Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2024-07-05
ECLI:NL:OGEAC:2024:116
Civiel recht
Kort geding
1,392 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202401542
Vonnis in kort geding van 5 juli 2024
in de zaak van
[EISERES],
wonend in Curaçao,
eiseres,
procederend in persoon,
tegen
[GEDAAGDE],
wonend in Curaçao,
gedaagde,
procederend in persoon.
1Het procesverloop
1.1.
Op 7 mei 2024 heeft eiseres een verzoekschrift ingediend.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 25 juni 2024. Eiseres is verschenen, vergezeld van haar zus. Gedaagde is verschenen, met haar dochter.
Beoordeling
De huurovereenkomst
2.1.
Gedaagde huurt sinds 2002 of 2003 een woning aan het adres Montanja […] (hierna: de woning). De huur was eerst NAf 75 per maand en is later verhoogd naar NAf 150 per maand.
Wie is de verhuurder?
2.2.
Volgens eiseres staat de woning op een groter terrein van ongeveer 7.000 m2 dat op naam staat van de in 1998 overleden [de overleden eigenaar]. Op dat terrein staan ook andere woningen.
2.3.
Partijen zijn het erover eens dat een tante en de moeder van eiseres ([…] en […]) eerder als verhuurder optraden, of als de vertegenwoordiger van de verhuurder.
2.4.
Eiseres verwijst naar een (gedeeltelijk overgelegde en ongedateerde) boedelvolmacht en stelt dat zij de erfgenamen van [de overleden eigenaar] vertegenwoordigt.
De vorderingen in dit kort geding
2.5.
Eiseres vordert - samengevat - de ontruiming van de woning en betaling van de huurachterstand plus de tot aan de ontruiming verschuldigde huurtermijnen, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.
De huurachterstand
2.6.
Volgens eiseres heeft gedaagde een huurachterstand van NAf 2.200 (berekend tot en met april 2024).
2.7.
Gedaagde zegt dat het klopt dat zij de laatste anderhalf jaar geen huur heeft betaald, maar stelt dat daar redenen voor zijn. De woning heeft al die tijd - buiten haar schuld - geen aansluiting op elektriciteit, en het plafond is aangetast door komehein. [De moeder van eiseres] heeft er volgens gedaagde mee ingestemd dat zij voorlopig geen huur zou betalen, ook omdat gedaagde zonder werk kwam te zitten. Tot voor kort heeft zij alleen werk ’s nachts aangeboden gekregen, maar zij wil haar minderjarige dochter ’s nachts niet alleen laten. De dochter gaat naar school en heeft geen inkomen. Volgens gedaagde heeft zij nu de mogelijkheid om overdag een paar dagen bij iemand te gaan werken.
2.8.
Een geldvordering in kort geding kan alleen worden toegewezen als die voldoende vaststaat. Aan die eis is hier wat de gestelde huurachterstand betreft niet voldaan. Als juist is wat gedaagde stelt over de elektriciteitsaansluiting en de afspraak met [de moeder van eiseres], is twijfelachtig of gedaagde het (gehele) bedrag aan huurachterstand verschuldigd is.
2.9.
Dat laatste zou moeten worden beoordeeld in een bodemprocedure (of door de Huurcommissie, die al bij deze zaak betrokken is, zoals blijkt uit de overgelegde brief van 19 april 2024, zaaknummer BR-2024-020).
De ontruiming
2.10.
Uit het voorgaande volgt dat de gevorderde ontruiming ook niet kan worden toegewezen. In dit kort geding kan niet worden geoordeeld dat duidelijk is dat gedaagde wanprestatie heeft gepleegd en dat die wanprestatie zo ernstig is dat de huurovereenkomst om die reden ontbonden moet worden.
2.11.
Daarnaast geldt dat het belang van gedaagde en haar minderjarige dochter bij behoud van woonruimte op dit moment zwaarder weegt dan het belang van eiseres en de andere erfgenamen om over de woning te kunnen beschikken voor herstel (en verhuur of verkoop). Noodzakelijk onderhoud en herstel aan de woning kunnen in overleg met gedaagde ook plaatsvinden als gedaagde nog in de woning woont.
Betaling van de lopende huur
2.12.
Gedaagde zal wel worden veroordeeld om de lopende huurtermijnen te betalen, met ingang van de maand juli 2024. Duidelijk is nu dat eiseres, als gemachtigde van de verhuurders/erfgenamen en dus ook van [de moeder van eiseres], niet akkoord is met het nog langer onbetaald laten van de huur.
Proceskosten
2.13.
Partijen worden ieder deels in het gelijk gesteld. Daarbij past dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Dictum
Het gerecht:
3.1.
veroordeelt gedaagde om, zo lang de huurovereenkomst voortduurt, aan eiseres NAf 150 per maand te betalen, ingaande deze maand juli 2024;
3.2.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.3.
wijst af wat verder is gevorderd;
3.4.
compenseert de proceskosten in die zin dat partijen de eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, en op 5 juli 2024 in het openbaar uitgesproken.