Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
2024-10-16
ECLI:NL:OGEABES:2024:104
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,311 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
Registratienummer: BON202400414
Datum beslissing: 16 oktober 2024
BESCHIKKING
op het verzoek van:
[verzoekster],
wonende te Bonaire,hierna: verzoekster,
tot het in stellen van mentorschap over:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] 1966, wonende te Bonaire,hierna: betrokkene.
belanghebbende:
[belanghebbende],
wonende te Bonaire,hierna: biologische moeder betrokkene.
Procesverloop
1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen is ingediend op 5 september 2024.
1.2
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2024. Daarbij zijn verzoekster en betrokkene verschenen. Tevens is verschenen [medewerker FKPD] van Fundashon pa Kwido di Personanan Desabilita (hierna: FKPD). En verschenen is mevrouw K. Thielman, in haar hoedanigheid van voor deze zaak beëdigd tolk in de Papiamentse taal.
1.3.
De datum van de uitspraak is bepaald op vandaag.
2
2. Het verzoek en de beoordeling
2.1.
Verzoekster is de pleegzus van betrokkene. Zij verzoekt om een mentorschap over betrokkene in te stellen, met de benoeming van verzoekster als mentor. Betrokkene is bij haar geboorte ‘afgestoten’ door haar biologische moeder, waarna zij als familie is opgenomen in het gezin van verzoekster. Sinds 2001 woont betrokkene in het gezinsvervangende tehuis van FKPD. Verzoekster is de enige die naar betrokkene omkijkt. De vader van verzoekster is overleden en haar moeder is dementerend en woont in een verzorgingstehuis. Betrokkene heeft geen contact met haar biologische familie.
2.2.
Op grond van artikel 1:450 lid 1 BW BES kan de rechter, indien een meerderjarige als gevolg van haar geestelijke of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is of bemoeilijkt wordt haar belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen, een mentorschap instellen.
2.3.
Aan de orde is allereerst de vraag of de betrokkene als gevolg van haar lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is haar belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen. Bij de overgelegde stukken zit een verklaring over de geestelijke toestand van betrokkene, afgelegd door I. van Duijvenbode-Erseline, orthopedagoog bij FKPD, alwaar betrokkene al jaren woont en dagelijks haar dagbesteding heeft. Daarnaast bevat het dossier een medische verklaring van M. Vermaak, arts voor verstandelijk gehandicapten bij Novicare. Uit deze verklaringen komt naar voren dat betrokkene lijdt aan dementie en gedrag vertoont passend bij een sociaal emotionele ontwikkeling van een kind van 3-4 jaar, waardoor zij niet in staat om haar belangen naar behoren te behartigen. Op zichzelf is daarmee, naar het oordeel van het gerecht, aan het wettelijke criterium voor het instellen van een mentorschap voldaan.
2.4.
Dan resteert de vraag of verzoekster een verzoek als deze kan instellen. Op grond van art 1:451 lid 1 BW BES kan het mentorschap worden verzocht door de betrokken persoon, zijn echtgenoot of andere levensgezel, zijn bloedverwanten in de rechte lijn en die in de zijlijn tot en met de vierde graad. Het mentorschap kan ingevolge het tweede lid van dit artikel tevens worden verzocht door, voor zover hier van belang, een instelling waar betrokkene duurzaam wordt verzorgd. Verzoekster is geen bloedverwant van betrokkene, immers is betrokkene niet door de ouder(s) van verzoekster in juridische zin geadopteerd en daarmee in juridische zin familie van verzoekster geworden. Evenmin is zij een levensgezel van betrokkene omdat zij geen gemeenschappelijke huishouding met betrokkene voert, immers woont betrokkene thans in een gezinsvervangend tehuis van FKPD. Niettemin zal het gerecht verzoekster ontvankelijk houden in haar verzoek, waarvoor redengevend is dat verzoekster en betrokkene zich in feite voelen als volwaardige zussen van elkaar, waarvan zij tijdens de mondelinge behandeling hebben getuigd, alsmede dat het verzoek door FKPD als verzorgende instelling over betrokkene wordt ondersteund.
2.5.
Verzoekster heeft verzocht om haar als mentor te benoemen, hetgeen ook de uitdrukkelijke voorkeur is van betrokkene en ook door FKPD wordt ondersteund. De benoeming van verzoekster tot mentor van betrokkene strookt daarom naar het oordeel van het gerecht het meest met de belangen van betrokkene. Nu voor het overige niet van bezwaren daartegen is gebleken, zal het gerecht dienovereenkomstig beslissen.
Dictum
Het gerecht:
3.1.
stelt een mentorschap in ten behoeve van [betrokkene], geboren op [geboortedatum betrokkene] 1966 te Bonaire;
3.2.
benoemt tot mentor [verzoekster], geboren op [geboortedatum verzoekster] 1953 te Bonaire;
Deze beschikking is gegeven door mr. J.R. Veerman, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.