Rechtspraak
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
2025-01-22
ECLI:NL:OGEAA:2025:43
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
772 tokens
Inleiding
Uitspraak van 22 januari 2025
Lar nr. AUA202402642
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
PROCES-VERBAAL VAN DE MONDELINGE UITSPRAAK
op het verzoek om nakoming als bedoeld in artikel 53 van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
[Verzoeker],
wonend in Aruba,
VERZOEKER,
gemachtigde: drs. M.L. Hassell,
gericht tegen:
DE MINISTER VAN JUSTITIE EN SOCIALE ZAKEN,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigden: mrs. V. Emerencia en Y. Kaarsbaan (DWJZ).
Openbare zitting gehouden op 22 januari 2025 vanaf 15:30 uur.
Tegenwoordig:
mr. B.J. van Ettekoven, rechter.
mr. drs. A.A. Wever, griffier.
Verschenen:
partijen bij de gemachtigden voornoemd.
Dictum
De rechter in dit gerecht:
- veroordeelt verweerder (het Land) aan verzoeker een bedrag van Afl. 500,- te betalen;
- wijst af het meer of anders gevorderde.
Overwegingen
1. Verzoeker heeft het gerecht gevraagd om nakoming van de uitspraak van het gerecht van 6 maart 2024 (Lar nr. AUA202204472), waarin verweerder is opgedragen om binnen drie maanden alsnog een beslissing te nemen op het bezwaarschrift van verzoeker. In de uitspraak van 6 maart 2024 is beslist op het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar van verzoeker van 13 september 2022. Dat bezwaar was gericht tegen het uitblijven van een beslissing op zijn verzoek van 23 juni 2022. Verzoeker heeft toen verzocht om ‘toekenning van immateriële schade naar aanleiding van de overschrijding van de redelijke termijn inzake zijn verzoek om openbaarmaking krachtens de Landsverordening openbaarheid van bestuur (Lob) van 14 januari 2020’.
2. Het gerecht stelt vast dat verweerder nog steeds niet op het bezwaar van verzoeker heeft beslist. Hoewel daartoe wel verplicht heeft verweerder dus geen uitvoering gegeven aan de uitspraak van 6 maart 2024. Naar aanleiding van hetgeen ter zitting is besproken, wordt het verzoek om nakoming opgevat als een verzoek om toekenning van een vergoeding aan verzoeker ten laste van verweerder (het Land). De gemachtigde van verzoeker heeft ter zitting, desgevraagd, aangegeven dat het om een bedrag van Afl. 500,- gaat wegens overschrijding van de redelijke termijn. Verweerder heeft deze vordering niet betwist.
3.. Gelet hierop zal het gerecht het verzoek om toekenning van een vergoeding van Afl. 500,- aan verzoeker, ten laste van verweerder (het Land), toewijzen.
Deze beslissing is gegeven door mr. B.J. van Ettekoven, rechter in dit gerecht, in samenwerking met mr. drs. A.A. Wever, griffier, en wordt geacht in het openbaar te zijn uitgesproken op woensdag, 22 januari 2025 in aanwezigheid van de griffier.
Informatie over hoger beroep
Tegen de beslissing op het verzoek ex artikel 53 van de Lar kan geen hoger beroep worden ingesteld.