Rechtspraak
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
2023-06-28
ECLI:NL:OGEAA:2023:149
Civiel recht
Kort geding
1,857 tokens
Inleiding
Vonnis van 28 juni 2023
Behorend bij K.G. nr. AUA202301807
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:
[Naam eiser],
wonende te Aruba,
eiser,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: de advocaat mr. E.M.J. Cafarzuza,
tegen:
[Naam gedaagde],
wonende te Aruba,
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.
Procesverloop
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het inleidend verzoek met producties van 26 mei 2023;
- de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van donderdag 15 juni 2023;
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
1.2
Tijdens de mondelinge behandeling is de gemachtigde van [eiser], mr. Cafarzuza voornoemd, verschenen. Mr. Cafarzuzua heeft de vordering toegelicht en vragen van het Gerecht beantwoord.
1.3
Vonnis is bepaald op vandaag.
Feiten
2.1 [
gedaagde] huurt sinds 3 augustus 2021 van [eiser] het appartement gelegen te [adres], app. [x], te Aruba (hierna: het appartement). De overeengekomen huurprijs bedraagt Afl. 450,- per maand, exclusief nutsvoorzieningen.
2.2 [
gedaagde] heeft, op een eenmalige betaling van Afl. 275,- na, geen huur aan [eiser] betaald.
2.3 [
eiser] heeft [gedaagde] verzocht de (achterstallige) huur te betalen. Op 22 maart 2023 heeft [gedaagde] aan [eiser] laten weten dat hij, [eiser], de huur zou kunnen komen ophalen. Blijkens het (als productie 4 bij het inleidend verzoek overgelegde) proces-verbaal van aangifte van [eiser] van die datum, heeft [gedaagde] [eiser] die dag, toen hij bij het appartement was, mishandeld.
2.4 [
gedaagde] maakt tot op heden nog gebruik van het gehuurde.
Geschil
3.1 [
eiser] vordert - na vermindering van eis tijdens de mondelinge behandeling - dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
a. [gedaagde] wordt bevolen het appartement binnen zeven dagen na het ten dezen te wijzen vonnis te ontruimen, onder verbeurte van een dwangsom van Afl. 500,- per dag dat gedaagde met de ontruiming in gebreke blijft;
b. wordt bepaald dat voor zover [gedaagde] niet aan voormeld bevel voldoet, [eiser] de ontruiming via de deurwaarder kan effectueren, desnoods met behulp van de sterke arm;
c. [gedaagde] wordt bevolen aan [eiser] te betalen het bedrag van Afl. 6.925,-, vermeerderd met Afl. 450,- per maand dat [gedaagde] in de woning verblijft, te vermeerderen met 15% incassokosten;
d. met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.
3.2 [
eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat sprake is van een ernstige toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst doordat [gedaagde] de huur (op een enkele betaling na) nooit heeft voldaan. Volgens [eiser] bedraagt de huurachterstand tot en met de maand mei 2023 Afl. 6.925,-.
3.3 [
gedaagde] heeft, nu hij niet is verschenen, geen verweer gevoerd.
Beoordeling
4.1
Bij de oproeping van [gedaagde] zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat verstek is verleend. Weliswaar blijkt uit de betekeningsstukken dat [gedaagde] op het moment van de betekening op de politiewacht was gedetineerd, maar dat laat onverlet dat hij zich had kunnen laten vertegenwoordigen of om uitstel had kunnen verzoeken. Dit is niet gebeurd.
Spoedeisend belang
4.2
Het spoedeisend belang van [eiser] blijkt uit de aard van de vordering en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen.
De vordering
4.3
De gevorderde ontruiming komt de voorzieningenrechter niet ongegrond en onrechtmatig voor, zodat dit zal worden toegewezen met inachtneming van het volgende. Omdat [gedaagde] geen verweer heeft gevoerd is zijn belang niet bekend. Een belangenafweging kan daarom niet tot een ander oordeel leiden. Aan [gedaagde] zal een termijn van zeven dagen na betekening van dit vonnis worden gegeven om zich op de ontruiming voor te bereiden. De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie, is gelet op artikel 556 lid 1 en art. 557 Rv overbodig en wordt daarom afgewezen.
4.4
Omdat de deurwaarder op grond van de wet bevoegd is tot de daadwerkelijke uitvoering van de veroordeling tot ontruiming in het geval [gedaagde] niet vrijwillig aan het vonnis voldoet, had het op de weg van [eiser] gelegen te stellen waarom het volgens hem in dit geval toch nodig is dat aan de veroordeling tot ontruiming een dwangsom wordt verbonden. Omdat hij daarover niets heeft gesteld, wordt dit deel van de vordering, bij gebrek aan belang, afgewezen.
4.5
Met betrekking tot de gevorderde huurachterstand geldt dat vast staat de huurachterstand tot en met mei 2023 Afl. 6.925,- bedraagt. Het bestaan van deze vordering is dus voldoende aannemelijk en de vordering zal daarom worden toegewezen. Ditzelfde geldt voor de gevorderde verschuldigde huur vanaf juni 2023 tot de dag dat [gedaagde] het appartement ontruimd. Ook hier geldt dat bij gebreke aan verweer van [gedaagde] een belangenafweging niet tot een ander oordeel kan leiden.
4.6
De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen. Dit deel van de vordering is slechts in het petitum opgenomen en in het geheel niet onderbouwd, zodat niet kan worden geoordeeld dat deze vordering niet ongegrond is.
4.7 [
gedaagde] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding. Deze kosten worden aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op Afl. 450,- aan griffierecht, Afl. 233,90 aan explootkosten en Afl. 1.500,- aan gemachtigdensalaris.
5DE UITSPRAAK
Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:
5.1
veroordeelt [gedaagde] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis het appartement aan de [adres], app. [x], te Aruba te ontruimen met alle personen en zaken die zich vanwege hem daarin bevinden en om het appartement ter beschikking te stellen van [eiser];
5.2
veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting ter zake van de huurachterstand aan [eiser] te betalen het bedrag van Afl. 6.925,-, vermeerderd met een bedrag van Afl. 450,- per maand vanaf 1 juni 2023 tot de dag dat [eiser] het appartement zal hebben ontruimd en verlaten;
5.3
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten aan de zijde van [eiser] gevallen en tot op heden begroot op Afl. 450,- aan griffierecht, Afl. 233,90 aan explootkosten en Afl. 1.500,- aan gemachtigdensalaris;
5.4
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.5
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.M. Tijhuis, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 28 juni 2023 in aanwezigheid van de griffier.