Rechtspraak
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
2025-07-11
ECLI:NL:OGEAA:2025:232
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,838 tokens
Inleiding
Parketnummer: P-2024/01803
Zaaknummer: 697 van 2024
Uitspraak: 11 juli 2025 Tegenspraak
Vonnis van dit Gerecht
in de strafzaak tegen de verdachte:
[Verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats], op het adres [adres],
thans gedetineerd in het [detentieplaats].
Onderzoek van de zaak
Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 28 november 2024 (pro forma), 21 maart 2025 (pro forma) en 20 juni 2025 (inhoudelijke behandeling). De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman
mr. G.A. Maldonado, advocaat in Aruba.
De officier van justitie, mr. E.D. Schwengle, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en een proeftijd van twee jaren.
Haar vordering behelst voorts:
de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen voorwerpen, op de (als bijlage bij dit vonnis gevoegde) beslaglijst genummerd onder 25 t/m 32 en 48 t/m 52;
de verbeurdverklaring van de in beslag genomen voorwerpen, op de beslaglijst genummerd onder 6 t/m 15 (geldbedragen USD 1200,- en Afl. 23,50), 16 t/m 24 en 22 t/m 27;
de teruggave van de overige op de beslaglijst genoemde voorwerpen aan de rechtmatige eigenaar.
De raadsman heeft verweer gevoerd ten aanzien van de strafmaat en ten aanzien van de inbeslaggenomen auto en autosleutels van de verdachte.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting op
21 maart 2025 – ten laste gelegd:
dat hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2024 tot en met 20 augustus 2024 in Aruba, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, opzettelijk hennep, althans enige gebruikelijke bereiding waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt, heeft verkocht en/of afgeleverd en/of vervoerd en/of in bezit en/of aanwezig heeft gehad.
Formele voorvragen
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
Bewezenverklaring
Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd, met dien verstande:
dat hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2024 tot en met 20 augustus 2024 in Aruba, tezamen en in vereniging met een anderen, althans alleen, opzettelijk hennep, althans enige gebruikelijke bereiding waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt, heeft verkocht en/of afgeleverd en/of vervoerd en/of in bezit en/of aanwezig heeft gehad.
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsmiddelen
Indien tegen dit verkorte vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door het Gerecht gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het vonnis. Deze aanvulling zal vervolgens aan het vonnis worden gehecht.
Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met artikel 4, eerste lid, van de Landsverordening verdovende middelen,
strafbaar gesteld bij artikel 11, eerste lid, van de Landsverordening verdovende middelen,
meermalen gepleegd.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.
De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.
Stafmotivering
Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
De verdachte heeft zich samen met zijn mededader meermaals schuldig gemaakt aan het illegaal vervoeren van verdovende middelen met een drone naar het Korrektie Instituut van Aruba (KIA). Het is een feit van algemene bekendheid dat de criminaliteit rondom verdovende middelen vaak gepaard gaat met (zware) vormen van geweld en illegale geldstromen. Een en ander vormt bovendien een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid. De verdachte heeft geen rekening gehouden met deze mogelijke gevolgen en klaarblijkelijk enkel uit eigen financieel gewin zijn bijdrage hieraan geleverd. Het Gerecht acht strafverzwarend dat de verdachte de verdovende middelen vervoerde naar het KIA. Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Het Gerecht houdt ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte is, zo blijkt uit zijn strafkaart d.d. 13 november 2024, eerder onherroepelijk veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Dat heeft verdachte er niet van weerhouden om opnieuw een strafbaar feit te plegen.
Ook neemt het Gerecht bij de strafoplegging in aanmerking dat de verdachte ter terechtzitting heeft aangegeven zijn leven te willen verbeteren en daarbij graag hulp van de reclassering zou willen krijgen.
Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur, met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.
In beslag genomen voorwerpen
Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zoals genummerd in de beslaglijst die als bijlage bij dit vonnis is gevoegd.
De voorwerpen die op de beslaglijst zijn genummerd onder 6 t/m 14, 15 voor zover het de geldbedragen van USD 1200,- en Afl. 23,50 betreft, 16 t/m 21 en 33 t/m 47 zijn vatbaar voor verbeurdverklaring. De voorwerpen behoren immers toe aan de verdachte en het betreffen voorwerpen met betrekking tot welke het bewezen verklaarde is begaan.
De voorwerpen die op de beslaglijst zijn genummerd onder 25 t/m 32 en 48 t/m 52 zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.
Dictum
Het Gerecht:
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 18 (achttien) maanden;
bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op 2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;
als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de Stichting Reclassering Aruba, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt;
geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
verklaart verbeurd de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, vermeld op de (als bijlage gevoegde) beslaglijst onder nummers:
6 t/m 14,
15 voor zover het de bedragen van USD 1200,- en Afl. 23,50 betreft,
16 t/m 21,
33 t/m 47;
beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, vermeld op de (als bijlage gevoegde) beslaglijst onder nummers:
25 t/m 32,
48 t/m 52;
gelast de teruggave aan de rechthebbende van de overige genoemde voorwerpen op de beslaglijst onder nummers:
23 en 24 (aan verdachte),
1 t/m 5,
15 (met uitzondering van de geldbedragen),
22.
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde straf.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.A. Lensink, bijgestaan door mr. J. van der Vegte (zittingsgriffier), en op 11 juli 2025 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.
uitspraakgriffier: