Rechtspraak
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
2025-07-18
ECLI:NL:OGEAA:2025:253
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,408 tokens
Inleiding
Parketnummer: P-2024/02675
Zaaknummer: 172 van 2025
Uitspraak: 18 juli 2025 Tegenspraak
Vonnis van dit Gerecht
in de strafzaak tegen de verdachte:
[Verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1972 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats],
thans gedetineerd in [detentieplaats] in Aruba.
1Onderzoek van de zaak
Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 27 maart 2025 (pro forma) en op 27 juni 2025 (inhoudelijke behandeling). De verdachte (hierna [verdachte] genoemd) is telkens verschenen, bijgestaan door mr. V.A.V. Carlo, advocaat in Aruba.
De officier van justitie, mr. Y. Pronk, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van tweeënveertig [42] maanden, met aftrek van voorarrest.
Haar vordering behelst voorts de teruggave van de onder verdachte inbeslaggenomen voorwerp, te weten een [nationaliteit] identiteitsbewijs ten name van [verdachte], aan de verdachte.
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte integraal zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte zijn de feiten ten laste gelegd die zijn vermeld op de dagvaarding. Een afschrift van de dagvaarding is aan dit vonnis gehecht.
3Formele voorvragen
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
4Bewezenverklaring
Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder
1. primair en 2 primair is ten laste gelegd, met dien verstande:
1. dat hij op of omstreeks 13 december 2024 in Aruba
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, in elk geval enige bereiding van deze stof, heeft
ingevoerd, afgeleverd, vervoerd, en in bezit en/of aanwezig heeft gehad;
2. dat hij op of omstreeks 13 december 2024 in Aruba
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk hennep, in ieder geval enig gebruikelijk bereiding waaraan hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt,
heeft ingevoerd, afgeleverd, vervoerd, en in bezit en/of aanwezig heeft gehad.
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
5Bewijsmiddelen
Indien tegen dit verkorte vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door het Gerecht gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het vonnis. Deze aanvulling zal vervolgens aan het vonnis worden gehecht.
6Bewijsoverwegingen
Op 13 december 2024 omstreeks middernacht heeft de kustwacht binnen de territoriale zee van Aruba een vaartuig onderschept dat afkomstig was van de territoriale wateren van Venezuela. Aan boord waren vier mannen. Twee mannen zaten vooraan ([medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]). De twee anderen zaten achter bij de motoren ([verdachte] en [medeverdachte 3]). Aan boord heeft de kustwacht zeven zwarte balen met verdovende middelen aangetroffen. Eerder was door het kustwachtvliegtuig waargenomen dat de bemanning die voorin het vaartuig zat (verdachte en [medeverdachte 2]) balen overboord gooiden. Deze vijf balen zijn door de kustwacht uit het water gehaald. De door de kustwacht aldus aangetroffen twaalf balen bevatten een totale hoeveelheid van 323 kilogram hennep en 27 kilogram cocaïne.
[Medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij de kapitein van het vaartuig was. De afspraak was dat hij halverwege een andere boot zou ontmoeten. Hij moest drie personen en een aantal pakketten op de andere boot overdragen. Als dat eenmaal zou hebben plaatsgevonden, zou hij terug naar Venezuela varen. Als betaling zou hij het vaartuig krijgen. (Het Gerecht begrijpt:) [verdachte] zou hem helpen op de boot, door water uit de boot te halen en benzine bij te vullen. De twee mannen voorin gaven [medeverdachte 3] instructies over waar hij heen moest varen.
[Verdachte] heeft verklaard dat hij op het vaartuig de helper van de kapitein was. De kapitein bestuurde het vaartuig en [verdachte] zorgde dat het niet volledig volliep met water. In totaal waren er vier mannen aan boord. De twee mannen vooraan waren degenen die de opdracht gaven waar zij naartoe moesten varen. Deze mannen moesten bij de aankomst bij Aruba uitstappen samen met de balen die aan boord waren. Vervolgens moesten de kapitein en [verdachte] terug naar Venezuela gaan. Ter terechtzitting heeft [verdachte] verklaard dat hij bij het opstappen van de boot dacht dat in de balen drugs zat.
[Medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben in hun verklaringen bij de politie bevestigd dat zij degenen zijn die de balen overboord hebben gegooid.
Op grond van het voorgaande stelt het Gerecht vast dat alle vier de verdachten betrokken zijn geweest bij het transport van verdovende middelen naar Aruba. Verdachten hebben dit transport gezamenlijk uitgevoerd, waarbij ieder zijn eigen rol had. [Medeverdachte 3] was de kapitein, [verdachte] de helper van de kapitein, en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] waren degenen die de instructies gaven en die belast waren met de daadwerkelijke afhandeling van de balen. Zij waren ook degenen die de balen probeerden weg te maken toen duidelijk was dat het vaartuig door de kustwacht zou worden onderschept. Alle verdachten wisten dat in de door hen vervoerde balen verdovende middelen zaten, althans zij vermoedden dit.
In het licht van al het voorgaande is het Gerecht van oordeel dat de verdachte in nauwe en bewuste samenwerking met zijn medeverdachten zich schuldig heeft gemaakt aan (kort gezegd) de smokkel van verdovende middelen naar Aruba.
Het Gerecht acht gelet op het voorgaande de feiten wettig en overtuigend bewezen.
7Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
Feit 1:
Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 4, eerste lid onder A, B en C, van de Landsverordening verdovende middelen, strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze Landsverordening;
Feit 2:
Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid onder A, B en C, van de Landsverordening verdovende middelen, strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze Landsverordening.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.
8Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.
De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.
9Oplegging van straf
Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
Dictum
Het Gerecht:
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de [42] tweeënveertig maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
heft het bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van het tijdstip waarop de duur van de ondergane voorlopige hechtenis gelijk is geworden aan de duur van de onvoorwaardelijk opgelegde vrijheidsstraf;
gelast de teruggave aan de verdachte van de op de beslaglijst opgenomen voorwerpen:
- [nationaliteit] identiteitsbewijs, ten name van [verdachte].
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.A. Lensink, bijgestaan door
Y.G. Wilsoe, (zittingsgriffier), en op 18 juli 2025 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.