eiser] had in het verleden een hoogwerker gehuurd bij Quality en heeft in verband met de opdracht van Curaçao Sea Aquarium telefonisch contact gezocht met de statutair directeur van Quality genaamd [directeur quality] (hierna: [directeur quality]).
2.4. [
directeur quality] is op verzoek van [eiser] naar Curaçao Sea Aquarium gekomen om de situatie ter plekke te bekijken en te beoordelen of hij een geschikte hoogwerker kon leveren. [directeur quality] bevestigde een geschikte hoogwerker te kunnen leveren. Deze zou bij Curaçao Sea Aquarium worden afgeleverd in de avond van 19 juli 2023. De schilderwerkzaamheden zouden de dag erna starten en zouden worden verricht door [eiser] zelf en één van zijn medewerkers.
2.5.
Op 17 juli 2023 heeft [eiser] per bankoverschrijving NAf 975 onder vermelding van ‘payment schilder’ overgemaakt aan een van zijn medewerkers genaamd J.N. [naam medewerker] (hierna: [naam medewerker]).
2.6. [
directeur quality] is eveneens statutair directeur van Master Building B.V. (hierna: Master Building). Master Building doet vaker zaken met Curaçao Sea Aquarium.
2.7.
Na het gesprek te Curaçao Sea Aquarium nam een medewerkster van Master Building contact op met [eiser] over de huurprijs van de hoogwerker. [eiser] heeft Curaçao Sea Aquarium in kennis gesteld van deze kosten, zijnde NAf 1.875.
2.8.
Op 18 juli 2023 heeft een medewerker van Curaçao Sea Aquarium ten kantore van Master Building voornoemd bedrag voor de huur van de hoogwerker voldaan aan Master Building.
2.9.
Op 19 juli 2023 heeft Master Building een factuur ten bedrage van NAf 1.875
aan een medewerker van Curaçao Sea Aquarium gestuurd voor het huren van de hoogwerker.
2.10.
De hoogwerker is vanwege een technisch gebrek niet afgeleverd bij Curaçao Sea Aquarium. Op 20 en 21 juli 2023 hebben [eiser] en zijn medewerker geen schilderwerkzaamheden aan de bootmast te Curaçao Sea Aquarium verricht.
2.11.
Op 21 juli 2023 heeft Master Building op verzoek van Curaçao Sea Aquarium NAf 1.875 terugbetaald aan Curaçao Sea Aquarium.
2.12. [
eiser] heeft de week erna een andere hoogwerker gehuurd (wederom betaald door Curaçao Sea Aquarium ) en alsnog de betreffende schilderwerkzaamheden aan de bootmast bij Curaçao Sea Aquarium verricht samen met een werknemer.
3De vordering en de standpunten van partijen
3.1. [
eiser] vordert – samengevat – dat het gerecht Quality veroordeelt tot betaling van NAf 1.378, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van vervaldatum van de eerste ingebrekestelling, met veroordeling van Quality in de proceskosten en buitengerechtelijke incassokosten.
3.2. [
eiser] legt aan de vordering ten grondslag Quality haar verplichtingen jegens [eiser] tot het leveren van de hoogwerker niet is nagekomen als gevolg waarvan [eiser] schade heeft geleden bestaande uit het uurloon dat hij aan [naam medewerker] en zichzelf reeds had uitbetaald voor de geplande schilderwerkzaamheden. Hij en [naam medewerker] hebben op 20 en 21 juli 2023 niet kunnen werken. Subsidiair heeft [eiser] ter terechtzitting naar voren gebracht dat in zijn ogen sprake is van een onrechtmatige daad zijdens Quality, omdat [directeur quality] hem de belofte had gedaan de hoogwerker te zullen leveren op 19 juli 2023 en hij deze belofte niet is nagekomen.
3.3.
Quality heeft verweer gevoerd waarop, voor zover van belang, zal worden ingegaan bij de beoordeling.
Beoordeling
4.1.
Quality heeft als meest verstrekkend verweer gevoerd dat zij geen contractspartij is bij de huurovereenkomst met betrekking tot de hoogwerker.
4.2.
Dit verweer slaagt. Uit de gang van zaken zoals vastgesteld onder de feiten volgt dat niet Quality, maar Master Building de contractspartij was van [eiser] (dan wel Curaçao Sea Aquarium middels volmacht verlening, maar dat kan thans in het midden blijven). Master Building is immers het bedrijf dat na tussenkomst van [eiser] rechtsreeks in contact is getreden met Curaçao Sea Aquarium, de betaling voor de huur van de hoogwerker heeft verricht en daarna ook, na de niet-levering, restitutie van Curaçao Sea Aquarium heeft ontvangen. [directeur quality] heeft ter zitting onbetwist gesteld dat Quality sinds de covid-epidemie een niet actieve vennootschap is waarvan het machinepark geheel is verkocht en dat de betreffende (destijds kapotte) hoogwerker van Master Building is. Dat [eiser] in het verleden eenmaal zaken deed met Quality, maakt niet dat hij om die reden Quality kan aanspreken op de nakoming van de onderhavige overeenkomst. Het had op zijn weg gelegen na te gaan welke vennootschap hij in contact bracht met Curaçao Sea Aquarium. Kennelijk heeft hij dat, tot op heden, nagelaten. Nu Quality geen contractspartij was, kan zij niet aangesproken worden op een eventuele wanprestatie met betrekking tot deze overeenkomst.
4.3.
Om dezelfde reden slaagt de vordering voor zover gegrond op onrechtmatige daad niet. De feiten die daaraan ten grondslag zijn gelegd zijn dezelfde: [directeur quality] zou [eiser] namens Quality een hoogwerker hebben beloofd. Vast is komen te staan dat [directeur quality] niet optrad namens Quality dat al jaren een inactieve vennootschap betreft zonder machinepark. Zo de betreffend belofte al door [directeur quality] zou zijn gedaan, kan deze niet worden toegerekend aan Quality.
De vordering moet daarom worden afgewezen.
4.4.
Omdat [eiser] in het ongelijk wordt gesteld, wordt hij veroordeeld in de proceskosten van Quality. De kosten van Quality worden tot aan deze uitspraak begroot op NAf 500 aan gemachtigdensalaris (2 punten x tarief 2). Het gerecht ziet in het door Quality gestelde onvoldoende aanleiding af te wijken van het forfaitaire tarief zoals vastgesteld in het Procesreglement en de werkelijke advocaatkosten in rekening te brengen.
Dictum
Het gerecht:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van Quality van NAf 500.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C.B. Hubben, rechter, bijgestaan door R. Sanchez, griffier, en in het openbaar uitgesproken.