Rechtspraak
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
2021-10-20
ECLI:NL:OGEAA:2021:517
Civiel recht
Kort geding
994 tokens
Inleiding
Vonnis van 20 oktober 2021
Behorend bij K.G. nr. AUA202102578
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:
[EISER],
wonend in Aruba,
eiser,
hierna ook te noemen: [Eiser],
gemachtigde: mr. R. Marchena,
tegen
[GEDAAGDE],
wonend in Aruba,
gedaagde,
hierna ook te noemen: [Gedaagde],
gemachtigde: mr. C. Edwards.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift met producties, ingediend ter griffie op 7 september 2021;
de brief van [eiser], met producties ten behoeve van de mondelinge behandeling;
de mondelinge behandeling van 30 september 2021, waar [eiser] en zijn gemachtigde zijn verschenen;
de voortzetting van de mondelinge behandeling van 7 oktober 2021, waar de gemachtigde van [eiser], [gedaagde] en diens gemachtigde zijn verschenen.
1.2.
De uitspraak van dit vonnis is bepaald op heden.
Geschil
2.1.
Aanvankelijk heeft [eiser] gevorderd om [gedaagde] te bevelen om binnen 48 uur een rectificatie te plaatsen op de website 24ora.com, op straffe van een dwangsom, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. De rectificatie zag op uitlatingen die [gedaagde] eerder op die website zou hebben gedaan, kort gezegd inhoudend dat [eiser] een oplichter is, corrupt is en belasting ontduikt.
2.2.
Tijdens de mondelinge behandeling van 7 oktober 2021 hebben partijen te kennen gegeven dat zij voorafgaand aan de zitting zijn overeengekomen dat [gedaagde] de uitlatingen zal rectificeren. [Eiser] heeft verzocht om [gedaagde] alleen nog te veroordelen in de proceskosten. De rechter begrijpt daaruit dat [eiser] de overige vorderingen intrekt.
2.3. [
[Gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen de gevorderde kostenveroordeling. Wel heeft hij verzocht om hem gratis admissie te verlenen op basis van een bewijs van onvermogen.
Beoordeling
3.1.
Uit het door [gedaagde] overgelegde bewijs van onvermogen blijkt dat hij de kosten van deze procedure niet kan dragen. Aan [gedaagde] zal daarom verlof worden verleend tot kosteloos procederen.
3.2.
Op grond van artikel 60 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) kan de rechter kosten die nodeloos worden gemaakt voor rekening laten van de partij die ze veroorzaakte.
3.3. [
[Eiser] heeft onbetwist gesteld dat hij [gedaagde] voorafgaand aan deze procedure heeft aangemaand om de uitlatingen te rectificeren. [Gedaagde] heeft zich hier pas bereid toe getoond nadat [eiser] de onderhavige procedure is gestart. Als gevolg daarvan heeft [eiser] nodeloos kosten gemaakt voor deze procedure. Op grond van artikel 60 Rv oordeelt de rechter dat de proceskosten daarom voor rekening van [gedaagde] komen.
3.4.
De proceskosten worden tot aan deze uitspraak vastgesteld op Afl. 690,- aan verschotten (Afl. 450,- aan griffierecht en Afl. 240,- aan oproepingskosten) en Afl. 1.000,- aan salaris voor de gemachtigde.
4DE UITSPRAAK
Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:
verleent aan [gedaagde] toestemming om kosteloos te procederen;
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak vastgesteld op Afl. 690,- aan verschotten en Afl. 1.000,- aan salaris voor de gemachtigde;
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J. Keltjens, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 20 oktober 2021 in aanwezigheid van de griffier.