Rechtspraak
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
2024-10-16
ECLI:NL:OGEAA:2024:237
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,493 tokens
Inleiding
Vonnis van 16 oktober 2024
Behorend bij AUA202301783 AR
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
[Eiseres en verweerster] CONSULTANCY VBA,
te Aruba,
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
hierna ook te noemen: [eiseres en verweerster],
gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd,
tegen:
1de vennootschap aar Nederlands recht DTS NEDERLAND B.V.,
te ‘s-Gravenhage, Nederland,
gedaagde sub 1 in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
hierna ook te noemen: DTS,
gemachtigde: de advocaat mr. W.J. Noordhuizen,
2[Gedaagde 2 en eiser],
te ‘s-Gravenhage,
gedaagde sub 2 in de hoofdzaak,
eiser in het incident,
hierna ook te noemen: [gedaagde 2 en eiser],
gemachtigde: de advocaat mr. W.J. Noordhuizen,
gezamenlijk te noemen: DTS c.s.
Procesverloop
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties, ingediend ter griffie op 24 mei 2023;
- de conclusie in het incident van DTS c.s.;
- de conclusie van antwoord met producties in het incident van [eiseres en verweerster];
- de akte uitlating producties in het incident van DTS c.s.
1.2
De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis in het incident.
Geschil
In het incident
2.1
Volgens [eiseres en verweerster] heeft zij zich in opdracht van DTS bezig gehouden met bemiddeling bij het kopen van olieproducten bij de raffinaderij van Curaçao.
Het kopen van olieproducten van Curaçao is na een periode van twee jaar gelukt. De werkzaamheden vonden met name vanuit Aruba plaats. De ander activiteiten zouden voor DTS worden ontwikkeld op het moment dat er een akkoord zou plaatsvinden tussen DTS en de betreffende raffinaderij. Die activiteiten zijn gestaakt als gevolg van het niet nakomen van afspraken door DTA na het sluiten van de deal bij het kopen van olieproducten op Curaçao.
[Eiseres en verweerster] stelt dat DTS aansprakelijk is voor de door haar geleden schade uit hoofde van toerekenbare niet-nakoming dan wel onrechtmatig handelen. Zij vordert hoofdelijke veroordeling van DTS c.s. om aan haar een schadevergoeding te betalen nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met de wettelijke rente. [Eiseres en verweerster] meent dat het Arubaanse Gerecht bevoegd is van de vordering kennis te nemen op grond van artikel 5 lid 1 van het EEX-verdrag.
2.2
DTS c.s. voert tegen de vordering aan dat de overeenkomst waarvan [eiseres en verweerster] nakoming vordert en de bemiddeling die daarbij plaatsvond geheel of in overwegende mate werd uitgevoerd in Curaçao en niet in Aruba. Verder is niet gebleken welke werkzaamheden volgens [eiseres en verweerster] dan op Aruba zouden hebben plaatsgevonden. De gestelde bemiddeling heeft betrekking op de totstandkoming van een koopovereenkomst met de raffinaderij van Curaçao. De andere werkzaamheden hebben kennelijk nergens toe geleid. Daarom komt aan de Arubaanse rechter geen rechtsmacht toe op grond van artikel 5 lid 1 van het EEX-verdrag en dient het Gerecht zich onbevoegd te verklaren om van het geschil kennis te nemen, met veroordeling van [eiseres en verweerster] in de proceskosten, aldus DTS.
Beoordeling
In het incident
3.1
Het Gerecht overweegt als volgt. De hoofdregel van artikel 2 van het EEX-verdrag bepaalt dat een partij wordt opgeroepen voor het gerecht van de staat waar hij woont; DTS zijn gevestigd en woonachtig in Nederland en niet in Aruba.
Artikel 5 lid 1 van het EEX-verdrag geeft een aanvullende bevoegdheid op deze hoofdregel en kan de verweerder, die zijn woonplaats heeft op het grondgebied van een verdragsluitende Staat, ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst voor het gerecht worden opgeroepen van de plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd.
3.2
Uit de stelling van [eiseres en verweerster] volgt dat haar bemiddelingswerkzaamheden bij het kopen van olieproducten bij de raffinaderij van Curaçao werden of moesten worden uitgevoerd in Curaçao. Volgens [eiseres en verweerster] is het nooit tot werkzaamheden in Aruba gekomen, omdat deze al voor aanvang werden gestaakt. Gelet hierop is naar het oordeel van het Gerecht geen sprake van een situatie als bedoeld in artikel 5 lid 1 van het EEX-verdrag. De plaats van uitvoering van de verbintenis uit overeenkomst waarop [eiseres en verweerster] zich beroept en waarop de vordering is gebaseerd, is niet in Aruba. Dat [eiseres en verweerster] zijn werkzaamheden voornamelijk vanuit Aruba zou hebben verricht, maakt dit niet anders. Het Gerecht acht zich daarom niet bevoegd om van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen en zal zich onbevoegd verklaren.
3.3
Als de in het ongelijk gestelde partij zal [eiseres en verweerster] worden veroordeeld in de kosten van de procedure.
Dictum
Het Gerecht:
in het incident en in de hoofdzaak
4.1
verklaart zich onbevoegd om van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen;
4.2
veroordeelt [eiseres en verweerster] in de kosten van de procedure aan de zijde van DTS c.s. tot op heden begroot op Afl. 1.250,-- aan salaris van de gemachtigde;
4.3
verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J. Keltjens, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 16 oktober 2024 in aanwezigheid van de griffier.