Rechtspraak
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
2025-02-12
ECLI:NL:OGEAA:2025:166
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,677 tokens
Volledig
Vonnis van 12 februari 2025
Behorend bij A.R. AUA202203701
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
DONTOM HORECA N.V.,
gevestigd te Aruba,
eiseres,
hierna ook te noemen: Dontom,
gemachtigde: de advocaat mr. D.M. Canwood,
tegen:
de naamloze vennootschap
NAVARRA PROPERTIES N.V.,
gevestigd te Aruba,
gedaagde,
hierna te noemen: Navarra,
gemachtigde: de advocaat mr. R.C. Samuels.
1DE VERDERE PROCEDURE
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis in deze zaak van 16 oktober 2024 en de daarin genoemde stukken.
1.2
Bij voormeld tussenvonnis heeft het Gerecht in conventie geoordeeld dat aanleiding bestaat een deskundige te benoemen teneinde te worden voorgelicht over de hoogte van de door Dontom geleden schade. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige en de aan de deskundige te stellen vragen. In reconventie zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het door Topospot opgestelde rapport over de erfgrens.
1.3
Partijen hebben zich bij akten van 11 december 2024 uitgelaten over voornoemde onderwerpen.
1.4
Vervolgens is vonnis bepaald op vandaag.
2DE VERDERE BEOORDELING
In conventie
2.1
Dontom stelt dat zij als gevolg van het moeten sluiten van de beach bar schade heeft geleden, bestaande uit elektriciteitskosten ten bedrage van Afl. 7.034,52, operationele kosten ten bedrage van Afl. 247.660,62 en hypothetische winst van Afl. 454.917,80. Naast deze materiële schade stelt Donton immateriële schade te hebben geleden, waarvan zij tevens vergoeding vordert en welke schade zij begroot op Afl. 50.000,-.
2.2
Voor wat betreft de elektriciteitskosten is in het tussenvonnis van 16 oktober 2024 reeds geoordeeld dat dit deel van de gestelde schade toewijsbaar is zoals verzocht en de gevorderde immateriële schadevergoeding is afgewezen. Zoals verder in het tussenvonnis is overwogen, heeft Dontom als gevolg van het sluiten van de beach bar schade geleden bestaande uit de operationele kosten die verschuldigd bleven en gederfde winst en ziet het Gerecht aanleiding een deskundige te benoemen teneinde te worden voorgelicht over de hoogte van deze schade. Voor wat betreft de operationele kosten dient de deskundige, zoals in het tussenvonnis is overwogen, inzichtelijk te maken welke aan de beach bar toe te rekenen kosten in de periode van sluiting van de beach bar doorliepen en hoe hoog deze kosten waren. Voor wat betreft de gederfde winst moet de deskundige een fictieve situatie tot uitgangspunt nemen, te weten de situatie als ware de beach bar in de betreffende periode niet gesloten. Daarbij dient de deskundige op basis van de feitelijke situatie (waaronder de omstandigheid dat de beach bar vanwege de COVID-19 periode enige tijd gesloten is geweest) een referentieperiode en de marktontwikkeling te bepalen en op basis van deze uitgangspunten de fictieve omzet, en daarmee de gederfde winst, in de periode van 11 juli 2022 tot en met 10 oktober 2022 en in de periode van 11 oktober 2022 tot en met 5 november 2022 vast te stellen.
De deskundige
2.3
Het Gerecht heeft in het tussenvonnis van 16 oktober 2024 overwogen dat het voorshands van oordeel is dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige in de persoon van een registeraccountant (RA) en partijen in de gelegenheid gesteld zich hierover uit te laten. Dontom heeft hierop voorgesteld [deskundige 1] van PKF Aruba te benoemen. Navarra heeft aangevoerd dat partijen gezamenlijk een deskundige van het kantoor PKF te Aruba voorstellen en wel de aldaar werkzame [deskundige 2] RA. De griffier van het Gerecht heeft vervolgens contact opgenomen met [deskundige 1] van PKF en de vraag voorgelegd wie van de medewerkers van dit kantoor de meest aangewezen persoon is om als deskundige te worden benoemd. [Deskundige 1] heeft meegedeeld dat [deskundige 2] dit is vanwege zijn kennis en ervaring.
2.4
Het Gerecht zal daarom de heer [deskundige 2] RA van PKF Dutch Caribbean & Suriname, gevestigd in Aruba, benoemen tot deskundige. Deze deskundige is bereid zijn benoeming te aanvaarden.
De aan de deskundige te stellen vragen
2.5
In randnummer 2.13 van het vonnis van 16 oktober 2024 heeft het Gerecht een aantal conceptvragen voor de deskundige opgenomen. Dontom heeft meegedeeld zich in de door het Gerecht geformuleerde vragen te kunnen vind en. Navarra op haar beurt heeft verzocht de voorgestelde vragen op onderdelen aan te vullen.
2.6
Voor wat betreft de eerste voorshands door het Gerecht geformuleerde vraag (van welke aan de beach bar toe te rekenen operationele kosten was in de periode van 11 juli 2022 tot en met 10 oktober 2022 en in de periode van 11 oktober 2022 tot en met 5 november 2022 sprake en hoe hoog bedroegen deze kosten in deze beide perioden) heeft Navarra voorgesteld daaraan toe te voegen:
“Is er in dit kader voldoende duidelijkheid met betrekking tot de kosten die specifiek aan de beach bar toegerekend moeten worden, waarmee wordt bedoeld dat er genoegzaam zorg wordt gedragen dat de kosten van de andere door de naamloze vennootschap gedreven onderneming (in het Caribbean Palm Village in Noord) daar niet onder vallen?”
Nu echter, gelet op de reeds geformuleerde vragen en op hetgeen hiervoor in 2.2 opnieuw is aangehaald, de deskundige inzichtelijk dient te maken welke aan de beach bar toe te rekenen kosten in de periode van sluiting van de beach bar doorliepen en van de deskundige mag worden verwacht dat door hem zal worden onderzocht of en in hoeverre deze kosten daadwerkelijk enkel op de beach bar zien, bestaat voor de verzochte toevoeging geen grond.
2.7
De aanvullingen op de tweede en derde voorshands door het Gerecht geformuleerde vragen zal worden overgenomen zoals hierna te vermelden.
2.8
Het Gerecht zal aan de deskundige de volgende vragen voorleggen:
1. Van welke aan de beach bar toe te rekenen operationele kosten was in de periode van 11 juli 2022 tot en met 10 oktober 2022 en in de periode van 11 oktober 2022 tot en met 5 november 2022 sprake en hoe hoog bedroegen deze kosten in deze beide perioden?
2. Wat is volgens u de meest geëigende referentieperiode om de gederfde winst in de periode van 11 juli 2022 tot en met 5 november 2022 te berekenen? Kunt u uitleg verschaffen met betrekking tot de keuze van de door u voorgestelde referentieperiode?
3. Uitgaande van deze referentieperiode en de marktontwikkeling nadien, wat was in de periode van 11 juli 2022 tot en met 10 oktober 2022 en in de periode van 11 oktober 2022 tot en met 5 november 2022 de aan de beach bar toe te rekenen gederfde winst? Kunt u dit (al dan niet met onderliggende stukken) onderbouwen?
2.9
Partijen zijn verplicht om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. Het Gerecht zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Voldoet een van partijen niet aan deze verplichtingen, dan kan het Gerecht in het nadeel van die partij beslissen.
2.10
Partijen dienen het procesdossier van deze zaak aan de deskundige te doen toekomen.
Volledig
Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan direct afschrift aan de wederpartij te verstrekken.
De kosten van de deskundige
2.11
De deskundige heeft het Gerecht desgevraagd meegedeeld de kosten van het onderzoek, gelet op de aard en omvang van de te verrichten werkzaamheden, vooralsnog te begroten op Afl. 30.000,-. Het aan de deskundige te betalen voorschot zal worden vastgesteld op dit bedrag, tenzij binnen twee weken na heden schriftelijk gemotiveerd bezwaar tegen de hoogte van dit voorschot ter griffie is ingekomen. In laatstgenoemd geval zal het Gerecht nader beslissen over de begroting van het voorschot. Indien niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, wordt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige reeds nu voor alsdan vastgesteld op het voormelde bedrag.
2.12
Navarra zal het voorschot moeten voldoen. Als het voorschot niet wordt betaald, kan het Gerecht daaruit de gevolgtrekking maken die het geraden acht. De deskundige dient zijn werkzaamheden niet aan te vangen voordat het voorschot is ontvangen.
De verdere gang van zaken
2.13
Nadat de deskundige zijn rapport heeft ingediend, zal eerst Dontom en daarna Navarra in de gelegenheid gesteld worden om een akte na deskundigenbericht te nemen.
2.14
Alle overige beslissingen zullen later worden genomen.
In reconventie
2.15
Het Gerecht ziet aanleiding in afwachting van de procedure in conventie in reconventie iedere (verdere) beslissing aan te houden.
3DE UITSPRAAK
Het Gerecht:
in conventie
Benoeming deskundige
3.1
beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de vragen zoals geformuleerd in rechtsoverweging 2.8 van dit vonnis;
3.2
benoemt tot deskundige:
[Deskundige 2]
PKF Dutch Caribbean & Suriname
L.G. Smith Boulevard 64
Oranjestad, Aruba
Email: info@pkf-dcsur.com
Tel: (+297) 280 0990/ (+297) 699 0990
Kosten van de deskundige
3.3
bepaalt over de vaststelling van het voorschot voor de kosten van de deskundige het volgende:
- het aan de deskundige te betalen voorschot wordt voorshands vastgesteld op Afl. 30.000,-;
- partijen kunnen binnen twee weken na heden bij het Gerecht schriftelijk bezwaar maken tegen de hoogte van dit voorschot;
- als niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, wordt het voorschot van de kosten van de deskundige reeds nu voor alsdan vastgesteld op voormeld bedrag;
- als wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal het voorschot worden vastgesteld in een afzonderlijke beslissing;
3.4
bepaalt dat Navarra het voorschot dient over te maken op rekeningnummer 601347606 (Swiftcode CMBAAWAX) bij de Caribbean Mercantile Bank, [adres], Oranjestad, Aruba, ten name van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en onder vermelding van “voorschot deskundigenrapport zaak AUA202203701AR”;
3.5
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot;
3.6
wijst de deskundige erop dat hij het onderzoek onmiddellijk moet staken en contact moet opnemen met de griffie over een aanvullend voorschot, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn;
Werkwijze van de deskundige
3.7
draagt de deskundige op een schriftelijk en met redenen omkleed bericht met een duidelijke conclusie, en een gespecificeerde einddeclaratie in te leveren bij de griffie van het Gerecht;
3.8
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats;
3.9
bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie moet worden ingeleverd op zes maanden na de datum van dit vonnis;
3.10
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als hij daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, financiële verslagleggingen en andere (financiële) informatie, en ook voor het overige hun medewerking moeten verlenen aan het onderzoek;
3.11
schrijft de deskundige voor dat hij bij het onderzoek partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen;
3.12
bepaalt dat de deskundige een concept van het rapport aan partijen zal toezenden en hen in de gelegenheid zal stellen om binnen een termijn van vier weken nadien opmerkingen over het concept te maken;
3.13
bepaalt dat uit het rapport van de deskundige moet blijken of aan partijen de gelegenheid is geboden om opmerkingen te maken (tijdens het onderzoek en op het conceptrapport), terwijl in het rapport tevens melding dient te worden gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen, en verzoekt de deskundige om in het rapport te reageren op de opmerkingen van partijen;
Overige beslissingen
3.14
draagt de griffier op een afschrift van dit vonnis en van het tussenvonnis van 16 oktober 2024 toe te zenden aan de deskundige;
3.15
bepaalt dat de verdere processtukken binnen één week na de datum van dit vonnis door partijen aan de deskundige dienen te worden toegezonden;
3.16
draagt de griffier op om na inlevering van het schriftelijke rapport door de deskundige de zaak op een termijn van 4 weken weer op de rol te plaatsen voor het nemen van een conclusie na deskundigenrapport aan de zijde van Dontom en om partijen daarvan bericht te doen;
3.17
houdt iedere verdere beslissing aan;
In reconventie
3.18
houdt iedere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.M. Tijhuis, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 12 februari 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.