Rechtspraak
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
2024-10-30
ECLI:NL:OGEAA:2024:312
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
6,736 tokens
Inleiding
Uitspraak van 30 december 2024
Gaza nr. AUA202401001
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het bezwaar als bedoeld in de
Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:
[Klager],
wonend in Aruba,
KLAGER,
gericht tegen:
DE MINISTER VAN FINANCIËN EN CULTUUR,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. E.J.M. Lotter Homan en mr. C.A. Ras.
Procesverloop
In de beschikking van 5 maart 2024 heeft verweerder aan klager met ingang van 1 september 2023 een schaarstetoelage van 20% van zijn maandelijkse bezoldiging toegekend.
In de beschikking van 7 maart 2024 heeft verweerder het verzoek van klager van 5 augustus 2022, om hem met ingang van 5 augustus 2019 een schaarstetoelage overeenkomstig de accountancytoeslagregeling toe te kennen, afgewezen.
Klager heeft tegen deze twee beschikkingen op 2 april 2024 een bezwaarschrift ingediend bij het gerecht.
Verweerder heeft op 20 augustus 2024 de gedingstukken en een contramemorie ingediend.
Het gerecht heeft de zaak behandeld op de zitting van 18 november 2024. Klager is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.
De uitspraak is bepaald op heden.
Overwegingen
Wat zijn de relevante feiten in deze zaak?
1. Klager is ambtenaar en sinds 1996 werkzaam bij de Centrale Accountantsdienst (CAD). Bij landsbesluit van 3 augustus 2001 is aan klager met ingang van 1 januari 2001 een toelage toegekend van 20% van zijn bezoldiging op grond van de accountancytoelageregeling. Die regeling is op 3 januari 1995 vastgesteld en neergelegd in het Handboek Rechtspositionele Regelingen Land Aruba 2009 onder 4.1.14. De toelage op grond van de accountancytoelageregeling is een schaarstetoelage voor gekwalificeerd personeel dat goed functioneert in functies die essentieel zijn voor het functioneren van de overheid. De toelage is bedoeld om de overheid als werkgever aantrekkelijk(er) te maken, personeel in met name genoemde functies te kunnen behouden voor de publieke zaak en om te voorkomen dat zij overstappen naar de private sector.
1.1.
Klager is bij landsbesluit van 4 december 2012 met ingang van 1 november 2011 benoemd tot directeur van de CAD. Bij ministeriele beschikking van 6 december 2012 is klager met ingang 1 november 2011 een directeurstoelage toegekend van 25% van zijn maandelijkse bezoldiging. De directeurstoelage is gebaseerd op artikel 25 van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma).
1.2.
Bij ministeriele beschikking gedateerd 23 juni 2015 is de toelage van klager op grond van de accountancytoelageregeling per die datum stopgezet. Hieraan lag een advies van Departemento Recurso Humano (DRH) ten grondslag van 17 maart 2015, dat op 12 juni 2015 is gevolgd door de ministerraad. Als reden voor stopzetting van de toelage is vermeld dat de toelage niet kan bestaan naast de toelage die klager sinds 2011 als directeur ontvangt. Als uitgangspunt wordt gehanteerd dat dubbele beloning niet is toegestaan. Klager heeft tegen de beschikking van 23 juni 2015 geen bezwaar gemaakt.
1.3.
Bij brief van 5 augustus 2022 hebben klager en de directeur van de Directie Financiën verweerder verzocht om toekenning van de schaarstetoelage overeenkomstig de accountancytoelageregeling, met een terugwerkende kracht van drie jaar gerekend vanaf de datum van het verzoek, oftewel per 5 augustus 2019. Zij stellen zich in de brief op het standpunt dat hen is gebleken dat andere diensthoofden wel dubbele toelagen ontvangen. Als voorbeeld wordt genoemd de toekenning van schaarstetoelage aan de nieuwe secretaris van de Raad van Advies. Er is geen sprake van fouten, maar van weloverwogen beslissingen van bestuursorganen om een schaarstetoelage toe te kennen naast een directeurstoelage.
1.4.
Verweerder heeft op 10 maart 2023 een tweeledig voorstel voorgelegd aan de ministerraad met als inhoud: 1. directeuren van diensten in aanmerking te laten komen voor een schaarstetoelage als zij aan de voorwaarden van de regeling voldoen, en 2. het verzoek van de twee directeuren van 5 augustus 2022 te honoreren met een terugwerkende kracht van drie jaar. Na bespreking in de ministerraad is o.a. aan het DRH en de Directie Wetgeving en Juridische Zaken (DWJZ) om spoedadvies gevraagd.
1.5.
De directeur van het DRH heeft de minister van Algemene Zaken, Innovatie, Overheidsorganisatie, Infrastructuur en Ruimtelijke Ordening (AIOIRO) op 15 augustus 2023 geadviseerd om: 1. met ingang van 1 september 2023 een nieuw schaarstetoelagebeleid vast te stellen voor diensthoofden van met name genoemde overheidsdiensten, en 2. het verzoek van de twee directeuren af te wijzen. Het DRH heeft daarbij aangegeven dat het gelijkheidsbeginsel niet noopt om aan de twee directeuren, naast hun directeurstoelage, ook een schaarstetoelage toe te kennen. De vergelijking met vier andere hoofden van dienst gaat volgens het DRH om verschillende redenen niet op.
1.6.
De directeur van DWJZ heeft op 27 september 2023 de minister van AIOIRO bericht zich te kunnen vinden in het voorstel om aan de twee directeuren met terugwerkende kracht van drie jaar de schaarstetoelage toe te kennen. De directeur DWJZ betrekt daarbij het feit dat aan andere directeuren naast hun directeurstoelage andere toelagen zijn toegekend. Daarnaast wordt opgemerkt dat de zwaarte van de functie van directeur CAD een beloning in schaal 16 rechtvaardigt, en niet schaal 15, zoals klager ontvangt, omdat directeuren/diensthoofden van andere ambtelijke organisaties van gelijke of mindere omvang en met een gelijksoortig kennisniveau wel conform schaal 16 worden bezoldigd.
1.7.
Bij brief van 28 september 2023 heeft de Directeur van de Directie Financiën de minister van AIOIRO bericht dat uit recente onderzoeken is gebleken dat de primaire arbeidsvoorwaarden van de hoofden van dienst aan herziening toe zijn. Gelet hierop wordt een afzonderlijke schaarstetoelageregeling voorgesteld als een tijdelijke oplossing vooruitlopend op de herziening van de BRA. Als de nieuwe salarisstructuur is ingevoerd, hetgeen is voorzien per 1 januari 2026, zullen de toelagen in de nieuwe structuur worden geïncorporeerd, waarmee de als tijdelijk bedoelde Afzonderlijke schaarstetoelageregeling kan komen te vervallen. Mede omdat aan deze schaarstetoelageregeling geen terugwerkende kracht wordt toegekend, zijn de financiële gevolgen van die regeling voor het Land acceptabel.
1.8.
In de ministerraad van 10 november 2023 is conform het advies van DRH besloten en is de Afzonderlijke schaarstetoelageregeling t.b.v. hoofden van dienst vastgesteld.
1.9.
In het advies van 28 februari 2024 heeft DRH verweerder voorgesteld: 1. overeenkomstig de nieuwe Afzonderlijke schaarstetoelageregeling voor hoofden van dienst aan klager met ingang van 1 september 2023 een schaarstetoelage toe te kennen naar reden van 20% van zijn maandelijkse bezoldiging, en 2. het verzoek van klager om de Afzonderlijke schaarstetoelageregeling met terugwerkende kracht van drie jaar te laten ingaan, af te wijzen.
1.10.
Verweerder heeft overeenkomstig het advies van DRH besloten. In de bestreden beschikking van 5 maart 2024 is klager de schaarstetoelage van 20% toegekend per1 september 2023op basis van de nieuwe Afzonderlijke schaarstetoelageregeling. In de bestreden beschikking van 7 maart 2024 heeft verweerder het verzoek van klager om met terugwerkende kracht in aanmerking te komen voor een schaarstetoelage afgewezen.
1.11.
Naast klager hebben ook een aantal andere directeuren/diensthoofden per 1 september 2023 een schaarstetoelage toegekend gekregen op basis van de nieuwe Afzonderlijke schaarstetoelageregeling.
De omvang van het geschil
2. Klager kan zich niet vinden in de bestreden beschikkingen. Hij verzet zich niet tegen de toekenning van een schaarstetoelage van 20%. Hij verzet zich wel tegen het feit dat:- de toelage is toegekend op basis van de nieuwe Afzonderlijke schaarstetoelageregeling in plaats van op basis van de oude accountancytoelageregeling:- de toelage is toegekend per 1 september 2023 in plaats van met terugwerkende kracht. De gronden van het bezwaar
3. Klager wil dat de grondslag van zijn toelage van 20% wordt gewijzigd. Zijn toelage van 20% zou gebaseerd moeten worden op de accountancytoelageregeling in plaats van op de nieuwe Afzonderlijke schaarstetoelageregeling. Hij heeft recht op een toelage op basis van de accountancytoelageregeling omdat zijn toelage op basis van die regeling in 2015 ten onrechte is ingetrokken door de minister. Omdat de toelage in 2001 is toegekend bij Landsbesluit door de gouverneur had ook de intrekking door de gouverneur moeten geschieden. Dat is niet gebeurd. Het gevolg daarvan is, volgens klager, dat zijn toenmalige toelage nooit rechtsgeldig is ingetrokken en dus nog doorloopt. Klager verzoekt primair opnieuw uitbetaling van de hem bij landsbesluit per 1 januari 2001 toegekende en per 23 juni 2015 ten onrechte ingetrokken schaarstetoelage.
Dictum
De rechter in dit gerecht:
- verklaart het bezwaar van klager ongegrond
Deze beslissing is gegeven door mr. B.J. van Ettekoven rechter in ambtenarenzaken, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 30 december 2024, in tegenwoordigheid van mr. M.E.C. Bakker, de griffier.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen:
Als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: Binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak;
In de andere gevallen: Binnen dertig dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.
Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij:
De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken
J.G. Emanstraat 51
Oranjestad
Aruba
U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,
b. de datum van ondertekening,
c. waartegen u in hoger beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.
Bijlage bij de uitspraak in de zaak GAZA AUA202401001
Handboek Rechtspositionele Regelingen Land Aruba 2009
Diensthoofdentoelage 4.1.1 Toelage ex artikel 25 LMA
Wat is toelage ex artikel 25 LMA?
Artikel 25 van de LMA geeft aan dat ‘aan de ambtenaar aan wie zodanige eisen gesteld worden dat zijn positie of taak een bijzonder karakter draagt, kan de betrokken minister een in ieder bijzonder geval vast te stellen toelage toekennen’. De toelage wordt bepaald op ten hoogste 25% van de genoten bezoldiging (AB 1989 GT 37) en is geen deel van de bezoldiging.
Wanneer wordt de toelage ex artikel 25 LMA toegekend?
Aan de volgende drie (3) categorieën ambtenaren kan een toelage ex artikel 25 van de LMA worden toegekend:
[…]
diensthoofden.
Dit is een limitatieve opsomming (beslissing van de ministerraad 25-05-04, advies DPO 13-05- 04 en advies DPO 04-03-04).
[…]
Ad c. Diensthoofden
Diensthoofden komen in aanmerking voor de toelage van 25% ex artikel 25 van de LMA. Het diensthoofd dient deze toelage zelf aan te vragen. […]
Een diensthoofd die reeds de 25% toelage ex artikel 25 van de LMA ontvangt, komt niet in aanmerking voor de schaarstetoelage. Dit zou neerkomen op een dubbele beloning, hetgeen in strijd is met het vigerende personeelsbeleid alsook het financiële beleid dat ondermeer gericht is op de beheersing van de personeelskosten (advies DPO 04-03-04).
Accountancytoelageregeling
4.1.14 Schaarstetoelage
Wie komen in aanmerking voor de schaarstetoelage?
Gekwalificeerde krachten welke, gezien de schaarste die er op Aruba heerst, moeilijk zijn aan te trekken voor de volgende diensten/directies […]:
Directie Financiën (DF);
Centrale Accountantsdienst (CAD);
Algemene Rekenkamer Aruba (ARA);
Belastingkantoor […];
IT-personeel Directie Informatievoorziening en Automatisering (DIA) […];
Juristen Directie Wetgeving en Juridische Zaken (DWJZ) […].
[…]
De kern van de regeling is: het toekennen van een toelage van 10% oplopend met 5% per jaar tot een maximum van 20% van de bezoldiging aan de zittende en nieuw aan te trekken gekwalificeerde krachten die aan de opleidingseisen voldoen en goed functioneren. […].”
Afzonderlijke regeling t.b.v. van hoofden van dienst
1. Hoofden van dienst kunnen naast hun diensthoofden- & directeurentoelage in aanmerking komen voor een schaarstetoelage, mits ze:
a. conform hoofdschalen 15 en 16 zijn ingeschaald;
b. aan de (opleidings)eisen van de schaarstetoelageregeling voldoen; en
c. werkzaam zijn bij een van de volgende vitale of kerndiensten waarop de schaarstetoelageregeling (accountancyregelindjuristenregeling) van toepassing is: Directie Financien (DF);
- Centra le Accountantsdienst (CAD);
- Departamento di Impuesto (DIMP);
Algemene Rekenkamer Aruba (ARA);
- Directie Wetgeving en Juridische Zaken (DWJZ); en
Departamento Recurso Humano (DRH).
2. Voor de bestaande hoofden van dienst die in aanmerking kunnen komen voor deze afzonderlijke schaarstetoelage, wordt de hoogte van de schaarstetoelage bepaald op 20% daar alle bestaande hoofden van dienst meer dan 3 jaar in die functie zijn benoemd.[…]
7. Dit buitenwettelijk begunstigend beleid treedt in werking met ingang van 1 september 2023.
Overwegingen
Klager stelt hierop recht te hebben, omdat de intrekking destijds, en – zo begrijpt het gerecht – ook de weigering terug te komen op de beschikking uit 2015, in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Niet valt in te zien waarom klager geen recht heeft op andere toelagen naast zijn bezoldiging en directeurstoelage, terwijl andere directeuren/hoofden van dienst dat wel hebben. Het beleid van het DRH dat dubbele beloning niet is toegestaan wordt stelselmatig met voeten getreden. Bovendien is geen sprake van vergissingen of fouten, maar worden de dubbele toelagen zeer bewust toegekend, zoals aan de voormalige en de nieuwe secretaris van de Raad van Advies. Klager betoogt dat de nieuwe schaarstetoelageregeling louter in het leven is geroepen om niet tegemoet te hoeven komen aan zijn verzoek van 5 augustus 2022. Klager verzoekt daarom subsidiair om toekenning van een schaarstetoelage op basis van de accountancytoelageregeling per 5 augustus 2019, dat wil zeggen met een terugwerkende kracht van drie jaar gerekend van de datum van zijn verzoek
Wat is het juridisch kader?
4. Het gerecht beoordeelt de gronden van klager in het licht van wet en recht. Tot de wet behoort artikel 25 van de Lma. Tot het beleid behoren de relevante passages van de accountancytoelageregeling en de nieuwe Afzonderlijke schaarstetoelageregeling. De relevante delen van beide regelingen zijn opgenomen in een bijlage die onderdeel uitmaakt van deze uitspraak.
4.1.
Op grond van artikel 25, eerste lid, van de Lma kan de betrokken minister aan de ambtenaar, aan wie zodanige eisen gesteld worden dat zijn positie of taak een bijzonder karakter draagt, een in ieder bijzonder geval vast te stellen toelage toekennen. Ingevolge het tweede lid wordt de toelage bepaald op ten hoogste vijfentwintig ten honderd van de genoten bezoldiging. In de bijlage bij deze uitspraak is het beleid opgenomen ter uitvoering van artikel 25, eerste lid, van de Lma.
4.2.
Tussen partijen is niet in geschil dat de directeurstoelage zijn grondslag vindt in artikel 25 Lma, en dat zowel de accountancytoelageregeling als de nieuwe Afzonderlijke schaarstetoelageregeling geen wettelijke grondslag hebben en als begunstigend buitenwettelijk beleid moeten worden aangemerkt. Het gerecht ziet geen reden daar anders over te oordelen.
Wat oordeelt het gerecht?
Over de beschikking van 7 maart 2024
5. Gelet op klagers bezwaar tegen de beschikking van 7 maart 2024 is de door het gerecht te beantwoorden vraag of verweerder mocht weigeren om aan klager met terugwerkende kracht de accountancytoelage toe te kennen.
5.1.
Het gerecht stelt vast dat de schaarstetoelage van klager bij ministeriele beschikking van 23 juni 2015 is stopgezet en dat klager daartegen geen bezwaar heeft gemaakt. Die beschikking heeft dan ook formele rechtskracht. Tussen partijen moet van de juistheid van die beschikking worden uitgegaan, ook bij geschillen als nu aan de orde. Dat geldt ook voor de bevoegdheid van de minister om de toelage van klager in te trekken. Als klager meent dat deze beschikking onbevoegdelijk is genomen, had hij daartegen bezwaar moeten maken en dat moeten aanvoeren. Dat heeft hij niet gedaan. Dat had wel op zijn weg gelegen, ook omdat het gerecht in de uitspraak van 18 augustus 2014 (GAZA nr. 2128 van 2013) heeft overwogen dat het in die uitspraak geen inhoudelijk oordeel geeft over de partijen verdeeld houdende vraag, of klager nog langer in aanmerking behoort te komen voor de accountancytoelage. De beantwoording van die vraag kan pas aan de orde komen bij de behandeling van een eventueel bezwaar, gericht tegen een besluit tot intrekking van die toelage, aldus het gerecht in 2014. Dat intrekkingsbesluit is in 2015 gevolgd, maar een bezwaar van klager tegen die intrekking niet. Dat is niet zonder consequenties.
5.2.
Overigens wijst het gerecht klager erop dat de wetgever van Aruba in artikel 25 Lma de bevoegdheid tot het toekennen van een “in ieder bijzonder geval vast te stellen toelage” heeft toegedeeld aan de minister en niet aan de gouverneur. Hoewel de schaarstetoelage niet op artikel 25 Lma is gebaseerd, geldt naar analogie dat zowel de bevoegdheid tot toekenning als tot intrekking van de schaarstetoelage aan de minister toekomt. Het gerecht betrekt daarbij dat ook de schaarstetoelage op grond van de Afzonderlijke schaarstetoelageregeling wordt uitgevoerd door de minister.
6. Het gerecht vat het verzoek van klager van 5 augustus 2022 voor zover daarin is gevraagd om toekenning met terugwerkende kracht van een toelage op grondslag van de accountancytoelageregeling op als een verzoek om terug te komen op de ministeriele beschikking van 23 juni 2015. Daarbij is allereerst van belang dat, zoals hiervoor al is vermeld, klager stelt dat die beschikking onbevoegdelijk is genomen, daarom nietig is, zodat zijn toelage moet worden geacht nooit te zijn ingetrokken en dus weer uitbetaald moet worden. Klager richt zijn pijlen dus allereerst op de in zijn ogen onjuiste beschikking van 23 juni 2015. Daarbij is verder van belang dat klager zowel in zijn bezwaarschrift als in de toelichting op zitting uitdrukkelijk primair het gerecht heeft gevraagd te bepalen dat de hem per 1 januari 2001 toegekende en in 2015 ten onrechte ingetrokken schaarstetoelage weer wordt uitbetaald, en subsidiair heeft gevraagd om toekenning van de schaarstetoelage met terugwerkende kracht tot 5 augustus 2019.
6.1.
Bij een verzoek om terug te komen op een beschikking die in rechte onaantastbaar is, is de aanvrager gehouden nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden (‘nova’) te vermelden. Wanneer geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld, kan het bestuursorgaan de aanvraag afwijzen onder verwijzing naar zijn eerdere afwijzende beschikking.
6.2.
Klager heeft aangevoerd dat hij in aanmerking komt voor hervatting van zijn toelage op grond van de accountancytoelageregeling, omdat is gebleken dat anderen ook voor een dubbele toelagen in aanmerking komen. Hij verwijst daarbij met name naar de toelage die aan de (nieuwe) secretaris van de Raad van Advies is toegekend. Het gerecht merkt dit betoog aan als een beroep op het gelijkheidsbeginsel. Op grond van vaste rechtspraak kan een beroep op het gelijkheidsbeginsel niet worden aangemerkt als nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. Het gerecht wijst in dit verband op de uitspraak van dit gerecht van 15 juni 2015 (ECLI:NL:OGAACMB:2015:7) en van de Centrale Raad van Beroep van 31 oktober 2024, r.o. 4.4 en 4.5 (ECLI:NL:CRVB:2024:2101). Het betoog van klager faalt.
7. Bij gebreke aan nova was verweerder niet gehouden terug te komen op de intrekking van klagers schaarstetoelage op grond van de accountancytoelageregeling in 2015 en deze toelage te hervatten. Niet per 23 juni 2015, niet per datum aanvraag en ook niet met terugwerkende kracht tot 5 augustus 2019. Het verzoek daartoe heeft verweerder alleen al hierom mogen afwijzen. Het bezwaar tegen de beschikking van 7 maart 2024 slaagt niet.
Over de beschikking van 5 maart 2024
8. Het gerecht stelt vast dat de ministerraad op 10 november 2023 de Afzonderlijke schaarstetoelageregeling t.b.v. hoofden van dienst heeft vastgesteld en dat aan klager en een aantal andere directeuren/hoofden van dienst per 1 september 2023 een schaarstetoelage is toegekend van 20% van de maandelijkse bezoldiging.
9. Het beleid neergelegd in de Afzonderlijke schaarstetoelageregeling t.b.v. hoofden van dienst mist een wettelijke grondslag en moet daarom als buitenwettelijk begunstigend beleid moet worden aangemerkt. Begunstigend wil in dit geval zeggen dat het beleid ruimte biedt een financiële toelage te verstrekken die niet bij of krachtens de wet mogelijk is gemaakt.
Overwegingen
Naar vaste rechtspraak van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken moet de ambtenarenrechter het bestaan en de inhoud van dergelijk beleid als een gegeven aanvaarden en blijft de rechterlijke toetsing als gevolg daarvan beperkt tot de vraag of het beleid consistent wordt toegepast.
9.1.
Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat verweerder de per 1 september 2023 toegekende schaarstetoelage niet heeft hoeven baseren op de accountancytoelageregeling. Met de invoering van de Afzonderlijke schaarstetoelageregeling t.b.v. hoofden van dienst is de accountancytoelageregeling uit 1995 niet meer van toepassing op de in de nieuwe regeling genoemde directeuren en hoofden van dienst, waaronder de directeur van de CAD.
9.2.
Verweerder heeft per 1 september 2023 een aantal directeuren/hoofden van dienst in aanmerking gebracht voor de nieuwe schaarstetoelage, waaronder klager. Niet is gebleken dat verweerder aan de nieuwe Afzonderlijke schaarstetoelageregeling op inconsistente wijze toepassing heeft gegeven. Dat verweerder aan de nieuwe regeling niet de door klager gewenste terugwerkende kracht heeft gegeven, komt omdat die regeling pas per 1 september 2023 in werking is getreden.
9.3.
Gelet hierop komt het gerecht ook bij de bespreking van de bezwaargronden van klager tegen de beschikking van 5 maart 2024 niet toe aan het betoog van klager dat hem in de periode 2015-2023 een dubbele toelage is onthouden, terwijl andere directeuren/ hoofden van dienst wel voor een dubbele toelage in aanmerking zijn gebracht.
10. Strikt genomen ten overvloede is het gerecht van oordeel dat klager er niet in is geslaagd aannemelijk te maken dat verweerder voor 1 september 2023 in strijd zou hebben gehandeld met het gelijkheidsbeginsel. Uit wat verweerder naar voren heeft gebracht volgt dat aan de voorgangers van klager bij de CAD naast een directeurstoelage nimmer (ook) een schaarstetoelage is toegekend. Dat aan directeuren/hoofden van dienst naast hun directeurstoelage andere toelagen zijn toegekend, wordt niet betwist. Wel wordt betwist dat door verweerder aan directeuren/hoofden van dienst naast de directeurstoelage een schaarstetoelage is toegekend. Klager is er niet in geslaagd om het tegendeel aannemelijk te maken. De door klager genoemde toelagen zijn enerzijds andere toelagen dan de schaarstetoelage (zoals bijvoorbeeld een Interpoltoelage, veiligheidstoelage, ongemakkentoelage, Lotto-toelage, hondenbegeleiderstoelage; zie de contramemorie van verweerder op pagina 9 onder randnummer 24). Anderzijds gaat het om toelagen die niet door verweerder maar door andere bestuursorganen zijn toegekend. Dit geldt ook voor de toelage aan de secretaris van de Raad van Advies. Hierover heeft de Raad van Beroep in ambtenarenzaken in zijn uitspraak van 10 februari 2017 (RvBAz 2015/74815) al geoordeeld dat geen sprake is van een gelijk geval, omdat de aan die secretaris toegekende toelage niet is toegekend door verweerder, maar door een collega minister, wiens handelen niet aan verweerder kan worden toegerekend. Het gerecht ziet geen reden daar nu anders over te oordelen.
10. Het gerecht volgt tot slot niet het betoog dat de Afzonderlijke schaarstetoelageregeling t.b.v. hoofden van dienst louter in het leven is geroepen om te voorkomen dat aan klager en zijn mede-aanvrager met terugwerkende kracht een schaarstetoelage zou moeten worden toegekend. Hiervoor is redengevend dat niet alleen aan klager maar ook aan enkele andere directeuren/hoofden van dienst per 1 september 2023 die toelage van 20% is toegekend. In zoverre is dus consistent gehandeld.De conclusie
10. De conclusie is dat ook het bezwaar tegen de beschikking van 5 maart 2024 niet slaagt. De bezwaren zullen daarom ongegrond worden verklaard.
10. Het gerecht merkt ten overvloede nog op dat de problematiek rond toekenning en stapeling van toelagen naast de reguliere bezoldiging grotendeels kan worden ondervangen door herziening en actualisering van het BRA en invoering van een herziene salarisstructuur, waarna een aantal (tijdelijke) toelagen kunnen worden stopgezet. Daarbij dient aan de orde te komen of de functie van directeur CAD niet anders en hoger moet worden ingeschaald.