Rechtspraak
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
2025-02-13
ECLI:NL:OGEAA:2025:145
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,733 tokens
Inleiding
Parketnummer: P-2022/02996
Zaaknummer: 561 van 2023
Uitspraak van: 13 februari 2025 op tegenspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de strafzaak tegen de niet verschenen verdachte:
[Verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1986 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats], te [adres],
hierna: de verdachte.
1Onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 28 november 2024 en 23 januari 2025.
Het Gerecht heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie mr. A. Vroombout, en van wat de raadsman van de verdachte, mr. P.M.E. Mohamed, advocaat in Aruba, naar voren heeft gebracht.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte zijn de twee feiten ten laste gelegd die zijn vermeld op de ter zitting gewijzigde dagvaarding. De verdachte wordt -samengevat- beschuldigd van telkens opzet- c.q. schuldwitwassen. Afschriften van de dagvaarding en de toegestane wijziging tenlastelegging zijn aan dit vonnis gehecht.
3Voorvragen
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
4Waardering van het bewijs
4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat beide tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden en daartoe het volgende betoogd.
Volgens de officier van justitie is in deze geen sprake van een concreet gronddelict, maar wel van een stevig witwasvermoeden, gelet op de informatie uit BCI-meldingen over de betrokkenheid van de verdachte bij de drugshandel, zijn eerdere veroordeling, de in zijn telefoon aangetroffen foto’s van verdovende middelen en wapens, en zijn flinke contante uitgaven die niet uit zijn legaal inkomen kunnen worden verklaard, nu over zijn inkomen niets bekend is. Verdachte heeft bij de politie geen concrete en verifieerbare verklaring willen afleggen over zijn inkomsten. Gelet op het ontbreken van enige verklaring, kon dus ook geen nader onderzoek worden verricht door het openbaar ministerie. De conclusie van het openbaar ministerie is dan ook dat sprake is van een sterk witwasvermoeden dat door de verdachte niet is ontzenuwd, en dat het dus niet anders kan dan dat de voorwerpen uit misdrijf afkomstig zijn, aldus de officier van justitie.
De daags voor de zitting door de raadsman ingediende stukken zijn dermate laat ingediend, dat het openbaar ministerie de informatie niet meer kon verifiëren. De geldstroom naar Aruba is met de ingediende stukken ook niet inzichtelijk gemaakt en de door de verdediging afgelegde verklaring is niet concreet noch verifieerbaar, aldus de officier van justitie. De officier van justitie ziet geen reden om in dit stadium nog nader onderzoek hierover te laten verrichten.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit van hetgeen de verdachte ten laste is gelegd. Hij heeft daartoe -samengevat en zakelijk weergegeven- het volgende aangevoerd.
De politie heeft naar aanleiding van een BCI-melding dat cliënt en mevrouw [medeverdachte 1] zouden behoren tot een criminele organisatie die zich bezighoudt met de drugshandel, uitgebreid onderzoek verricht dat heeft geleid tot een lijvig dossier. Uit het hele onderzoek en dossier is echter niets gebleken van enige betrokkenheid van cliënt bij drugshandel of enig ander strafbaar feit. Van een gronddelict is dan ook geen sprake.
Evenmin is sprake van een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen, nu cliënt een voldoende concreet, min of meer verifieerbare en op voorhand niet onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven over zijn inkomsten. Met de overlegde accountantsverklaring heeft cliënt aangetoond, dat hij in Colombia legale inkomsten heeft, van ongeveer US$ 6.000,- per maand, uit de verhuur van 26 appartementen, waarvan hij de eigenaar is. Uit die accountantsverklaring blijkt verder dat cliënt in Colombia over deze inkomsten belasting betaalt. Verder heeft de raadsman aangevoerd, dat cliënt een gokverslaving heeft, die hij voedt door geld van privépersonen te lenen. Hij heeft ook een aanzienlijke schuld bij die geldschieters, en cliënt lost de ene schuld af door geld te lenen bij een ander, aldus de raadsman. Nu geld lenen niet strafbaar is, en uit het dossier niet volgt dat de geleende gelden afkomstig zijn uit enig strafbaar feit, is ook wat betreft deze geleende gelden geen sprake van witwassen, aldus nog steeds de raadsman.
4.3
Beoordeling
Vrijspraak
Het Gerecht acht – anders dan de officier van justitie – het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.
Het Gerecht overweegt hiertoe als volgt.
De verdachte wordt -kort gezegd- ervan beschuldigd dat hij geldbedragen en goederen heeft gebruikt, terwijl hij wist of redelijkerwijze moest vermoeden dat deze geldbedragen en goederen uit misdrijf afkomstig waren.
Voor een bewezenverklaring van witwassen is onder andere vereist dat komt vast te staan dat de desbetreffende geldbedragen en goederen afkomstig zijn uit enig misdrijf.
Met de officier van de justitie en de verdediging is het Gerecht van oordeel dat het dossier geen direct bewijs voor een concreet gronddelict bevat. Er zal dus allereerst vastgesteld moeten worden of er op basis van de feiten en omstandigheden van het geval sprake is van een duidelijk vermoeden van witwassen (vgl. ECLI:NL:GHAMS:2013:BY8481).
I. Vermoeden van witwassen
Bij de beantwoording van die vraag neemt het Gerecht de volgende feiten en omstandigheden in aanmerking:
Aanleiding onderzoek
Volgens informatie verkregen door het Bureau Criminele Inlichtingen (BCI) in 2019, behoren de verdachte, bijgenaamd [verdachte], en de medeverdachte [medeverdachte 1] tot een criminele organisatie in Aruba, die zich bezighoudt met -kort gezegd- de handel in verdovende middelen en het witwassen van drugsgelden. De verdachte rijdt rond in een zwarte Mercedes Benz.
In januari 2021 werd verdachte op de luchthaven van Aruba aangehouden, nadat bij hem een contant bedrag ad US$ 24.255,- werd aangetroffen, waarvan de herkomst niet kon worden aangetoond.
Bij de belastingdienst (Departamento di Impuesto) is het inkomen van de verdachte niet bekend, omdat hij geen aangiften inkomstenbelasting heeft ingediend. Hij heeft ook geen voertuigen op zijn naam staan.
Volgens informatie verkregen door het BCI in maart 2022, hebben de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] recentelijk een boot gekocht, geregistreerd onder nummer A-2737 met de naam “Sin Limite”.
Doorzoeking verblijfplaats verdachte
Op 30 maart 2022 zijn bij de doorzoeking in de woning van de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] te [plaats 1], diverse gouden en zilveren sieraden, dure horloges en contante geldbedragen (totaal: US$ 6.909,25 en Afl. 25.422,40) aangetroffen en in beslag genomen. Tevens zijn onder de verdachte een zwarte Mercedes Benz, met kenteken [autokenteken], en een boot van het merk Baracuda Marine, genaamd “Sin Limite” in beslag genomen.
Koop van de boot
De boot werd op 27 oktober 2021 verkocht aan de echtgenote van de verdachte, de medeverdachte [medeverdachte 2] e/v [verdachte]. Volgens de koopakte werd de boot verkocht voor de prijs van ANG 85.000,- door een verkoper wonende in Curaçao. Op de akte ontbreekt enige vermelding van een betalingswijze of betalingsconditie, dan wel bankgegevens. De boot meerde op 29 november 2021 aan bij de haven te [plaats 2], en op 20 december 2021 werden de verschuldigde invoerrechten ad Afl. 11.395,80 door het bedrijf Roos Sea Services &Ent. DBA Caribbean Lobster via een bankovermaking betaald. De (echtgenote van de) verdachte heeft op 19 december 2021 een contant bedrag ad US$ 6.514,30 aan voornoemd bedrijf betaald.
Conclusie
Het Gerecht is van oordeel dat het openbaar ministerie, gelet op het bovenstaande, voldoende feiten en omstandigheden heeft aangedragen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat de desbetreffende geldbedragen en goederen uit enig misdrijf afkomstig zijn.
II. Verklaring van de verdachte
Van de verdachte mag gelet op het bovenstaande worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft over de herkomst van die geldbedragen en goederen.
Verklaring bij de politie over inkomstenbron
De verdachte werd op 30 maart 2022 aangehouden en in verzekering gesteld. Hij heeft tijdens zijn tweede verhoor bij de politie verklaard, dat hij hier in Aruba geen werk heeft, maar dat hij eigenaar is van 26 appartementen in [plaats 3], Colombia, die hij verhuurt. Hij heeft een bedrag van 10.000 dollar genoemd. Over zijn inkomsten heeft hij verder verklaard, dat hij de huurpenningen contant in Colombiaanse Pesos krijgt betaald, dat hij dit geld wisselt in Amerikaanse dollars en van deze inkomsten in Aruba geen belastingaangifte doet.
Accountantsverklaring
Voor de terechtzitting van 28 november 2024 heeft de verdachte, via zijn raadsman, een kopie van een accountantsverklaring d.d. 11 maart 2021 overgelegd, waaruit kan worden afgeleid dat de verdachte een jaarlijks inkomen heeft van 348 miljoen Colombiaanse Pesos (wisselkoers in februari 2025: Afl. 151.352,-) uit de verhuur van appartementen in Colombia, waarover hij in Colombia belasting betaalt.
Verklaring over herkomst gelbedragen en goederen
Over de sieraden heeft de verdachte tijdens het verhoor bij de politie verklaard, dat hij jarenlang in Colombia goudklompjes heeft gekocht, deze heeft verzameld en daarmee juwelen naar eigen ontwerp heeft laten maken, en dat hij de kwitanties van de aankoop van de sieraden niet heeft bewaard. Hij heeft in de loop der jaren ook kettingen cadeau gekregen. Veel van de inbeslaggenomen sieraden zijn al eerder in beslag genomen en in 2015, toen hij uit [detentieplaats] kwam, aan hem teruggegeven.
Over de boot heeft de verdachte verklaard, dat hij met de verkoper over de prijs heeft onderhandeld, dat er een aanbetaling is gedaan van Afl. 40.000,-, die contant is betaald door zijn echtgenote, dat er nog Afl. 35.000,- moet worden betaald maar dat hij aan het onderhandelen is over Afl. 5.000,- omdat een aantal dingen moesten worden gerepareerd, en dat de boot op naam van zijn echtgenote staat.
Over de contante geldbedragen heeft de raadsman van de verdachte ter zitting aangevoerd, dat de verdachte hier in Aruba geen bankrekening heeft, zodat hij is genoodzaakt om regelmatig naar Colombia te reizen om zijn contante opbrengsten uit de verhuur van de appartementen te gaan halen en deze naar Aruba te brengen.
Conclusie
Naar het oordeel van het Gerecht heeft de verdachte een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring gegeven over zijn inkomsten, en de herkomst van de aangetroffen geldbedragen en goederen. Zijn verklaring over zijn inkomsten en de contante geldbedragen wordt bovendien ondersteund door de overgelegde accountantsverklaring.
III. Onderzoek door het openbaar ministerie
Naar het oordeel van het Gerecht ligt het vervolgens op de weg van het openbaar ministerie nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaringen van de verdachte, blijkende herkomst van de desbetreffende geldbedragen en goederen. De verklaring van de verdachte en de door hem overgelegde stukken bieden daarvoor voldoende concrete aanknopingspunten. Uit de resultaten van een dergelijk onderzoek had dienen te blijken dat met voldoende mate van zekerheid kon worden uitgesloten dat de geldbedragen en goederen een legale herkomst hebben en dat een criminele herkomst dus als enige aanvaardbare verklaring kan gelden. Het openbaar ministerie heeft echter nagelaten een dergelijk onderzoek te verrichten.
Conclusie
Een en ander leidt tot de conclusie dat niet met voldoende mate van zekerheid is komen vast te staan dat de geldbedragen en goederen van misdrijf afkomstig zijn.
Het Gerecht zal de verdachte dan ook vrijspreken van het hem ten laste gelegde.
5Het beslag
Aan de orde zijn dan de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven geldbedragen en goederen, waaronder een boot, een zwarte Mercedes Benz, en sieraden.
5.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat voornoemde geldbedragen, boot, Mercedes Benz, en sieraden verbeurd zullen worden verklaard. Zijn vordering behelst tevens een machtiging (bij aparte beschikking) tot vervreemding van de boot en de Mercedes Benz.
5.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de teruggave van voornoemde in beslag genomen geldbedragen en goederen verzocht.
5.3
Beoordeling
Nu de verdachte zal worden vrijgesproken van het hem tenlastegelegde, is het Gerecht van oordeel dat geen strafvorderlijk belang zich verzet tegen teruggave aan de verdachte van de onder hem in beslag genomen geldbedragen en goederen, te weten de boot, de zwarte Mercedes Benz en de sieraden. Daarom zal daarvan de teruggave aan de verdachte worden gelast.
Dictum
Het Gerecht:
- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
- gelast de teruggave van de in rubriek 5.3 genoemde geldbedragen en goederen aan de verdachte.
- wijst af de vordering tot afgifte van een machtiging tot vervreemding;
Dit vonnis is gewezen door mr. N.K. Engelbrecht, rechter, bijgestaan door mw. M.E. Kelly, (zittingsgriffier), en op 13 februari 2025 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht.
uitspraakgriffier: