Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2023-09-22
ECLI:NL:OGEAC:2023:251
Civiel recht
Kort geding
2,032 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202302709
Vonnis in kort geding van 22 september 2023
in de zaak van
1K-NOB TRADING S.A.(hierna: ‘Knob’),
2. LEAD WORLD GROUP S.A. (hierna: ‘Lead’),
beide gevestigd te Panama,
eisers,
gemachtigden: mrs. K.A. Doekhi en S. Terpstra,
tegen
1CARIBBEAN PETROLEUM REFINERY HOLDING B.V.,
gevestigd te Curaçao,
2. BUSINESS SECURITY AND INTELLIGENCE GROUP LLC,
3. SOCAP CORPORATION hierna: ‘Socap’),
4. ISLAS CONSORTIUM LLC,
alle gevestigd in de Verenigde Staten,
gedaagden,
gemachtigde: mr. H.W. Braam.
1Het procesverloop
1.1.
Op 24 augustus 2023 hebben eisers een verzoekschrift in kort geding ingediend.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 september 2023. De gemachtigden hebben de zaak met verwijzing naar op voorhand overgelegde stukken bepleit en hebben hun pleitnotities overgelegd.
1.3.
Uitspraak is bepaald op vandaag.
2De vordering
Eisers vorderen samengevat, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
het door gedaagden op 4 juli 2023 ten laste van Knob gelegde conservatoir beslag op de olie in tank 9099 te Bullenbaai op te heffen;
Socap te veroordelen USD 2.800.000 aan Knob te betalen, met wettelijke rente.
Beoordeling
Het beslag
3.1.
Gedaagden hebben op 4 juli 2023 na daartoe verkregen verlof ten laste van Knob conservatoir beslag gelegd op de olie die is opgeslagen in tank 9099 te Bullenbaai.
3.2.
Uit het beslagrekest en uit de door gedaagden ter zitting gegeven toelichting blijkt dat gedaagden met het beslag beogen verhaal zeker te stellen van:
- de vordering van Caribbean Petroleum Refinery B.V. (hierna ‘CPR’, een vennootschap waarvan gedaagden stellen nog altijd als aandeelhouders en/of bestuurders te moeten worden beschouwd) op Knob uit hoofde van de onderverhuur door CPR aan Knob van olie-opslagruimte te Bullenbaai;
- de vordering van Socap op Knob uit hoofde van de door CPR aan Socap gecedeerde vordering uit hoofde van diezelfde onderverhuurovereenkomst.
3.3.
Gedaagden gaan daarbij uit van de veronderstelling dat Knob de eigenaar is van de olie en dat vorderingen op Knob dus op die olie verhaald kunnen worden.
3.4.
Eisers hebben gemotiveerd betwist dat Knob eigenaar is van de olie. Volgens hen behoort de olie in eigendom toe aan Lead, na een naar Panamees recht rechtsgeldige overdracht door de Panamese rechtspersoon United Petroleo Corp S.A., de eerdere eigenaar van de olie.
3.5.
Het gerecht is van oordeel dat het beslag niet kan worden gehandhaafd. Dit wordt hierna toegelicht.
3.6.
In hun beslagrekest nemen gedaagden het standpunt in dat United Petroleo Corp S.A. ‘formeel eigenaar’ is, maar dat, nu deze vennootschap inmiddels is ontbonden/geliquideerd, Knob als eigenaar wordt beschouwd. Deze redenering kan naar Curaçaos noch naar Panamees recht worden gevolgd. De liquidatie van een eigenaar van een goed leidt niet tot eigendomsverkrijging door de houder van dat goed. Ook verder zijn er in dit kort geding geen aanwijzingen dat Knob, niettegenstaande haar betwisting, als eigenaar van de olie moet worden aangemerkt. Dat zij de huurder is/was van opslagcapaciteit (zoals ook CPR dat is/was), maakt niet dat de olie aan haar toebehoort. Dit te meer nu, zoals ook gedaagden zelf stellen, United Petroleo Corp S.A. eerder de eigenaar was van de door Knob te Bullenbaai opgeslagen olie.
3.7.
Aannemelijk is dat (ook) Knob, hoewel de door haar opgeslagen olie niet haar eigendom is, door het beslag in haar belangen wordt geraakt. Denkbaar is bijvoorbeeld dat het voortduren van het beslag het vervoeren en elders opslaan van de olie zal bemoeilijken.
3.8.
Volgens eisers is Lead de eigenaar van de olie, waarvoor zij verwijzen naar in Panama namens United Petroleo Corp S.A. en Lead opgemaakte stukken. Gedaagden hebben gewezen op een aantal ongerijmdheden met betrekking tot de gestelde eigendomsoverdracht. Zij wijzen er onder meer op dat zeer ongeloofwaardig is dat Lead een vordering van USD 30 miljoen had op United Petroleo Corp S.A. terzake ‘consultancy services’, in ruil waarvoor de olie volgens de stukken aan Lead in betaling is gegeven. Volgens gedaagden zijn de stukken mogelijk vals of is sprake van een schijnconstructie, waarschijnlijk in een poging om - in verband met de Amerikaanse sancties tegen Venezuela – de link met de Venezolaanse staatsoliemaatschappij te verbreken.
3.9.
In hoeverre (en door wie) gaten zijn te schieten in de gestelde eigendomsoverdracht tussen United Petroleo Corp S.A. en Lead, is voor de beoordeling van dit kort geding niet van doorslaggevend belang. Dit laat immers onverlet dat Knob niet de eigenaar is van de olie en dat gedaagden hun gestelde vorderingen op Knob dus niet op de olie kunnen verhalen. Bij die stand van zaken dient ook het door Lead als beweerdelijk rechthebbende gestelde belang bij opheffing van het beslag zwaarder te wegen dan het belang van gedaagden bij handhaving daarvan.
3.10.
De door gedaagden gestelde omstandigheid dat hoofdverhuurder CRU een retentierecht op de olie heeft en de olie in november van dit jaar zal veilen, wat daar verder van zij, kan niet afdoen aan het belang van eisers tot opheffing van het ten onrechte gelegde beslag.
De geldvordering
3.11.
Aan hun vordering tot veroordeling van Socap tot betaling aan Knob van USD 2.8 miljoen leggen eisers ten grondslag dat CPR de hiervoor onder 4.2 bedoelde cessieovereenkomst tussen CPR en Knob bij schrijven van 20 juli 2023 heeft vernietigd en dat het resultaat daarvan is dat Knob onverschuldigd minimaal
USD 2,8 miljoen aan Socap heeft betaald.
3.12.
De geldvordering zal worden afgewezen. Dit wordt hierna toegelicht.
3.13.
Door gedaagden is gemotiveerd betwist dat de vernietiging door CPR effect heeft gesorteerd. Daarnaast stellen gedaagden dat Socap de van Knob ontvangen bedragen heeft gebruikt waarvoor deze bestemd waren, te weten voor de betaling van kosten van CPR en voor de opslagkosten van de olie, met dien verstande dat volgens gedaagden nog een bedrag van USD 1,6 miljoen via stroeve internationale bancaire kanalen onderweg is naar (naar het gerecht begrijpt) CPR’s verhuurder CRU. Volgens gedaagden was de betaling aan Socap door Knob verschuldigd en is Knob door die betaling ook jegens CPR gekweten.
3.14.
Reeds gelet op dit verweer van gedaagden, waarvan niet op voorhand kan worden geoordeeld dat dit in een bodemprocedure geen stand zal kunnen houden, is niet voldaan aan de voorwaarden voor de toewijzing in kort geding van een geldvordering.
De proceskosten
3.15.
Partijen worden deels in het gelijk en deels in het ongelijk gesteld. De proceskosten zullen daarom worden gecompenseerd.
Dictum
Het gerecht:
4.1.
heft op het door gedaagden op 4 juli 2023 ten laste van Knob gelegde beslag op de olie opgeslagen in tank 9099 te Bullenbaai;
4.2.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.3.
wijst af wat verder is gevorderd;
4.4.
compenseert de proceskosten in die zin dat partijen de eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, en op 22 september 2023 in het openbaar uitgesproken.