Rechtspraak
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
2023-12-13
ECLI:NL:OGEAA:2023:354
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
973 tokens
Inleiding
Uitspraak van 13 december 2023
AUA202301573
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
[Appellante],
van Venezolaanse nationaliteit,
APPELLANTE,
gemachtigde: drs. M.L. Hassell,
gericht tegen:
DE MINISTER VAN JUSTITIE EN SOCIALE ZAKEN,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. J.J.S. Poeran (DWJZ).
HET PROCESVERLOOP
Bij bevelschrift van 29 juli 2022 heeft verweerder de uitzetting van appellante bevolen en aan haar een terugkeerverbod van 90 maanden opgelegd.
Bij beschikking 31 maart 2023 (bestreden beschikking) heeft verweerder het daartegen door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Daartegen heeft appellante op 11 mei 2023, aangevuld op 30 juni 2023, beroep ingesteld bij het gerecht.
Op 31 augustus 2023 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 november 2023. Partijen zijn verschenen bij hun gemachtigden voornoemd.
De uitspraak is bepaald op heden.
Overwegingen
1.1
Het beroep van appellante strekt tot inkorting van het aan haar opgelegde terugkeerverbod van 90 naar 60 maanden. Bij onderscheiden beschikkingen van 31 augustus 2023, overgelegd bij het verweerschrift, heeft verweerder de bestreden beschikking ingetrokken en, opnieuw beslissend op het bezwaar van appellante, de beschikking van 29 juli 2022 gehandhaafd, met dien verstande dat het daarbij opgelegde terugkeerverbod wordt verkort van 90 tot 60 maanden. Onder deze omstandigheden is het belang aan het beroep komen te ontvallen.
1.2
Het beroep is niet-ontvankelijk.
2. Met de beschikkingen van 31 augustus 2023 dient de handhaving in bezwaar van het bij beschikking van 29 juli 2022 opgelegde terugkeerverbod ten voordele van appellante gewijzigd te worden geacht. Onder deze omstandigheden bestaat aanleiding te gelasten dat het door appellante betaalde griffierecht wordt teruggegeven (artikel 30, tweede lid, van de Lar).
3. Nu het beroep niet tot vernietiging van de bestreden beschikking leidt, bestaat voor een veroordeling in de kosten, zoals door appellante verzocht, geen wettelijke grondslag (vergelijk de uitspraken van het GHvJ van 25 januari 2011, ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ0582 en van 23 mei 2014, HLAR 64027/13).
Dictum
De rechter in dit gerecht:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- gelast teruggave aan appellante van het door haar betaalde bedrag van Afl. 25,- .
Deze beslissing is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 13 december 2023 in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken).
Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.
U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,
b. de dag van ondertekening,
c. waartegen u in hoger beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.