Rechtspraak
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
2021-08-25
ECLI:NL:OGEAA:2021:388
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,025 tokens
Inleiding
Uitspraak van 25 augustus 2021
AUA202101737 LAR
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het verzoek in de zin van artikel 54 van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
[Verzoekster],
van Venezolaanse nationaliteit,
VERZOEKSTER,
gemachtigde: de advocaat mr. M.B. Boyce,
gericht tegen:
DE MINISTER VAN JUSTITIE, VEILIGHEID EN INTEGRATIE,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigden: J.M. Harewood en S. Orman (DIMAS).
Procesverloop
Bij beschikking van 22 januari 2021 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft verzoekster bezwaar gemaakt.
Bij schrijven van 27 mei 2021 heeft verzoekster aan verweerder te kennen gegeven een herhaald asielverzoek te willen indienen.
Op 28 juni 2021 heeft verzoekster bij verweerder bezwaar gemaakt tegen, naar zij stelt, de weigering van verweerder om haar herhaald asielverzoek in behandeling te nemen c.q. de ongemotiveerde afwijzing daarvan.
Op 28 juni 2021 heeft verzoekster bij dit gerecht een verzoekschrift als bedoeld in artikel 54 van de Lar ingediend.
Het verzoek is behandeld ter zitting van 11 augustus 2021. Verzoekster is verschenen bij haar gemachtigde (via videoverbinding) voornoemd. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door voornoemde gemachtigden. De uitspraak is bepaald op heden.
Overwegingen
Het wettelijk kader
1. Ingevolge artikel 54, eerste lid, van de Lar, kan, indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de bestreden beschikking onderscheidenlijk beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang.
Ingevolge het tweede lid kan ter voorkoming van nadeel als bedoeld in het eerste lid, op het verzoek van de indiener ook een voorlopige voorziening worden getroffen.
Beoordeling
2. De voorzieningenrechter stelt allereerst vast dat een (uitdrukkelijke) afwijzende reactie van verweerder op verzoeksters wens om een herhaalde asielaanvraag te doen zich niet bij de gedingstukken bevindt. Uit de overgelegde correspondentie tussen verweerder en de gemachtigde van verzoekster blijkt veeleer dat verweerder de door verzoekster aan haar wens ten grondslag gelegde (nieuwe) gegevens zal betrekken bij zijn beslissing op het door verzoekster gemaakte bezwaar tegen de beschikking van 10 februari 2021. Dit is door verweerder ter zitting bevestigd. Deze handelwijze van verweerder komt het gerecht juist voor, zodat moet worden betwijfeld of het onderhavige verzoek samenhangt met een ontvankelijk bezwaar tegen een afwijzing van herhaalde (derde) asielaanvraag, zoals verzoeker stelt. Los daarvan overweegt de voorzieningenrechter dat bij uitspraak van 26 mei 2021 (AUA202100843) reeds een beslissing is genomen op het verzoek van verzoekster tot schorsing van de afwijzende beschikking met betrekking tot haar eerste asielaanvraag. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter bieden de door verzoekster aangeleverde nieuwe gegevens, bestaande uit afschriften van documenten waarvan de authenticiteit niet zonder meer kan worden vastgesteld, onvoldoende aanknopingspunten om thans anders te oordelen omtrent de geloofwaardigheid en de zwaarwegendheid van verzoeksters asielrelaas. Gelet op het voorgaande dient het verzoek te worden afgewezen.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 augustus 2021 in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.