Rechtspraak 2026-03-20
ECLI:NL:OGEABES:2026:106
Parketnummer: 420.00070/26 Uitspraak: 20 maart 2026 BESCHIKKING gegeven op het verzoek ex artikel 43 van het Wetboek van Strafvordering BES van: [verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1986 in [geboorteland], wonende op Bonaire, [adres], hierna te noemen: verzoeker. 1 Het verloop van de procedure en wat daaraan is voorafgegaan 1.1 Verzoeker is op 21 februari 2026 aangehouden wegens verdenking van het rijden onder invloed van alcohol. Verbalisanten kregen op 21 februari 2026 omstreeks 01:47 uur een melding in verband met een eenzijdige aanrijding. Na aankomst zagen de verbalisanten dat een auto tegen een rotonde aan was gereden. De verbalisanten namen een indicatieve ademanalyse bij verzoeker af, waarbij verzoeker 1.000 ug/l blies. Op het politiebureau te Playa, Kralendijk werd verzoeker onderworpen aan ademanalyse. Het onderzoeksresultaat van voornoemde ademanalyse bedroeg 750 ug/l. Naar aanleiding van het onderzoeksresultaat is het rijbewijs van verzoeker ingevorderd. Op 6 maart 2026 heeft verzoeker een verzoek bij het Openbaar Ministerie ingediend strekkende tot het terugkrijgen van het ingevorderde rijbewijs. Het Openbaar Ministerie heeft dit verzoek op 13 maart 2026 per brief afgewezen. Na ontvangst van de beslissing van het Openbaar Ministerie heeft verzoeker in een e-mail aan de griffie van het Gerecht verzocht de beslissing van het Openbaar Ministerie te vernietigen. Hoewel niet expliciet benoemd in het verzoek, heeft het Gerecht het verzoek aangemerkt als een verzoek in de zin van artikel 43 van het Wetboek van Strafvordering BES (hierna: Sv BES). 1.2 De behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden in raadkamer van het Gerecht op 17 maart 2026 op Bonaire. Verschenen en gehoord zijn verzoeker en de (hoofd)officier van justitie, mr. W.E. Kupers. Tijdens de behandeling heeft verzoeker het verzoek aan de hand van pleitaantekeningen, met producties, toegelicht. 1.3 Het Gerecht heeft een beschikking aangezegd die vandaag wordt gegeven. 2 De standpunten 2.1 Verzoeker heeft in raadkamer aangevoerd dat de inhouding van zijn rijbewijs onrechtmatig is. Allereerst stelt verzoeker zich op het standpunt dat de officier van justitie op grond van artikel 121 leden 4 en 5 van de Wegenverkeersverordening Bonaire binnen tien dagen een beslissing had moeten nemen over het al dan niet onder zich houden van het rijbewijs. Hetgeen de officier van justitie volgens verzoeker heeft nagelaten. Daarnaast voert verzoeker aan dat de officier van justitie onbevoegd is om te beslissen over het ingehouden rijbewijs nu de officier van justitie niet op de juiste wijze is benoemd, daarbij beroept verzoeker zich op de Bekendmakingswet BES en artikel 46 van de Rijkswet Openbaar Ministerie. 2.2 De officier van justitie heeft primair geconcludeerd tot niet ontvankelijkheid van verzoeker. Daartoe heeft hij aangevoerd dat artikel 125, tweede lid van de Wegenverkeersverordening Bonaire de officier van justitie de bevoegdheid verleent om een ingevorderd rijbewijs onder zich te houden. Het wetboek voorziet daarmee, volgens hem, zelf in een regeling, zodat een beroep op artikel 43 Sv BES niet ontvankelijk is. Voor toepassing van dat artikel is immers vereist dat sprake is van een dringende noodzaak én dat het wetboek niet reeds in een regeling voorziet. De officier van justitie heeft subsidiair geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek. Daartoe heeft de officier van justitie – kort samengevat – het volgende aangevoerd. De bestreden beslissing is op goede grond genomen. Verzoeker heeft een enorm hoge uitslag van de ademanalyse geblazen, te weten: 1000 ug/l op straat en 750 ug/l op het bureau. Daarnaast heeft verzoeker een aanrijding veroorzaakt. Op basis van voorgaande feiten volgt uit de richtlijnen een onvoorwaardelijke rijontzegging van zeven maanden. Verzoeker heeft geen omstandigheden naar voren gebracht die aanleiding geven een uitzondering te maken en om af te wijken van de richtlijnen. 3 De beoordeling De ontvankelijkheid 3.1 Ingevolge artikel 43, e