Rechtspraak 2017-11-01
ECLI:NL:OGEAC:2017:158
Uitspraak van 1 november 2017 BBZ nrs. CUR201500080 en CUR201500082 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken van: [ X ], gevestigd te Curaçao, belanghebbende, gericht tegen: DE INSPECTEUR DER INVOERRECHTEN EN ACCIJNZEN , zetelend in Curaçao, de Inspecteur, 1 PROCESVERLOOP 1.1 Belanghebbende heeft op 14 januari 2015 aangifte (C- 1745) ten invoer gedaan van “twee stuks transportwagens met eigen beweegkracht aangedreven door golfkarretje/ transportwagen”. Op 20 januari 2015 heeft belanghebbende aangifte (C- 2679) ten invoer gedaan van “één stuks andere transportwagens met eigen beweegkracht”. Ter zake van de aangifte (C-1745) is een bedrag aan invoerrechten betaald van Naf. 2.967 en een bedrag aan omzetbelasting van Naf. 1.695 en over de aangifte (C-2679) is een bedrag aan invoerrechten betaald van Naf. 1.802 en een bedrag aan omzetbelasting van Naf. 1.030. 1.2 Belanghebbende is op 10 februari 2015 tegen beide aangiften in bezwaar gekomen. 1.3 Bij uitspraken op bezwaar van 9 juli 2015 zijn de bezwaren afgewezen. 1.4 Belanghebbende is tegen de uitspraken op bezwaar op 28 juli 2015 in beroep gekomen. 1.5 De Inspecteur heeft op 22 november 2016 een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft daarop gereageerd per e-mail van 9 maart 2017. 1.6 De Inspecteur heeft op 12 april 2017 een reactie op de aanvulling op het verweerschrift ingediend. 1.7 Partijen zijn overeenkomstig artikel 10 Landsverordening op het beroep in belastingzaken (hierna: LBB) opgeroepen tot het verstrekken van inlichtingen op 30 november 2016, 22 februari 2017 en 28 juni 2017 in Willemstad. Op 30 november 2016 is namens belanghebbende, hoewel daartoe op juiste wijze opgeroepen, niemand verschenen en namens de Inspecteur zijn verschenen [ A ] en [ B ]. Op 22 februari 2017 is namens de Inspecteur, hoewel daartoe op juiste wijze opgeroepen, niemand verschenen en namens de belanghebbende is verschenen [ C ]. Op 28 juni 2017 zijn verschenen namens belanghebbende [ C ] en [ D ] en namens de Inspecteur [ E ], en [ F ]. Partijen hebben overeenkomstig artikel 8b van de LBB schriftelijk toestemming gegeven om zonder mondelinge behandeling uitspraak te doen. 2 FEITEN 2.1 Het volgende is op grond van de schriftelijke stukken en hetgeen ter zitting is gezegd, komen vast te staan. Het is tussen partijen niet in geschil of door één van de partijen gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende weersproken. 2.2 Belanghebbende heeft op 14 en 20 januari 2015 drie voertuigen ingevoerd. Belanghebbende heeft hiervan op genoemde data, door tussenkomst van de douane-expediteur, aangifte ten invoer gedaan. De aangiften vermelden, voor zover van belang, de volgende gegevens: Aangifte van 14 januari 2015: * omschrijving: “2 stuks. Transportwagens met eigen beweegkracht, aangedreven door een Golfkarretje/transportwagen” * goederencode: 84271000 * douanewaarde: Afl. 28.265 * invoerrecht: 10,5% x 28.265 = Afl. 2.967,90 * omzetbelasting: 6% x 28.265 = Afl. 1.695,90 Totaal Afl. 4.663,80 Aangifte van 20 januari 2015: * omschrijving: “1 stuks. Andere transportwagens met eigen beweegkracht” * goederencode: 84272000 * douanewaarde: Afl. 17.170 * invoerrecht: 10,5% x 17.170 = Afl. 1.802,90 * omzetbelasting: 6% x 17.170 = Afl. 1.030,20 Totaal Afl. 2.833,10 2.3 De ingevoerde goederen betreffen voertuigen die door een elektromotor worden aangedreven. 2.4 Tot de stukken van het geding behoort een krantenbericht van 12 januari 2012 waarin, voor zover van belang, het volgende is opgenomen: “CURAÇAO - Premier Gerrit Schotte heeft vandaag de nieuwe percentages voor invoerrechten op hybride en elektrische voertuigen bekend gemaakt. (…). Voor hybride voertuigen, zoals bijvoorbeeld de Toyota Prius III, die gebruikmaken van een combinatie van elektriciteit en benzine zal met ingang van vandaag het tarief van invoerrechten 10 procent bedragen. Volledig elektrische auto’s zijn vanaf nu vrij van invoerrechten. Beleidsno _ voertuigen, speciaal ontworpen voor het zich verplaatsen op sneeuw; speciale voertuigen voor het vervoer van personen op golfvelden en dergelijke voertuigen _ andere voertuigen met een motor met vonkontsteking en met op- en neergaande zuigers: - - (…) - - - (…) _ andere voertuigen met een motor met zelfontsteking (diesel- of semi-dieselmotor): - - (…) - - - (…) - andere: - - (…) - - (…) - - (…) - - (…) 27 In de Bekendmaking is aan “andere” toegevoegd: - - 8703.9090: voertuigen die worden aangedreven door een elektromotor 0% 4.3 In de Bijlage TI zijn algemene regels voor de interpretatie van het tarief van invoerrechten opgenomen. Gelet op regel 1 van de Bijlage TI zijn de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op afdeling en hoofdstuk bepalend voor de indeling. In regel 6 is bepaald dat voor de indeling van goederen onder de onderverdelingen van een post ook wettelijk bepalend zijn de bewoordingen van die onderverdelingen en de aantekeningen, dat uitsluitend onderverdelingen van gelijke rangorde met elkaar kunnen worden vergeleken en dat de indelingsregels 1 tot en met 5 ook van toepassing zijn voor de indeling van goederen binnen één post. 4.4 In de aangiften zijn de ingevoerde voertuigen ingedeeld onder goederencode 8427.1000 respectievelijk 8427.2000. Tussen partijen is niet in geschil dat die indeling onjuist is en dat de voertuigen onder afdeling 17, hoofdstuk 87, categorie 03, derhalve onder post 87.03 dienen te worden ingedeeld. 4.5 De Inspecteur heeft het standpunt ingenomen dat de voertuigen behoren tot de goederencode 8703.1000 met als omschrijving (voor zover hier van belang) “speciale voertuigen voor het vervoer van personen op golfvelden en dergelijke voertuigen”. Het Gerecht acht dit standpunt juist. In de “certificate of origin for a vehicle” staat bij “body type” vermeld “Golf/Utility” en in de daarbij behorende bijlage wordt gesproken over een “golf car” en over een “utility car based on 2-passenger golf car” en een “utility car based on 6-passenger golf car”. Deze bewoordingen duiden erop dat sprake is van golfkarretjes of in ieder geval voertuigen die daar sterk op lijken. Daar komt bij dat belanghebbende in haar reactie op het verweerschrift vermeldt dat zij niet weerspreekt dat het onder- en bovenstel vergelijkbaar zijn met een golfkar. Ook de zich in het dossier bevindende foto’s wijzen naar het oordeel van het Gerecht in dezelfde richting. Zo al geen sprake is van golfkarretjes dan vertonen ze daar in ieder geval veel overeenkomsten mee. Door de toevoeging van ‘dergelijke voertuigen’ in de omschrijving van de goederencode 8703.1000 vallen ook voertuigen soortgelijk aan golfkarren onder deze goederencode. Het Gerecht merkt op dat volgens de indelingsregels binnen de post 8703 uitsluitend de onderverdelingen van gelijke rangorde met elkaar kunnen worden vergeleken. Dit brengt met zich mee dat enkel onderverdelingen van een gelijke strepenniveau met elkaar kunnen worden vergeleken. De omschrijving in 8703.1000 kan dus worden vergeleken met de omschrijving “andere”. De goederencode 8703.9090 is een onderverdeling (niveau van twee strepen) van “andere” en daarom is vergelijking met 8703.1000 niet aan de orde. De voertuigen dienen dan ook te worden ingedeeld onder goederencode 8703.1000, waarop het tarief van 27% van toepassing is. Het gelijk op dit punt is aan de Inspecteur. 4.6 Belanghebbende heeft hiertegen aangevoerd dat belanghebbende geen golfterrein heeft en dat op het resort nergens het golfspel kan worden gespeeld. Naar het Gerecht begrijpt, beroept belanghebbende zich hiermee op de niet-golfbestemming van de voertuigen. Het Gerecht verwerpt dit beroep. Volgens vaste jurisprudentie dient, ten behoeve van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle, voor de indeling van goederen onder een tariefpost in beginsel het beslissende criterium te worden gezocht in de objectieve kenmerken en eigenschappen van die goederen. De bestemming van de goederen heeft voor de indeling in