Rechtspraak
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
2024-06-25
ECLI:NL:OGEAA:2024:300
Civiel recht; Arbeidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
5,168 tokens
Inleiding
Beschikking van 25 juni 2024
Behorend bij E.J. nr. AUA202401410
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de zaak van:
ARUBA PORTS AUTHORITY,
te Aruba,
verzoekster,
hierna ook te noemen: APA,
gemachtigde: de advocaat mr. A.F. Kuster,
tegen:
[Verweerder],
te Aruba,
verweerder,
hierna ook te noemen: [verweerder],
gemachtigde: de advocaat mr. D.L. Emerencia.
Procesverloop
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties;
- het verweerschrift;
- producties zijdens [verweerder]
- de pleitaantekeningen van partijen;
- de mondelinge behandeling van de zaak ter zitting van vrijdag 24 mei 2024.
1.2
Tijdens de mondelinge behandeling was namens APA aanwezig mr. [betrokkene], vergezeld door mevrouw [manager] (Manager van de afdeling Human Resources van APA). Tevens was [verweerder] aanwezig, bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd. Partijen hebben over en weer het woord gevoerd, op vragen van het Gerecht geantwoord en op elkaars stellingen gereageerd of kunnen reageren.
1.3
Na de behandeling van de zaak is [verweerder], zoals tijdens de zitting met partijen besproken, in de gelegenheid gesteld om op de rol van 4 juni 2024 (slechts nog) een brief van SETAR in het geding te brengen met de inhoud zoals ter zitting is besproken. [Verweerder] heeft op voormelde rol bij akte diverse stukken overgelegd, verschillende (nadere en/of aanvullende) stellingen betrokken en tevens verzocht om een (tegen een derde gericht) bevel ex artikel 843a Rv uit te vaardigen. Omdat aan [verweerder] niet de gelegenheid was gegeven om een dergelijke akte te nemen en de derde geen partij is in dit geding, zijn de door hem ingediende stukken geweigerd. Aan [verweerder] is de kans gegeven om de bedoelde brief van Setar alsnog over te leggen.
1.4
Op de rol van 11 juni 2024 heeft [verweerder] stukken overgelegd, waaronder een door Setar opgesteld overzicht van de op het telefoonnummer van [verweerder] inkomende oproepen.
1.5
Bij akte van 18 juni 2024 heeft APA op de door [verweerder] ingediende stukken gereageerd. Naar aanleiding van het tegen deze akte door mr. Emerencia gemaakte bezwaar is aan partijen meegedeeld dat de akte van APA wordt begrepen als de mededeling dat de door [verweerder] overgelegde stukken voor APA geen aanleiding geven de zaak in te trekken en dat met de (overige) stellingen in de akte slechts rekening wordt gehouden voor zover deze een reactie inhouden op hetgeen namens [verweerder] in de akte overlegging stukken is aangevoerd.
1.6
Beschikking is vervolgens bepaald op vandaag.
Feiten
2.1 [
[Verweerder] is sinds 1 februari 2010 in loondienst van APA, laatstelijk in de functie van stuurman/motorist. Hij heeft als taak het besturen van de loodsboot/pilootboot van APA en is belast met het vervoeren van loodsen van de haven naar de te beloodsen schepen.
2.2
In het kader van zijn werkzaamheden bij APA draait [verweerder] diensten die kunnen inhouden dat hij zich thuis beschikbaar moet houden om opgeroepen te worden om werkzaamheden te komen verrichten voor APA (“on call”). Conform het regelement van APA dient een werknemer zich, na door APA te zijn opgeroepen om te komen werken, binnen één uur op het werk te melden.
2.3
Bij brief van 8 januari 2021 is [verweerder] met ingang van 9 januari 2021 voor de duur van zeven dagen zonder behoud van loon geschorst, omdat hij op 1 januari 2021 in strijd met de geldende regels iemand die daartoe niet bevoegd was op het beveiligde terrein van de haven in Oranjestad heeft toegelaten en heeft toegestaan dat zij een loodsboot instapte.
2.4
Bij brief van 18 januari 2024 is [verweerder] met ingang van 19 januari 2024 voor de duur van zeven werkdagen geschorst, zonder behoud van loon, omdat hij op 1 januari van dat jaar de werkplek zonder toestemming veel (zeven uur) te vroeg had verlaten. Bij het bericht van zijn schorsing is [verweerder] meegedeeld dat hij op staande voet zou worden ontslagen indien hij in de komende vierentwintig maanden enig gedrag vertoont dat het opleggen van een disciplinaire sanctie rechtvaardigt, ongeacht de ernst van de overtreding.
2.5
Op 2 maart 2024 heeft zich een incident voorgedaan, waarbij [verweerder] (die zich toen voor werk beschikbaar moest houden) was betrokken. Het incident betrof het autoschip “Lyra Leader” dat conform schema op die dag om 06:30 uur in de ochtend de haven van Oranjestad had moeten binnenvaren en aanmeren. Dit is niet gebeurd (onder meer) omdat [verweerder] op die dag te laat op het werk is verschenen (om 06:50 uur). Het proces om een autoschip de haven binnen te brengen neemt minstens een uur in beslag en omdat het cruiseschip “Aidaperla” volgens schema om 08:00 uur de haven moest binnenvaren, heeft APA vanwege de tijd en om klachten van de cruiseline te voorkomen de beslissing moeten nemen om eerst het cruiseschip de haven binnen te brengen, met het gevolg dat het autoschip pas om 9:30 uur (dus drie uur na de afgesproken tijd) de haven van Oranjestad kon binnenvaren.
2.6 [
[Verweerder] heeft APA bij e-mailbericht van dezelfde datum medegedeeld dat hij niet tijdig op het werk kon zijn om zijn werkzaamheden uit te voeren, omdat hij veel te laat door het Kuststation was gebeld om te komen werken. [Verweerder] heeft daarbij een screenshot van het “call log” van zijn mobiele telefoon bijgevoegd, waaruit volgens hem volgt dat hij die dag pas om 06:38 uur in de ochtend door het Kuststation is gebeld.
2.7
Mede naar aanleiding van het door [verweerder] verstuurde screenshot van zijn “call log” heeft APA door de telefoonmaatschappij Setar onderzoek laten verrichten naar het handelen van het kuststation, door het “call log” van haar eigen telefoonsysteem te onderzoeken.
2.8
Bij brief van 20 maart 2024 heeft APA haar bevindingen met [verweerder] gedeeld en is [verweerder] in de gelegenheid gesteld om zijn handelwijze te verantwoorden. [Verweerder] is daarbij medegedeeld dat hij per direct op non-actief wordt gesteld met behoud van loon. De brief luidt als volgt:
“Op 2 maart 2024 was er sprake van een incident waarbij een autoschip (Lyra Leader) niet op het beoogde tijdstip de haven in Oranjestad kon binnenvaren. Dit was extra problematisch omdat een cruiseschip (AIDAperla) kort daarna dezelfde haven moest binnenvaren. Daarom is de beslissing genomen om het cruiseschip eerst de haven te laten binnenvaren en pas daarna het autoschip.
De oorzaak van het voormelde incident is dat u laat op het werk bent verschenen. Later op dezelfde dag heeft u via e-mail aangegeven dat u veel te laat door het Kuststation bent opgeroepen om op het werk te verschijnen en hebt u ter staving daarvan een screenshot van uw call log verstuurd naar uw leidinggevende, waaruit kon worden opgemaakt dat u pas om 6:38 AM bent opgebeld door het Kuststation. Op grond van de door u verstuurde screenshot van uw call log alsmede op grond van het feit dat ook een bemanningslid van de sleepboot heeft aangegeven dat hij niet tijdig is opgeroepen door het kuststation, heeft APA u (in eerste instantie) geloofd en heeft APA een onderzoek ingesteld naar het handelen van het Kuststation.
In dit kader heeft SETAR op verzoek van APA een onderzoek verricht aan de call log van het telefoonsysteem van APA. Daaruit blijkt dat u op de ochtend in kwestie drie keer telefonisch contact had met het Kuststation, namelijk om 5:33 AM, 5:34 AM en 6:44 AM; voor alle duidelijkheid, uit onderzoek blijkt ook dat de klok van het telefoonsysteem van APA 6 minuten vooruitloopt. U had daarom dus feitelijk om 5:27 AM, 5:28 AM en 6:38 AM contact met het kuststation, als gevolg waarvan u uiterlijk om 6:27 AM op het werk moest verschijnen. Uit het toegangscontrole systeem van APA blijkt dat u om 6:50 AM (via de poort naast Gate 7) op het werk bent aangekomen.
Uit onderzoek is dus gebleken dat u op 2 maart 2024 ruim 20 minuten te laat op het werk bent verschenen en dat u APA heeft trachten te misleiden door in strijd met de waarheid aan te geven dat u veel te laat bent opgeroepen door het Kuststation en voorts dat u hierbij gebruik hebt gemaakt van een screen shot van een vervalste dan wel onjuiste call log.
Alvorens een beslissing te nemen stelt APA u middels deze in de gelegenheid om gehoord te worden. In dit kader kunt u binnen zeven (7) kalenderdagen (…) schriftelijk verantwoorden. (…).
Als laatste bericht ik u dat u per direct en tot nader bericht op non-actief bent gesteld, met behoud van loon.”
2.9 [
Verweerder] heeft via zijn vakbond bij schrijven van 2 april 2024 op voormelde brief van APA gereageerd.
2.10
Bij brief van 4 april 2024 heeft APA het volgende aan [verweerder] medegedeeld:
“Naar aanleiding van uw schriftelijke zienswijze betreffende het incident d.d. 2 maart 2024 bericht ik u (…) als volgt.
APA heeft de inhoud van uw schriftelijke zienswijze in overweging genomen en heeft besloten om ontbinding van uw arbeidsovereenkomst in rechte te verzoeken.
Voor de duur van de juridische procedure en tot nader bericht zult u op non-actief blijven.”
Geschil
3.1
APA verzoekt het Gerecht om de arbeidsovereenkomst tussen partijen met onmiddellijke ingang te ontbinden vanwege gewichtige redenen, zonder toekenning aan [verweerder] van een ontbindingsvergoeding, met veroordeling van [verweerder] in de kosten van de procedure.
3.2
APA heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat sprake is van een uitgestelde dringende reden die de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang rechtvaardigt. [Verweerder] heeft APA namelijk bewust proberen te misleiden door in strijd met de waarheid te verklaren dat hij op 2 maart 2024 veel te laat door het kuststation is gebeld om te komen werken en hij daarbij gebruik heeft gemaakt van een screenshot van een bewerkte call log van zijn mobiele telefoon. Omdat [verweerder] hiermee het vertrouwen van APA in hem volledig heeft geschaad, is, mede gelet op de eerdere incidenten met [verweerder], tevens sprake van een wijziging van omstandigheden in de vorm van een verstoorde arbeidsrelatie vanwege een onherstelbare vertrouwensbreuk.
3.3 [
Verweerder] heeft verweer gevoerd en geconcludeerd tot het niet-ontvankelijk verklaren van het verzoek van APA, dan wel tot het afwijzen daarvan, met veroordeling van APA in de kosten van de procedure.
3.4
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover voor de beslissing van belang, ingegaan.
Beoordeling
4.1
Redenen waarom APA niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar verzoek, zijn gesteld noch gebleken.
4.2
Ieder der partijen is te allen tijde bevoegd zich tot de rechter te wenden met het verzoek de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen te ontbinden (artikel 7:685 BW). Als gewichtige redenen worden beschouwd omstandigheden die een dringende reden als bedoeld in artikel 677, eerste lid, BW zouden hebben opgeleverd indien de arbeidsovereenkomst deswege onverwijld zou zijn opgezegd, alsook veranderingen in de omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen.
4.3
Niet kan worden gezegd dat het verzoek tot ontbinding verband houdt met de aanwezigheid van een opzegverbod. Er zijn geen feiten en/of omstandigheden aangevoerd die de conclusie (kunnen) rechtvaardigen dat APA de arbeidsovereenkomst, zoals [verweerder] heeft betoogd, enkel wil ontbinden omdat [verweerder] shopsteward is van de vakbond.
4.4
De vraag die voorligt is of sprake is van gewichtige redenen bestaande uit een dringende reden of zodanige veranderingen in de omstandigheden, dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen billijkheidshalve dadelijk of op korte termijn behoort te eindigen. Het Gerecht beantwoordt deze vraag op grond van het navolgende bevestigend.
4.5
Vast staat dat [verweerder] op 8 januari 2021 voor zeven dagen zonder loon is geschorst omdat hij in strijd met de (veiligheids)regels van APA een onbevoegde derde (zijn vriendin), had meegenomen naar het beveiligde deel van de haven en op de loodsboot. Ook in januari 2024 is [verweerder] voor 7 dagen zonder loon geschorst, ditmaal vanwege veronachtzaming van zijn plichten. Op 1 januari 2024 was [verweerder] ingeroosterd van 05:30 uur tot 13:30 uur, maar heeft hij zijn werk voortijdig, om 06:28 uur, zonder toestemming verlaten. [Verweerder] heeft niet, althans onvoldoende weersproken dat daarvoor in een dergelijk geval toestemming nodig is en gesteld noch gebleken is dat hij die toestemming had gevraagd en gekregen. In de schorsingsbrief van 18 januari 2018 is [verweerder] meegedeeld dat een volgend incident tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst zal leiden.
4.6
Een volgend incident deed zich niet lang daarna, op 2 maart 2024, voor. Vast staat dat [verweerder] die dag “on call” stond, dus gebeld kon worden om te komen werken. Volgens APA is [verweerder] die ochtend om 05:28 uur gebeld en is hij pas om 06:50 uur, en daarmee te laat, op het werk verschenen. [Verweerder] heeft betwist dat hij die ochtend om 05:28 uur is gebeld. Volgens hem is pas om 06:38 uur met hem contact opgenomen. Dit verweer van [verweerder] kan niet slagen. Blijkens de door APA overgelegde telefoongegevens is om 05:28 uur vanuit APA met [verweerder] gebeld. [Verweerder] heeft weliswaar allerlei bezwaren tegen deze door APA overgelegde gegevens aangevoerd, maar ook uit de door hem bij akte overlegging stukken overgelegde gegevens van Setar blijkt dat hij op dat tijdstip door APA is gebeld. Verder betwist [verweerder] dat hij die oproep heeft ontvangen en/of toen met een werknemer van APA heeft gesproken. Dit is echter allerminst aannemelijk, nu het telefoongesprek blijkens de door [verweerder] zelf overgelegde gegevens 31 seconden heeft geduurd en [verweerder] kort daarvoor, om 05:27 uur, zelf al met APA had gebeld. Zoals [verweerder] heeft verklaard, wist hij dat hij die ochtend naar alle waarschijnlijkheid rond 06:15 uur op het werk moest zijn om een schip binnen te loodsen. Het reglement brengt mee dat hij dan een uur voor die tijd zou worden gebeld. Daarom is aannemelijk dat [verweerder] rond 05:27 uur met APA is gaan bellen om te informeren naar de stand van zaken en dat hij naar aanleiding van die vraag direct daarna met het antwoord is teruggebeld. Een andere reden om naar APA te bellen heeft [verweerder] niet gegeven. Wel heeft hij betwist naar APA te hebben gebeld, maar aan deze betwisting gaat het Gerecht voorbij. Uit de door APA overgelegde telefoongegevens blijkt dat vanaf zijn telefoon om 05:27 uur gedurende 18 seconden met APA is gebeld. Voldoende concrete, dragende redenen om niet van de juistheid van deze door APA overgelegde telefoongegevens uit te gaan, zijn het Gerecht, te minder nu deze gegevens zoals gezegd bevestiging vinden in de door [verweerder] zelf overgelegde stukken, niet gebleken. Het klopt dat dit telefoongesprek niet blijkt uit de door [verweerder] overgelegde stukken, maar de door hem overlegde productie 21 ziet op gesprekken na 06:43 uur en niet is gesteld of gebleken om welke informatie precies is gevraagd. Deze opgave sluit daarom niet uit dat het telefoongesprek heeft plaatsgevonden. De door [verweerder] als productie 22 overgelegde informatie van Setar ziet verder alleen op inkomende gesprekken, zodat ook deze productie geen steun biedt aan zijn verweer. Omdat voorts is gesteld noch gebleken dat iemand anders die ochtend de beschikking had over [verweerder] zijn telefoon, kan niet worden gezegd dat de telefoongesprekken met een ander dan [verweerder] zijn gevoerd. Dat de telefoon geheel uit zichzelf naar APA heeft gebeld zoals tot slot nog door [verweerder] is geopperd, is volstrekt onaannemelijk. Vast staat derhalve dat [verweerder] om 05:28 uur door APA is gebeld en dat hij daarom om uiterlijk 06:28 uur op het werk had moeten zijn. Niet is in geschil dat hij er toen niet was en dat hij pas om 06:50 uur op zijn werk is verschenen.
4.7 [
verweerder] heeft per email aan APA bericht dat hij door het Kuststation te laat was opgeroepen om op het werk te verschijnen en ter staving van dit standpunt een screenshot van het call log van zijn mobiele telefoon aan APA gestuurd. Blijkens dit screenshot is het eerste door [verweerder] op 2 maart 2024 ontvangen en gevoerde gesprek het van het Kuststation van APA ontvangen gesprek van 06:38 uur. Nu echter, zoals hiervoor is overwogen, vast staat dat [verweerder] op 05:27 uur met APA heeft gebeld en om 05:28 uur door APA is gebeld, is dit screenshot niet overeenkomstig de feitelijke gang van zaken. Gelet hierop en omdat een dergelijk call log, zoals algemeen bekend, eenvoudig kan worden aangepast door gesprekken te verwijderen en een andere verklaring daarvoor niet is gegeven, kan het niet anders zijn dan dat [verweerder] zijn call log heeft aangepast en APA opzettelijk van onjuiste informatie heeft voorzien.
4.8
APA rekent dit laatste [verweerder] terecht zeer zwaar aan. Het moedwillig verstrekken van verkeerde informatie heeft bij APA begrijpelijkerwijs tot het verlies van vertrouwen in [verweerder] als werknemer geleid. Ook heeft [verweerder] door het te laat komen op het werk te komen en vervolgens verstrekken van verkeerde informatie om dit te laat komen te verhullen, zich niet als een goed werknemer gedragen en zijn uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende verplichtingen verzaakt. Indien en voor zover juist is dat door de late aankomst van [verweerder] op zijn werk niet daadwerkelijk problemen zijn ontstaan, doet dat daar niet aan af. Verder geldt dat [verweerder] tweemaal eerder vanwege het zich niet aan de regels houden was geschorst en dat een waarschuwing voor de gevolgen van een incident [verweerder] niet van zijn gedragingen op 2 maart 2024 heeft weerhouden. APA stelt zich daarom terecht op het standpunt dat zij door het handelen van [verweerder] het vertrouwen in hem onherstelbaar is verloren en dat de arbeidsrelatie door toedoen van [verweerder] ernstig is verstoord. Van APA kan daarom niet worden gevergd dat het dienstverband met [verweerder] nog voortduurt. Het verzoek tot ontbinding wordt toegewezen.
4.9
Omdat de redenen voor de ontbinding van de arbeidsovereenkomst geheel aan [verweerder] zijn te wijten, bestaat voor de toekenning van een vergoeding aan hem geen grond.
Conclusie
4.10
De slotsom van het voorgaande is dat het verzoek van APA zal worden toegewezen zoals hierna te vermelden.
4.11 [
Verweerder] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure aan de zijde van APA gevallen. Deze kosten worden tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 450,- aan griffierecht, Afl. 215,- aan explootkosten en Afl. 3.125,- (2,5 punt tarief 5) aan salaris voor de gemachtigde, derhalve in totaal op Afl. 3.790,-.
5DE UITSPRAAK
Het Gerecht:
5.1
ontbindt de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst met ingang van 26 juni 2024, zonder toekenning aan [verweerder] van een ten laste van APA komende vergoeding naar billijkheid;
5.2
veroordeelt [verweerder] in de kosten van het geding aan de zijde van APA gevallen en tot op heden begroot op in totaal Afl. 3.790,-;
5.3
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.4
wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze beschikking is gegeven door mr. T.A.M. Tijhuis, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juni 2024 in aanwezigheid van de griffier.