Rechtspraak
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
2023-12-13
ECLI:NL:OGEAA:2023:351
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,301 tokens
Inleiding
Uitspraak van 13 december 2023
Lar nr. AUA202303226
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
[Appellante],
wonend in Aruba,
APPELLANTE,
gemachtigde: de advocaat mr. D.C.A. Crouch,
gericht tegen:
DE MINISTER VAN ALGEMENE ZAKEN, INNOVATIE, OVERHEIDSORGANISATIE, INFRASTRUCTUUR EN RUIMTELIJKE ORDENING,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
niet verschenen.
Procesverloop
Bij brief van 18 april 2023 (DOWTZ/23/3512-6007) heeft de directeur van de Dienst Openbare Werken (DOW), appellante in de gelegenheid gesteld om binnen drie weken na dagtekening de omheiningen van haar perceel, die in strijd met de Bouw- en woningverordening zijn gebouwd, te verlagen.
Daartegen heeft appellante op 4 mei 2023 bezwaar gemaakt.
Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar heeft appellante op 13 april 2022 beroep ingesteld bij dit gerecht.
Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend.
De uitspraak is bepaald op heden.
Overwegingen
1. Het gerecht overweegt dat appellante tijdig in beroep is gegaan tegen het uitblijven van een beslissing op haar bezwaarschrift.
2. Ingevolge artikel 32, onder c en onder e, van de Lar kan het gerecht onmiddellijk uitspraak doen indien de beslissing waartegen het beroep is gericht, kennelijk niet in stand kan blijven, alsmede indien het bestuursorgaan binnen de gestelde termijn geen verweerschrift heeft ingediend.
3. In dit geval is ten tijde van het sluiten van het onderzoek mede vanwege het ontbreken van enig verweer, niet gebleken dat verweerder een reële beslissing op het bezwaar heeft genomen. Verweerder is daartoe wel verplicht. Ingevolge artikel 23, tweede lid, Lar wordt het uitblijven van een beslissing gelijkgesteld met een afwijzende beslissing. Nu deze afwijzende beslissing niet is gemotiveerd, kan deze niet in stand blijven.
4. Het Gerecht ziet voorts aanleiding om op na te melden wijze zelf in de zaak te voorzien. Daartoe wordt als volgt overwogen.
4.1
In voormelde brief van 18 april 2023 van de directeur van de DOW staat het volgende:
“(…) Bij gehouden controle door de afdeling Toezicht van deze dienst is gebleken dat u de omheiningen van uw perceel, binnen de vastgestelde gevelrooilijn, hoger heeft opgetrokken dan 1,50 m. Dit is in strijd met de ‘Bouw- en woningverordening’. U dient de bovengenoemde omheiningen binnen de rooilijn tot 1,50 m boven de maaiveld te verlagen. U wordt alsnog in de gelegenheid gesteld om binnen 3 weken na dagtekening dezes schrijven de omheiningen, die in strijd zijn met de ‘Bouw- en woningverordening’ te verlagen. (…)”
4.2
Deze brief behelst geen beslissing die op eng rechtgevolg is gericht, nu het slecht een mededeling bevat. Bij die brief is geen bestuursdwang aangekondigd. Deze brief is dus geen beschikking in de zin van de Lar, zodat daartegen geen bezwaar of beroep openstaat.
4.3
Gelet op het bovenstaande heeft verweerder ten onrechte het bezwaarschrift niet niet-ontvankelijk verklaard.
5. Het beroep is gegrond en het gerecht ziet aanleiding om, zelf in de zaak voorziend, het bezwaarschrift alsnog niet-ontvankelijk te verklaren.
6. Verweerder zal op na te melden wijze worden veroordeeld in de kosten van dit geding.
Dictum
De rechter in dit gerecht:
- verklaart het beroep gegrond en vernietigt de fictieve afwijzende beslissing op het bezwaarschrift;
- verklaart het bezwaarschrift niet-ontvankelijk;
- gelast dat het door appellante gestorte griffierecht van Afl. 25,- aan haar wordt terugbetaald;
- veroordeelt verweerder tot betaling van de door appellante voor dit geding gemaakte kosten aan rechtskundige bijstand, begroot op Afl. 175,-.
Deze beslissing is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op woensdag 13 december 2023, in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken).
Het hoger beroepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.
U wordt verzocht bij het indienen van het hoger beroepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het hoger beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het hoger beroepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,
b. de dag van ondertekening,
c. waartegen u in hoger beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.