Rechtspraak 2025-08-15
ECLI:NL:OGEABES:2025:156
Parketnummers: 400.00276/24 (zaak A – Cartagena) 400.00363/23 (zaak B – Zeekoet), 400.00323/21 (zaak C) Uitspraak: 15 augustus 2025 Tegenspraak Vonnis van dit Gerecht in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1975 te Bonaire, wonende op Bonaire, [adres], thans gedetineerd in het huis van bewaring op Bonaire. Onderzoek van de zaak Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 14 en 15 augustus 2025. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. E.F. Sulvaran, advocaat in Curaçao. De officier van justitie, mr. D.C. Smits, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht: de verdachte ter zake van het onder parketnummer 400.00323/21 (zaak C) ten laste gelegde integraal zal vrijspreken; de verdachte ter zake van het onder parketnummer 400.00363/23 (zaak B - Zeekoet) ten laste gelegde zal vrijspreken voor zover het feit 2 betreft; het onder parketnummer 400.00363/23 (zaak B - Zeekoet) als feit 1, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen zal verklaren; het onder parketnummer 400.00276/24 (zaak A - Cartagena) ten laste gelegde bewezen zal verklaren; De officier van justitie heeft gevorderd dat het Gerecht aan de verdachte een gevangenisstraf zal opleggen van 8 jaren, met aftrek van voorarrest. De officier van justitie heeft geen afzonderlijke straf gevorderd ten aanzien van de onder parketnummer 400.00363/23 (Zeekoet) als feit 3 en 4 ten laste gelegde overtredingen. Ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen heeft de officier van justitie gevorderd te beslissen zoals vermeld op de door hem overgelegde beslaglijst. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd: Parketnummer: 400.00276/24 (zaak A - Cartagena) dat hij, op of omstreeks 3 november 2024, op het eiland Bonaire, al dan niet opzettelijk heeft uitgevoerd, ingevoerd en/of doorgevoerd en/of heeft bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumwet 1960 BES en/of artikel 1 lid 3 Opiumwet 1960 BES, in ieder geval in zijn bezit en/of aanwezig heeft gehad (ongeveer) 117 kilogram cocacine, althans een hoeveelheid cocaïne, althans van enige bereiding van cocaïne, zijnde (een) middel(len) als bedoeld in artikel 1 Opiumwet 1960 BES; (Artikel 3 jo 11 Opiumwet 1960 BES) Parketnummer: 400.00363/23 (zaak B - Zeekoet) Feit 1 dat hij op of omstreeks 21 september 2023 op het eiland Bonaire, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, voorhanden heeft gehad 5 vuurwapens en/of munitie, of (een) ander(e) soortgelijk(e) voor bedreiging of afdreiging geschikt(e) voorwerp(en), zijnde (een) vuurwapen(s) en/of munitie in de zin van de Vuurwapenwet BES; (Artikel 3 jo. 11 van de Vuurwapenwet BES jo 49 Wetboek van Strafrecht BES) Feit 2 dat hij op of omstreeks 21 september 2023 op het eiland Bonaire, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, al dan niet opzettelijk, een of meer beschermde vogels (PSITTACIDAE Amazons, parakeets, parrots), zijnde dieren behorende tot een beschermde inheemse diersoort, in de zin van het CITES-verdrag en opgenomen in de bijlagen van dat verdrag, heeft gevangen en/of in zijn bezit en/of onder zich heeft gehad; (Artikel 11, 13 lid 1 en lid 3 en 27 Eilandsverordening natuurbeheer Bonaire jo art. 33 Wet grondslagen natuurbeheer en bescherming BES jo 49 Wetboek van Strafrecht BES) Feit 3 dat hij op of omstreeks 21 september 2023 op het eiland Bonaire, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, al dan niet opzettelijk, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, levende (sier-)vogelsoorten, heeft ingevoerd of doorgevoerd; (Artikel 3 Besluit vogelgriep BES jo 49 Wetboek van Strafrecht BES) Feit 4 dat hij op of omstreeks 21 september 2023 op het eiland Bonaire, een aantal vogels op onregelmatige wijze op een van de BES eilanden heeft binnengebracht, immers heeft hij die vogels over zee Bonaire binnengebracht en niet onverw Bewezenverklaring overige feiten Het Gerecht vindt wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak A (Cartagena - parketnummer 400.00276/24) ten laste gelegde en het in zaak B (Zeekoet - parketnummer 400.00363/23) onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij: Parketnummer: 400.00276/24 (zaak A - Cartagena) op 3 november 2024 op het eiland Bonaire opzettelijk heeft ingevoerd 117 kilogram cocaïne; Parketnummer: 400.00363/23 (zaak B - Zeekoet) Feit 1 op 21 september 2023 op het eiland Bonaire voorhanden heeft gehad 5 vuurwapens in de zin van de Vuurwapenwet BES; Feit 3 op 21 september 2023 op het eiland Bonaire opzettelijk levende (sier-)vogelsoorten, heeft ingevoerd of doorgevoerd; Feit 4 op 21 september 2023 op het eiland Bonaire een aantal vogels op onregelmatige wijze op een van de BES eilanden heeft binnengebracht, immers heeft hij die vogels over zee Bonaire binnengebracht en niet onverwijld en rechtstreeks vervoerd naar de plaatsen waar douanekantoren zijn gevestigd en aldaar aangebracht en/of met een daartoe strekkende verklaring ingeklaard. Het Gerecht vindt niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat. Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft en, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 387, eerste lid, aanhef, onder e Sv betreft, telkens slechts wordt gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen. Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen opgenomen plaatsen zijn gelegen op Bonaire. Parketnummer 400.00276/24 (zaak A - Cartagena) 1. Proces-verbaal van aanhouding, # 2024011360-20241103-190451.doc, ambtsedig opgemaakt, gesloten en ondertekend op 3 november 2023 door de verbalisant [naam verbalisant], werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee, voor zover inhoudend: Op zondag 03 november 2024 omstreeks 07:42 uur kregen wij een melding dat de RCC op hun radar een verdacht vaartuig had gezien welke richting Bonaire kwam vanuit de Aves eilanden. Het gaat om de vissersboot genaamd [naam vissersboot] met 1 opvarende. Na uren lang zoeken werd de boot (onbemand) aangetroffen in de mangrove. Op een gegeven moment, toen ze de boot weg wilden slepen, kwam een ons ambtshalve bekende man, genaamd [verdachte], tevoorschijn. Hierop hadden de collega's hem staande gehouden en samen met de visserboot [naam vissersboot] terug gebracht bij de pier op Lac Baai. Daar werd de [naam vissersboot] grondig doorzocht. Tijdens het doorzoeken werd in de boot een klein emmertje met daarin verse grijze verf aangetroffen. Deze grijze verf was nog niet uitgedroogd. Vervolgens zag ik dat op de zitplaats midden in de vissersboot een vierkante plek was die er nog nieuw uitzag. De kleur van deze vierkante plek was anders dan de andere plekken in de vissersboot. Bij het doorzoeken van de vissersboot heb ik ook restjes fiber aangetroffen. 2. Proces-verbaal van bevindingen doorzoeking boot [naam vissersboot], # 4, ambtsedig opgemaakt, gesloten en ondertekend op 4 november 2024 door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee, voor zover inhoudend: Op 3 november 2024 werd verdachte [verdachte] ter hoogte van Lac Baai aangehouden. Om 16:20 uur werd gestart met het doorzoeken van de boot. Nadat de bank open gezaagd was, werd een hoeveelheid pakketten aangetroffen. In totaal werden 105 pakketten uit de boot gehaald en aangeboden aan de Forensische Opsporing. Na het wegen en tes Hieruit is gebleken dat er 5 vuurwapens verstopt waren in de aangetroffen pakketten, te weten: 1 GLOCK 16 1 GLOCK 26 1 PARABELLUM GIRSAN 9MM 1 38 SPECIAL VAN HET MERK HWM 1 PIETRO BERETTA 2 ONDERDELEN OM VUURWAPEN AUTOMATISCH TE MAKEN 1 ONDERDEEL VOOR AUTOMATISCH LANG WAPEN 3. Aanvullend proces-verbaal, # 27/2023A, ambtsedig opgemaakt, gesloten en ondertekend op 26 september 2023 door de verbalisant [verbalisant 7], werkzaam bij de Douane, voor zover inhoudend: Ter aanvulling op het proces-verbaal van bevinding met nummer 27-2023. gedateerd op 21 September 2023, wil ik het volgende toevoegen: op 21 september 2023 omstreeks 6.30 uur arriveerde de dierenarts de heer [naam dierenarts] bij Lagoen en heeft de controle uitgevoerd. De heer [naam dierenarts] heeft aangegeven dat de heer [verdachte] niet middels een officieel certificaat de oorsprong van de 24 aangetroffen vogels kon aantonen en dat deze vogels niet ingevoerd mogen worden. 4. Proces-verbaal van bevindingen bureau forensische opsporing, ambtsedig opgemaakt, gesloten en ondertekend op 7 november 2023 door verbalisant [naam], voor zover inhoudend: Op 21 September 2023 omstreeks 11.10 uur, ontving ik uit de handen van de Douanebeambte [verbalisant 7], werkzaam bij het Korps Douane een roodkleurige waterdicht tas (waterproof drybag), een boot anker met daaraan een witkleurige stuk touw en een lege blauwkieurige Spa Fles van 1.5 Liter. In de roodkleurige waterdicht tas waren er vijf (5) sealbags met in elke sealbag een afgedekt voorwerp. Bij het ontdoen van de bedekking betroffen dit vier (4) pistolen, een (1) revolver, twee vierkante onderdelen om een pistool automatisch te laten afschieten en een handvat voor ondersteuning van een automatisch vuurwapen. Verpakking E Stuk textiel AALU6290NL: Het vuurwapen was gewikkeld in een grijskleurige sok. De sok werd door mij veiliggesteld en gewaarmerkt met een SIN sticker voorzien van het nummer AALU6290NL Het hierboven omschreven pistolen met houders en revolver zal voor een technisch onderzoek worden aangeboden aan het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag 5. Rapport Wapen- en Munitieonderzoek door het NFI, zaaknummer # 2024.04.19.035/001, opgemaakt, gesloten en ondertekend op 10 juni 2024, door [naam], rapporteur en deskundige wapens en munitie, werkzaam bij het NFI, voor zover relevant: Conclusie Met het vuurwapen [AALU6279NL] (glock 19) kon op zowel volautomatische als op semi-automatische wijze worden geschoten. Met het vuurwapen [AALU6282NL] (glock 26) kon op semi-automatische wijze worden geschoten. Bij het proefschieten traden geen storingen op. Met het vuurwapen [AALU6286NL] (Beretta 90005) kon op semi-automatische wijze worden geschoten. Bij het proefschieten traden geen storingen op. Met het vuurwapen [AALU6289NL] (Girsan Yavuz 16 Compact M.C.) kon op semi-automatische wijze worden geschoten. Bij het proefschieten traden geen storingen op. Het vuurwapen [AALU6292NL] is een revolver. Bij het proefschieten met de revolver traden geen storingen op. 6. Rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek door het NFI, zaaknummer # 2024.04.19.035/001, opgemaakt, gesloten en ondertekend op 24 mei 2024, door [naam], deskundige forensisch onderzoek van biologische sporen en DNA, werkzaam bij het NFI, voor zover inhoudend: 7. De verdachte heeft ter terechtzitting van 14 augustus 2025 van het Gerecht het volgende verklaard: U toont mij een aantal foto’s van de inbeslaggenomen vogels. Deze vogels zijn van mij. Sommige heb ik in Curaçao gekocht, sommige heb ik in Bonaire gekocht. Ik heb ze op die tocht in september 2023 meegenomen op de boot naar de Aves eilanden. Maar de persoon die de vogels wilde hebben was er niet, dus heb ik de vogels ook weer mee teruggenomen naar Bonaire. Ik heb geen papieren over de herkomst van de vogels. Ik heb de vogels niet uitgeklaard toen ik Bonaire verliet en evenmin ingeklaard toen ik weer op Bonaire terugkwam. Ik was dat ook niet van plan. Overwegingen ten aanzien van de Voor het onderzoek van deze voorwerpen door het NFI en de vergelijking van eventueel aangetroffen DNA met dat van de verdachte, is geen aparte machtiging van de rechter-commissaris nodig. Het verweer slaagt niet. Verweer 2 - contaminatie De raadsman heeft erop gewezen dat het DNA van de verdachte niet door diens eigen aanraking, maar door secundaire overdracht op de sok terecht kan zijn gekomen, namelijk via de handen van de opsporingsambtenaren. Dit zou zijn gebeurd tijdens het onderzoek op de pier, omdat de opsporingsambtenaren toen de drybag geheel hebben uitgepakt, inclusief alle verpakkingsmateriaal, en dit hebben zij gedaan zonder handschoenen, aldus de raadsman. Het Gerecht volgt dit verweer niet, omdat het niet wordt ondersteund door de feitelijke gang van zaken zoals die uit het dossier blijkt. Allereerst overweegt het Gerecht dat nergens uit blijkt dat de opsporingsambtenaren die de boot hebben onderzocht, ook de verdachte hebben aangeraakt. Daarnaast stelt het Gerecht vast dat de stelling van de raadsman over het volledig uitpakken van de drybag op de pier niet overeenkomt met wat uit het dossier blijkt. Uit het dossier volgt dat op de pier alleen de plastic verpakkingen uit de drybag zijn gehaald. De betreffende grijze sok bevond zich in één van deze plastic verpakkingen en is dus op dat moment naar alle waarschijnlijkheid niet aangeraakt. Nader onderzoek van de aangetroffen voorwerpen heeft op het politiebureau plaatsgevonden. Dat dit nadere onderzoek zonder handschoenen zou hebben plaatsgevonden is door de raadsman niet onderbouwd en blijkt ook nergens uit. Dit verweer slaagt derhalve evenmin. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Parketnummer 400.00276/24 (zaak A - Cartagena) De verdachte heeft ontkend iets met verdovende middelen te maken te hebben. Als die op zijn boot zijn aangetroffen, dan moeten die van iemand anders zijn geweest of daar door de opsporingsambtenaren geplant zijn, aldus de verdachte. Het Gerecht overweegt hierover als volgt. De verdovende middelen zijn aangetroffen in een bank in de boot waarop de verdachte - alleen – terugkwam vanaf de Aves eilanden. Uitgangspunt is dat de eigenaar of gebruiker van een voorwerp of vervoermiddel weet wat zich in dat voorwerp of vervoermiddel bevindt en daar ook verantwoordelijk voor kan worden gehouden. Door de verdediging zijn geen omstandigheden aangevoerd die tot een ander oordeel zouden moeten leiden. Integendeel: de verdachte heeft verklaard dat het zijn eigen boot is, dat hij die niet uitleent en dat hij zelf de reparaties aan de boot verricht. Het Gerecht overweegt ten overvloede dat 117 kg cocaïne een omvangrijke partij is met een waarde van vele miljoenen dollars. Het Gerecht vindt het niet aannemelijk dat een derde de verstopplek op de boot van de verdachte zou hebben aangebracht, zonder dat de verdachte hiervan iets zou hebben gemerkt. De verstopplek werd door de douane immers relatief snel ontdekt, onder meer doordat de verflaag nog vochtig was en een pot met verf in de kleur van de verstopplek zichtbaar op de boot was achtergelaten. Evenmin acht het Gerecht het aannemelijk dat een derde daarin een grote partij harddrugs zou hebben verborgen en de verdachte vervolgens zonder diens medeweten met een zo waardevolle lading op zee zou laten rondvaren. Het verweer wordt verworpen. Parketnummer 400.00363/23 (zaak B - Zeekoet) De raadsman heeft bepleit dat het bewijs ontbreekt dat de op 21 september 2023 gevonden vuurwapens door de verdachte daar in het water zijn achtergelaten. Het Gerecht verwerpt ook dit verweer. De verbalisanten hebben waargenomen dat de verdachte zich ongeveer 5 tot 10 meter van de pier in het water bevond toen zij bij Lagun aankwamen. Na de controle is op ongeveer die plek een tas in het water gevonden. Het betreft een zogenaamde “dry-bag”, een tas die speciaal is bedoeld om voorwerpen onder water droog te kunnen bewaren. In de tas zijn vijf vuurwapens aangetroffen. Eén van deze vuurwapens was verpakt in een sok, die op zijn be