Rechtspraak
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
2023-06-19
ECLI:NL:OGEAA:2023:171
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,624 tokens
Inleiding
Uitspraak van 19 juni 2023
Gaza nr. AUA202203264
HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het bezwaar als bedoeld in
de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:
[Klaagster],
wonend in Aruba,
KLAAGSTER,
procederend in persoon,
gericht tegen:
DE MINISTER VAN ARBEID, ENERGIE EN INTEGRATIE,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: de advocaten mrs. V.C. Perŝe en J.M. de Cuba.
Procesverloop
Bij beschikking van 14 september 2022 (de bestreden beschikking) is klaagster, ingevolge het bepaalde in artikel 48 van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma), met ingang van 14 september 2022, de toegang tot alle dienstlokalen, -gebouwen, -terreinen,
-voertuigen en digitale werkomgeving van het Departamento di Integracion, Maneho y Admision di Stranhero (DIMAS) voor de duur van zes werken, ontzegd.
Tegen de bestreden beschikking heeft klaagster op 20 september 2022 bezwaar gemaakt bij het gerecht.
Het bezwaar is op de zitting van 8 mei 2023 behandeld. Klaagster is in persoon verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigden voornoemd.
OVERWEGINGEN
Feiten
1.1
Klaagster is als ambtenaar werkzaam in de functie van beleidsmedewerker op de afdeling Verdragsbescherming bij het DIMAS.
1.2
In de bestreden beschikking staat -voor zover hier van belang- het volgende:
“(…) De toegangsontzegging vindt plaats in verband met een onderzoek naar de werkwijze in de afhandeling van asielaanvragen door de afdeling Asiel bij het Departamento di Inegracion, Maneho y Admision di Stranhero. Het onderzoek zal worden verricht door een door de ministerraad ingestelde commissie onder leiding van de Veiligheidsdienst Aruba. In het belang van het verdere onderzoek en het bewaken van de integriteit van het Departamento di Integracion, Maneho y Admision di Stranhero, kunt u uw werkzaamheden tijdelijk niet langer uitvoeren. (…)”
Beoordeling
2.1
Verweerder stelt zich op het standpunt dat klaagster niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar bezwaar. Verweerder voert hiertoe - kort samengevat - aan dat klaagster sinds de uitspraak van het gerecht van 17 oktober 2022 reeds haar werkzaamheden heeft hervat. Voorts heeft klaagster geen belang meer bij de beoordeling van de bestreden beschikking, daar de termijn van zes weken gedurende welke aan klaagster bij die beschikking de toegang tot haar werkplek is ontzegd, inmiddels is verstreken. Klaagster heeft dan ook geen belang meer bij het onderhavige bezwaar, aldus verweerder.
2.2
Bij de bestreden beschikking heeft verweerder aan klaagster een toegangsontzegging opgelegd voor de duur van zes weken. Dit houdt in dat de toegangsontzegging na verloop van deze termijn, op 25 oktober 2022, is uitgewerkt. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is ook gebleken dat klaagster in oktober 2022 haar werkzaamheden heeft hervat. Het gerecht overweegt dat klaagster ondanks het vorenstaande toch procesbelang heeft bij het onderhavige bezwaar. Het gerecht verwijst in dit verband naar de uitspraak van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van 5 januari 2022, ECLI:NL:ORBANCM:2022:17, waaruit volgt dat een toegangsontzegging een inbreuk maakt op de aan klaagsters functie verbonden aanspraak op het kunnen verrichten van haar werkzaamheden. De rechtmatigheid van die inbreuk kan worden onderworpen aan het oordeel van de ambtenarenrechter. De enkele omstandigheid dat aan die inbreuk een einde is gekomen, doet het processueel belang van klaagster bij een oordeel over de rechtmatigheid van de bestreden beschikking niet verloren gaan.
2.3
Ter zitting heeft verweerder te kennen gegeven voornemens te zijn de bestreden beschikking vanwege een vastgesteld gebrek in de motivering in te trekken. Verweerder heeft zich daar voorts op het standpunt gesteld dat schorsing van de bestreden beschikking bij voormelde uitspraak niet betekent dat de toegangsontzegging uiteindelijk onrechtmatig is. Aldus is niet duidelijk geworden of verweerder met de intrekking van de bestreden beschikking zal volstaan, dan wel aan de toegangsontzegging een nieuwe motivering ten grondslag zal leggen. Wel staat hiermee vast dat verweerder de oorspronkelijke motivering van de bestreden beschikking niet handhaaft. De bestreden beschikking kan (alleen al) daarom niet in stand blijven (vergelijk GHvJ 8 december 2022, ECLI:NL:OGHACMB:2022:159).
3. Het bezwaar is gegrond. De bestreden beschikking zal worden vernietigd.
Hetgeen klaagster voor het overige verzoekt, valt buiten de kaders van deze procedure.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechter in dit gerecht:
- verklaart het bezwaar gegrond;
- vernietigt de bestreden beschikking van 14 september 2022.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 juni 2023 in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen:
Als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak;
In de andere gevallen: binnen dertig dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.
Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij:
De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken
J.G. Emanstraat 51
Oranjestad
Aruba
U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,
b. de datum van ondertekening,
c. waartegen u in hoger beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).