Rechtspraak
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
2023-08-30
ECLI:NL:OGEAA:2023:182
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,036 tokens
=== VOLLEDIG ===
Vonnis van 30 augustus 2023 (bij vervroeging)
Behorend bij A.R. no. AUA202102489
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
1[Naam eiser 1],
2. [Naam eiser 2],
beiden domicilie kiezende te Aruba,
eisers,
hierna ook te noemen: [eiser 1] en [eiser 2],
gemachtigde: de advocaat mr. S.A. Kock,
tegen:
1[Naam gedaagde 1],
2. [Naam gedaagde 2],
beiden wonende te Aruba,
gedaagden,
hierna ook te noemen: de moeder en [gedaagde 2],
gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Croes.
1DE VERDERE PROCEDURE
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 24 mei 2023 en de daarin genoemde stukken;
- de akte uitlating deskundigenrapport van de zijde van [eiser 1] en [eiser 2];
- de akte uitlating van de zijde van de moeder en [gedaagde 2].
1.2
Vervolgens is vonnis bepaald op vandaag.
2DE VERDERE BEOORDELING
2.1
Zoals bij tussenvonnis van 7 december 2022 is bepaald, is de woning opnieuw getaxeerd. Blijkens het overgelegde taxatierapport bedraagt de marktwaarde van de woning Afl. 184.400,-. Partijen hebben bij voormelde akten uitlating bericht geen bezwaren tegen deze getaxeerde waarde te hebben. Het Gerecht zal daarom van deze waarde uitgaan.
2.2
Voor wat betreft de kosten van het taxatierapport geldt dat alle partijen deze naar evenredigheid dienen te dragen. Dit betekent dat zowel de moeder als [gedaagde 2] ¼ deel van deze kosten aan [eiser 1] en/of [eiser 2] dienen te betalen, indien en zodra [eiser 1] en/of [eiser 2] onderbouwd met stukken hebben aangetoond hoe hoog deze kosten zijn en dat de kosten zijn voldaan. Indien de nota van de taxateur nog niet is betaald, dienen [eiser 1] en/of [eiser 2] deze kosten eerst te voldoen, alvorens het aandeel van de moeder en van [gedaagde 2] in deze kosten kan worden verhaald.
Waarde aandelen in de woning
2.3
Uitgaande van de waarde van de woning van Afl. 184.400,- en de omstandigheid dat, zoals in het tussenvonnis in deze zaak van 28 september 2022 is overwogen, van deze waarde het bedrag van Afl. 49.000,- moet worden afgetrokken omdat het bij de woning behorende, na het overlijden van de vader gebouwde bijgebouw door slechts de moeder is gefinancierd, bedraagt de waarde van het gemeenschappelijke goed Afl. 135.400,- (Afl. 184.400 minus Afl. 49.000,-). Nu de moeder tot 5/8e deel van het gemeenschappelijke goed is gerechtigd en [eiser 1], [eiser 2] en [gedaagde 2] ieder tot 1/8e deel, komt van de waarde Afl. 84.625,- aan de moeder toe en aan [eiser 1], [eiser 2] en [gedaagde 2] elk Afl. 16.925,-.
Toedelen woning
2.4
Zoals in het tussenvonnis van 28 september 2022 is overwogen, ligt in de rede dat de woning aan de moeder en/of [gedaagde 2] wordt toegedeeld. Indien de woning aan hen of aan één van hen wordt toegedeeld, zullen zij bij wege van overbedeling als volgt aan [eiser 1] en [eiser 2] dienen te vergoeden.
- aan de moeder
2.5
Indien de woning aan de moeder wordt toegedeeld, geldt als volgt. De moeder zal aan zowel [eiser 1], [eiser 2] en [gedaagde 2] voor ieder van hun aandeel het bedrag van Afl. 16.925,- dienen te betalen. Daarbij dienen, zoals eveneens in het tussenvonnis van 28 september 2022 is overwogen, de door de moeder ten behoeve van de woning betaalde lasten te worden verrekend. [eiser 1], [eiser 2] en [gedaagde 2] zijn ter zake van deze tot en met 2022 betaalde lasten ieder een bedrag van Afl. 357,- aan de moeder verschuldigd. Dit bedrag kan de moeder met de door haar aan [eiser 1], [eiser 2] en [gedaagde 2] te betalen overbedelingsvergoedingen verrekenen, zodat een door haar aan ieder van hen te betalen bedrag van Afl. 16.568,- resteert. Verder zijn [eiser 1], [eiser 2] en [gedaagde 2] ieder een bedrag van Afl. 9.166,30 aan de moeder verschuldigd ter zake van door de moeder betaalde belastingen. Ook dit bedrag kan door de moeder worden verrekend, zodat zij ter zake van de overbedelingsvergoeding aan elk van hen een bedrag van Afl. 7.401,70 dient te betalen.
2.6
Als de woning op deze wijze aan de moeder wordt toegedeeld, zijn de moeder en [gedaagde 2] gezamenlijk nog gelden aan [eiser 1] en [eiser 2] verschuldigd ter zake van ontvangen huurpenningen en de verschuldigde gebruiksvergoeding. De aan zowel [eiser 1] als [eiser 2] verschuldigde huur bedraagt tot en met september 2023 Afl. 4.500,- en de aan ieder van hen tot en met september 2023 verschuldigde gebruiksvergoeding Afl. 1.413,-. Vanaf 1 oktober 2023 tot aan de toedeling van de woning aan de moeder, dienen de moeder en [gedaagde 2] aan zowel [eiser 1] als [eiser 2] ter zake van de gebruiksvergoeding een bedrag van Afl. 39,25 per maand en ter zake van de huur een bedrag van Afl. 150,- per maand te betalen. [eiser 1] en [eiser 2] op hun beurt dienen nog van de door de moeder vanaf 2023 tot aan de toedeling ten behoeve van de woning betaalde lasten, ieder 1/8e deel aan de moeder te voldoen, indien en zodra de moeder onderbouwd met stukken heeft aangetoond wat deze lasten zijn en dat zij deze lasten heeft betaald.
- aan [gedaagde 2]
2.7
Indien de woning aan [gedaagde 2] wordt toegedeeld, zal zij Afl. 16.925,- wegens overbedeling aan zowel [eiser 1] als [eiser 2] dienen te betalen, alsmede een bedrag van Afl. 84.625,-, vermeerderd met het bedrag van Afl. 49.000,- (dus in totaal Afl. 133.625,-) aan de moeder.
2.8
Daarnaast is zij samen met de moeder nog gelden aan [eiser 1] en [eiser 2] verschuldigd ter zake van ontvangen huurpenningen en de verschuldigde gebruiksvergoeding. Zoals hiervoor al is aangehaald, bedraagt de aan zowel [eiser 1] als [eiser 2] tot en met september 2023 verschuldigde huur Afl. 4.500,- en de aan ieder van hen tot en met september 2023 verschuldigde gebruiksvergoeding Afl. 1.413,-. Ook dienen de moeder en [gedaagde 2] vanaf 1 oktober 2023 tot aan de toedeling van de woning aan [gedaagde 2], aan zowel [eiser 1] als [eiser 2] ter zake van de gebruiksvergoeding een bedrag van Afl. 39,25 per maand en ter zake van de huur een bedrag van Afl. 150,- per maand te betalen.
2.9
Verder is [gedaagde 2] indien de woning aan haar wordt toegedeeld, evenals [eiser 1] en [eiser 2], aan de moeder verschuldigd haar aandeel in de door de moeder vanaf 2023 tot aan de toedeling van de woning aan [gedaagde 2] ten behoeve van de woning betaalde lasten.
- aan de moeder en [gedaagde 2]
2.10
Indien de woning aan de moeder en [gedaagde 2] wordt toegedeeld, dienen zij gezamenlijk aan zowel [eiser 1] als aan [eiser 2] het bedrag van Afl. 16.925,- te betalen (waarbij hun onderlinge rechtsverhouding [eiser 1] en [eiser 2] niet regardeert), vermeerderd met de door hen aan zowel [eiser 1] als [eiser 2] tot en met september 2023 verschuldigde huur ten bedrage van Afl. 4.500,- en de aan ieder van hen tot en met september 2023 verschuldigde gebruiksvergoeding van Afl. 1.413,-. De moeder en [gedaagde 2] dienen in dat geval derhalve een bedrag van Afl. 22.838,- aan zowel [eiser 1] als aan [eiser 2] te voldoen, vermeerderd met de vanaf 1 oktober 2023 tot aan de toedeling verschuldigde gebruiksvergoeding en huurpenningen van respectievelijk Afl. 39,25 en Afl. 150,- per maand.
2.11 [
eiser 1] en [eiser 2] zijn dan op hun beurt ieder nog aan de moeder verschuldigd het bedrag van Afl. 357,- ter zake van de door de moeder ten behoeve van de woning tot en met 2022 betaalde lasten, het bedrag van Afl.