Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
2025-10-27
ECLI:NL:OGEABES:2025:48
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
864 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
registratienummer : BON202500472
datum beslissing : 27 oktober 2025
VONNIS IN KORT GEDING
In de zaak van:
de besloten vennootschap BETA BONAIRE CORPORATION B.V.,
gevestigd te Bonaire,
eiseres, hierna te noemen: BBC,
gemachtigde: mr. N.B. Louisa,
tegen:
de besloten vennootschap UMBRELLA B.V.,
gevestigd te Bonaire,
gedaagde, hierna te noemen: Umbrella,
gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift van BBC van 12 september 2025, met producties
de akte wijziging van eis tevens overlegging producties
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 oktober 2025. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling hebben partijen producties ingediend. Op de mondelinge behandeling zijn de bestuurders van partijen verschenen, bijgestaan door gemachtigden van partijen. De gemachtigde van BCC heeft mede aan de hand van een pleitnota het woord gevoerd. De gemachtigde van Umbrella heeft mede aan de hand van een verweerschrift het woord gevoerd. De bestuurder van BCC heeft mede het woord gevoerd aan de hand van schriftelijke aantekeningen.
1.3.
Na de mondelinge behandeling is de zaak aangehouden voor minnelijk overleg.
1.4.
Nadat Umbrella het gerecht had laten weten dat partijen geen overeenstemming hebben bereikt, heeft BCC haar vordering in kort geding ingetrokken, waarna Umbrella aanspraak heeft gemaakt op een proceskostenveroordeling.
1.5.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
Het gaat in deze zaak alleen nog om een beslissing over de kosten van het geding.
2.2.
Op grond van artikel 237 Rv wordt de partij die bij vonnis in het ongelijk wordt gesteld in de kosten veroordeeld. In deze zaak ontbreekt echter een beslissing op de vordering omdat deze door BCC is ingetrokken.
2.3.
BCC heeft haar vordering ingetrokken naar aanleiding van wat tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht. Zij heeft te kennen gegeven haar vordering in een bodemprocedure te willen instellen. Op de zitting heeft de rechter als voorlopig oordeel gegeven dat het spoedeisend belang bij de vordering problematisch was. BCC zal daarom als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten aan de zijde van Umbrella worden vastgesteld op USD 559,- aan salaris van de gemachtigde. De daarover gevorderde rente zal als niet weersproken worden toegewezen.
Dictum
Het gerecht, rechtdoende in kort geding:
- veroordeelt BCC in de kosten van de procedure tot op heden aan de zijde van Umbrella vastgesteld op USD 559,- aan salaris van de gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en uitgesproken op 27 oktober 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.