Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
2024-02-19
ECLI:NL:OGEABES:2024:19
Civiel recht
Kort geding
1,357 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire
Registratienummer: BON202400023
Datum uitspraak: 19 februari 2024
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:
de stitching FUNDASHON CAS BONAIRIANO,
gevestigd te Bonaire,
eiseres, hierna: verhuurster,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas,
tegen
[GEDAAGDE],
wonend te Bonaire,
gedaagde, hierna: huurster.
1Het procesverloop
1.1.
Op 22 januari 2024 heeft verhuurster een verzoekschrift in kort geding ingediend.
1.2.
De behandeling van het kort geding heeft plaatsgevonden op 5 februari 2024. Verhuurster is verschenen. Huurster is, hoewel deugdelijk opgeroepen, niet verschenen. Tegen huurster is verstek verleend.
1.3.
Vonnis is bepaald op vandaag.
Beoordeling
2.1.
Huurster huurt sinds 1 juli 2010 van verhuurster een woning aan de [adres] te Bonaire voor een huurprijs van thans USD 365,90 per maand. De huurprijs is bij vooruitbetaling voor de 5e dag van elke maand verschuldigd.
2.2.
Verhuurster heeft op de in het verzoekschrift aangevoerde gronden - samengevat - de ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand plus de tot aan de ontruiming verschuldigde termijnen en buitengerechtelijke incassokosten gevorderd, vermeerderd met rente, proceskosten en nakosten.
2.3.
Verhuurster heeft tijdens de mondelinge behandeling herhaald dat de huurachterstand berekend tot en met januari 2024 USD 2.709,78 bedraagt.
2.4.
Huurster, die niet in de procedure is verschenen, heeft de vorderingen van verhuurster niet weersproken. Die vorderingen zijn toewijsbaar als hieronder onder beslissing weergegeven. De onweersproken huurachterstand rechtvaardigt de gevorderde ontruiming.
2.5.
De machtiging tot gedwongen ontruiming is niet toewijsbaar. Indien noodzakelijk voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis, kan de deurwaarder met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 555 e.v. van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES (hierna: Rv BES) zonder toestemming van de bewoner het betreffende pand betreden en ontruimen. Voor de vertegenwoordiging als bedoeld in artikel 557 jo. 444 lid 2 Rv BES zal reeds toestemming worden verleend.
2.6.
Huurster zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Deze bedragen:
explootkosten USD 136,85
griffierecht USD 251,00
salaris gemachtigde USD 559,00 +
totaal: USD 946,85
Dictum
Het gerecht, recht doende in kort geding,
3.1.
veroordeelt huurster de woning aan de [adres] binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis met alle personen en zaken die zich van de kant van huurster in en om het gehuurde bevinden, te verlaten en te ontruimen en ontruimd te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van verhuurster te stellen,
3.2.
verstaat dat, indien huurster niet aan de veroordeling onder 3.1. voldoet, de deurwaarder, door wie de gedwongen ontruiming zal dienen te geschieden, op grond van de wet- en regelgeving (artikel 555 e.v. Rv BES) bevoegd is de sterke arm van politie en justitie in te roepen, en verleent reeds thans toestemming voor de vertegenwoordiging als bedoeld in artikel 557 jo. 444 lid 2 Rv BES,
3.3.
veroordeelt huurster tot betaling aan verhuurster van USD 2.709,78 ter zake van achterstallige huurpenningen tot en met de maand januari 2024, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het verzoekschrift 24 januari 2024 tot de dag van algehele voldoening,
3.4.
veroordeelt huurster tot betaling aan verhuurster van USD 210,00 ter zake van buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het verzoekschrift 24 januari 2024 tot de dag van algehele voldoening,
3.5.
veroordeelt huurster tot betaling aan verhuurster van USD 365,90 per maand voor iedere ingegane maand vanaf 1 februari 2024 tot het tijdstip van ontruiming,
3.6.
veroordeelt huurster tot betaling van de proceskosten, tot op heden begroot op USD 946,85, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de 15e dag na nadat huurster schriftelijk is verzocht door verhuurster om aan dit vonnis te voldoen tot aan de dag van algehele voldoening,
3.7.
veroordeelt huurster tot betaling van de nakosten van USD 140,00 zonder betekening en verhoogd met USD 84,00 in geval van betekening, indien nakoming door huurster uitblijft binnen veertien dagen nadat huurster schriftelijk is verzocht door verhuurster om aan het vonnis te voldoen,
3.8.
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.9.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Veerman, rechter en uitgesproken op 19 februari 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.