Rechtspraak 2026-07-15
ECLI:NL:OGEAA:2026:199
Beschikking van 15 juli 2026 Behorend bij AUA202601397 EJ GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de zaak van: de vennootschap naar het recht van Nederland SITA B.V. , te Aruba, verzoekster, hierna te noemen: SITA, gemachtigden: de advocaten mrs. M. Bemer en J. Relouw, tegen: [Verweerder] , te Aruba, verweerder, hierna ook te noemen: [verweerder], gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock. 1 DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het op 20 april 2026 ingediende verzoekschrift met producties; - de door SITA op 15 mei 2026 nader toegezonden producties; - de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van vrijdag 29 mei 2026. 1.2 Mr. Bemer is namens SITA ter zitting verschenen. [Verweerder] is ter zitting verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde. Partijen hebben het woord gevoerd - mede aan de hand van de door hen overgelegde en voorgedragen pleitaantekeningen - en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen. 1.3 De datum van beschikking is bepaald op heden. 2 DE FEITEN 2.1 Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende bestreden alsmede op grond van de inhoud van de overgelegde producties voor zover niet of onvoldoende bestreden staat onder meer het volgende vast tussen partijen. 2.2 SITA is een bedrijf dat actief is binnen de luchthavenomgeving van Aruba Airport Authority N.V. (hierna: AAA) en is verantwoordelijk voor de ondersteuning van de telecommunicatie- en terminalsystemen op de luchthaven, waaronder de ‘ common use terminal equipment (cute) ’ die door luchtvaartmaatschappijen en agenten worden gebruikt, ter verkrijging van toegang tot de bestaande luchthaveninfrastructuur. 2.3 [ Verweerder] is op 30 september 2013, tegen een bruto maandloon van Afl. 4.050, in dienst getreden van SITA als ‘ Engineer Field Operations’ op de luchthaven van Aruba, die wordt beheerd door AAA. Blijkens de door SITA overgelegde arbeidsovereenkomst bestaan de taken van [verweerder] uit uiteenlopende technische operationele werkzaamheden op de luchthaven, waarbij hij gehouden is de aanwijzingen en instructies van SITA of de manager te volgen. 2.4 Bij brief van 9 maart 2026 is [verweerder] - in afwachting van intern onderzoek - geschorst, omdat hij op 3 maart 2026 een collega die niet geautoriseerd was om de core room te betreden, heeft toegelaten tot die ruimte. De brief luidt als volgt: “This letter serves to formally advise you that you are being placed under suspension from your duties with immediate effect, pending investigation of a serious workplace incident. Last Friday, we were informed of an incident that apparently occurred on Tuesday, March 3, 2026, in which you allowed a colleague to enter a restricted airport area while that individual was not in possession of the required airport badge and did not have the necessary authorization. Such actions constitute a serious breach of airport security regulations.”. 2.5 Naar aanleiding van voormeld incident heeft AAA de toegang van [verweerder] tot de beveiligde luchthavengebieden met ingang van 9 maart tot 9 april 2026 opgeschort. 2.6 Nadat het onderzoek naar het hierboven beschreven incident was afgerond, is aan [verweerder] met betrekking tot bedoeld incident op 23 maart 2026 een schriftelijke waarschuwing gegeven. Daarbij is [verweerder] onder meer medegedeeld dat een nieuwe misstap tot ontslag op staande voet zou kunnen leiden. 2.7 [ Verweerder] is hierna op dezelfde datum wederom geschorst in verband met een onderzoek naar een ander incident dat zich tijdens zijn schorsing op 20 maart 2026 heeft voorgedaan. De schorsingsbrief luidt als volgt: “This letter serves to formally advise you that you are being placed on suspension from your duties with immediate effect, pending investigation of a serious workplace incident. Last Friday, we were informed of an incident that occurred while you were on suspension, in which you provided another individual with an administrator password for our common-use platform/domai 3.4 Voor zover van belang voor de uitspraak worden de stellingen van partijen hierna besproken. 4 DE BEOORDELING 4.1 Aan de orde is de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen ontbonden dient te worden. Ingevolge artikel 7:685 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) is iedere partij te allen tijde bevoegd zich wegens gewichtige redenen tot de rechter te wenden met het verzoek de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Als gewichtige redenen worden onder meer beschouwd omstandigheden welke een dringende reden als bedoeld in het eerste lid van artikel 7:677 BW zouden hebben opgeleverd, alsook veranderingen in de omstandigheden welke van dien aard zijn dat de dienstbetrekking billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen. Indien de rechter het verzoek inwilligt wegens veranderingen in de omstandigheden, kan hij op grond van het achtste lid van bedoeld artikel, zo hem dat met het oog op de omstandigheden van het geval billijk voorkomt, aan een der partijen ten laste van de wederpartij een vergoeding toekennen. dringende reden 4.2 SITA stelt zich primair op het standpunt dat sprake is van een dringende reden, omdat [verweerder] recentelijk (nadat hij in oktober en november 2025 de ziekteverzuimprotocollen niet heeft nageleefd en het in januari 2026 opgestarte Performance Improvement Plan niet met succes heeft afgerond) tot twee keer toe de veiligheids- en beveiligingsvoorschriften heeft geschonden en daarvoor disciplinair is gestraft met een waarschuwing en schorsing. Zo heeft [verweerder] op 3 maart 2026 een collega, die niet over de vereiste luchthavenpas of autorisatie beschikte, toegang verleend tot een beveiligd gebied van de luchthaven, terwijl aan [verweerder] tijdens de laatste door hem gevolgde cursus op 7 september 2023 ( Airside Safety & Security Training ) opnieuw is medegedeeld dat bezoekerspassen strikt persoonsgebonden zijn en niet aan derden mogen worden verstrekt of door anderen mogen worden gebruikt. Dit volgt volgens SITA ook uit het cursusdocument aangeduid als “ Terminal Safety & Security Training ”, waarmee [verweerder] bekend is. [Verweerder] is wegens dit gedrag op 9 maart 2026 geschorst, waarna hij op 23 maart 2026 schriftelijk is gewaarschuwd. [Verweerder] heeft vervolgens op 20 maart 2026 (tijdens zijn schorsingsperiode) - in strijd met de interne voorschriften - zijn persoonlijke administrator-wachtwoord, dat bestemd is voor het afhandelen van passagiers, verstrekt aan een collega die zich in zijn proeftijd bevond en dus niet bevoegd was te beschikken over bedoeld wachtwoord. Dit gedrag wordt volgens SITA naar zijn aard beschouwd als het delen van vertrouwelijke informatie met een onbevoegde derde, hetgeen conform de (bij [verweerder] bekende) geldende procedureregels van SITA - zoals vastgelegd in het document aangeduid als “ Disciplinary procedure ” - een ernstig plichtsverzuim vormt. Niet alleen is [verweerder] wegens dit gedrag op 23 maart 2026 wederom geschorst, maar ook vormde dit incident voor SITA de spreekwoordelijke druppel die de emmer deed overlopen. 4.3 Het Gerecht overweegt als volgt, waarbij voorop wordt gesteld dat tussen partijen niet in geschil is dat de door SITA gestelde veiligheids- en beveiligingsvoorschriften bestaan en dat [verweerder] daarmee en met de procedureregels zoals hierboven vermeld bekend is. Verder is evenmin in geschil dat de gebeurtenissen die hierboven zijn weergegeven, hebben plaatsgevonden, zodat die komen vast te staan. 4.4 [ Verweerder] heeft ter zitting uitgelegd waarom hij zich op voormelde dagen heeft gedragen op de wijze zoals hij dat heeft gedaan. Wat betreft het incident van 3 maart 2026 heeft [verweerder] aangevoerd dat zich op de dag in kwestie een situatie heeft voorgedaan, waarbij [verweerder] zich genoodzaakt zag de bezoekerspas aan een onbevoegde collega te verstrekken. Gebleken is immers dat de bezoekerspas van één van de twee collega’s, die voor een korte periode uit het buitenland zijn overgekomen om aan een project