Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
2024-02-07
ECLI:NL:OGEABES:2024:4
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,312 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202300546, BON202000534 ([minderjarige 1]) en BON202100050 ([minderjarige 2)
datum uitspraak: 7 februari 2024
BESCHIKKING
Op verzoek van:
VOOGDIJRAAD CARIBISCH NEDERLAND,
gevestigd te Bonaire,
hierna: de Voogdijraad.
Met betrekking tot de minderjarigen:
- [MINDERGARIGE 1]geboren op [geboortedatum] 2019 te Bonaire (hierna ook: [minderjarige 1])
- [MINDERJARIGE 2], geboren op [geboortedatum] 2022 te Bonaire (hierna ook: [minderjarige 2]).
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
- [DE MOEDER], wonende te Bonaire (hierna: de moeder)
- Zorg en Jeugd Caribisch Nederland, gevestigd te Bonaire (hierna: ZJCN).
- [DE PLEEGMOEDER]wonende te Bonaire (hierna: de pleegmoeder)
Procesverloop
1.1.
Op 15 november 2023 heeft de Voogdijraad een verzoekschrift met als bijlage een raadsrapport van 13 november 2023 ingediend.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 24 januari 2024. Daarbij waren aanwezig moeder en pleegmoeder en namens de Voogdijraad mevrouw F. Franckaert en namens ZJCN mevrouw M. Mercelina en mevrouw M. Short.
1.3.
De beslissing is bepaald op heden.
Feiten
2.1.
Moeder heeft het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].
2.2. [
minderjarige 1] staat sinds 19 november 2020 (voorlopig) onder toezicht en is sindsdien uithuisgeplaatst bij zijn pleegmoeder. [minderjarige 2] staat sinds 18 februari 2021 (dus voor haar geboorte) onder toezicht. Zij is op 24 augustus 2022 uithuisgeplaatst bij pleegmoeder (waar [minderjarige 1] al geplaatst was). Na diverse verlengingen lopen de vermelde beschermingsmaatregelen nog steeds, thans middels een laatste beschikking van 15 februari 2023 tot 18 februari 2024.
3Het verzoek en de beoordeling
3.1.
De Voogdrijraad verzoekt om moeder te ontheffen van het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en pleegmoeder te belasten met de over hen uit te oefenen voogdij.
3.2.
Aan het verzoek wordt ten grondslag gelegd dat moeder na de ruim drie jaar geleden uitgesproken ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing, nog altijd niet in staat is om de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te dragen. Moeder werkt onvoldoende mee aan hulp en ondersteuning vanuit ZJCN en MHC. Moeder is voor hulpverlening wisselend bereikbaar. Het patroon van huiselijk geweld en alcoholgebruik dat aan de eerdere beslissingen tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing ten grondslag lag, is nog steeds aanwezig.
3.3.
Moeder kan zich vinden in het verzoek.
3.4.
Ook pleegmoeder kan zich vinden in het verzoek. Zij heeft zich bereid verklaard om belast te worden met de voogdij.
3.5.
In het kader van het onderzoek door de Voogdijraad en het daarover uitgebrachte rapport is de biologische vader, de heer [de vader], hoewel daartoe opgeroepen, niet in beeld gekomen.
3.6.
Het verzoek wordt als volgt beoordeeld. Ingevolge artikel 1:266 BW BES kan de rechter een ouder van het gezag ontheffen op de grond dat hij ongeschikt of onmachtig is zijn plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen, mits het belang van het kind zich daar niet tegen verzet. Uit het, in zoverre door moeder niet bestreden, raadsrapport, kan worden geconcludeerd – kort gezegd – dat er ernstige zorgen zijn rondom moeder die verband houden met of worden gekenmerkt door huiselijk geweld, alcoholgebruik door moeder, een onveilige huisvesting, seksueel misbruik en verwaarlozing. Moeder werkt onvoldoende mee aan de aan haar geboden hulpverlening en zij is onvoldoende bereikbaar om de nodige beslissingen te kunnen nemen over [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. Het gerecht volgt daarom de ook in het raadsrapport vermelde conclusie dat het perspectief van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] niet meer bij moeder ligt. Er is sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 1:266 BW BES, reden waarom het verzoek om haar te ontheffen van het gezag zal worden toegewezen.
Dictum
Het gerecht
4.1.
ontheft moeder van het gezag over [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2019 te Bonaire, en [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2022 te Bonaire,
4.2.
benoemt [de pleegmoeder], geboren op [geboortedatum] 1979 te Curaçao, tot voogd over de genoemde minderjarigen,
4.3.
verklaart deze beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,
4.4.
verstaat dat deze beslissing door de griffie van het Gerecht zal worden opgenomen in het gezagsregister.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.R. Veerman, rechter, en is op 7 februari 2024 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.