Rechtspraak 2017-11-08
ECLI:NL:OGEAA:2017:894
Vonnis van 8 november 2017 Behorende bij EJ 2703 van 2015 /AUA2015201500366 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [Eiser in de hoofdzaak] wonende te Aruba, eiser in de hoofdzaak, hierna ook te noemen: [Eiser in de hoofdzaak], gemachtigde: de advocaat mr. P.M.E. Mohamed, tegen: de stichting DE STICHTING ALGEMEEN PENSIOENFONDS ARUBA , gevestigd te Aruba, gedaagde in de hoofdzaak hierna ook te noemen: Apfa, gemachtigde: de advocaten mrs. M.G.M. Schwengle en C.A.P. Schröder, en in de voorwaardelijke vrijwaring van de stichting DE STICHTING ALGEMEEN PENSIOENFONDS ARUBA , gevestigd te Aruba, eiseres in vrijwaring hierna ook te noemen: Apfa, gemachtigde: de advocaten mrs. M.G.M. Schwengle en C.A.P. Schröder, tegen: HET LAND ARUBA , gedaagde in vrijwaring hierna ook te noemen: Het Land, gemachtigde: de advocaat mr. V.M. Emerencia. 1 DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het vonnis in het vrijwaringsincident - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek; - de akte uitlating producties. en in de zaak in vrijwaring - het exploot van oproeping van het Land met daaraan gehecht het vonnis in het incident tot vrijwaring - de conclusie van antwoord in vrijwaring; - de conclusie van repliek in vrijwaring; - de conclusie van dupliek in vrijwaring. De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2 DE VASTSTAANDE FEITEN IN DE HOOFDZAAK EN DE VRIJWARING 2.1 [ Eiser in de hoofdzaak] is van 21 juli 1980 tot 10 mei 1992 werkzaam geweest bij de Directie Luchtvaart van de Nederlandse Antillen. 2.2 Op 10 mei 1992 is [Eiser in de hoofdzaak] in tijdelijke dienst benoemd als luchtverkeersleider 1e klasse bij de Directie Luchtvaart (Aruba). 2.3 Bij Landsbesluit van 15 maart 2005 is [Eiser in de hoofdzaak] per 20 maart 2005 eervol ontslagen. 2.4 Bij Landsbesluit van 28 mei 2010 nr. 13 is besloten om 11 jaren, 9 maanden en 19 dagen alsmede 4 jaren en 21 dagen als geldige diensttijd aan te merken voor de beoordeling op pensioenaanspraken. Voorts diende een bedrag ad AWG 204,00 per maand op de bezoldiging van [Eiser in de hoofdzaak] te worden ingehouden. 2.5 Tegen dit besluit heeft [Eiser in de hoofdzaak] op 9 augustus 2010 bezwaar aangetekend (GAZA nr. 2028 van 2010). 2.6 Tijdens de behandeling van deze zaak tussen [Eiser in de hoofdzaak] en De Gouverneur van Aruba is op 31 januari 2011 een regeling tot stand gekomen die werd vastgelegd in een proces-verbaal. Hierin is te lezen: ‘Ter zitting heeft verweerder verklaard dat op klager in principe de verplichting rust tot terugbetaling van het bij Landsbesluit d.d. 28 mei 2010 No. 13 No. APFA/466/10 bepaalde bedrag aan de Stichting Apfa in een periode van drie jaar. Nu is komen vast te staan dat klager geen vast inkomen meer heeft gehad, nadat hij in 2005 uit de overheidsdienst is ontslagen, bestaat aanleiding om af te wijken van die aflosperiode. Op klager rust pas de verplichting om het verschuldigde bedrag aan de Stichting Apfa te betalen, wanneer hij de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en een maandelijks inkomen bij wijze van pensioen van de Stichting Apfa ontvangt. De Stichting Apfa zal dan maandelijks een bedrag van Afl. 204,00 op het pensioen van klager inhouden, tot dat het verschuldigde bedrag aan de Stichting Apfa volledig zal zijn afgelost. 3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN IN DE HOOFDZAAK 3.1 [ Eiser in de hoofdzaak] verzoekt bij beschikking (GEA: bedoeld wordt vonnis) uitvoerbaar bij voorraad Apfa te veroordelen om met ingang van het bereiken van de 55-jarige leeftijd over te gaan tot het maandelijks uitkeren van het aan hem toekomend bedrag bij wijze van pensioen, althans elke andere in goede justitia te nemen beslissing, met veroordeling van Apfa in de kosten van de procedure. 3.2 Aan deze vordering legt [Eiser in de hoofdzaak] het volgende – samengevat - ten grondslag. Bij het aangaan van de schikking op 30 januari 2011 zijn alle partijen ervan uitgegaan dat [Eiser in de hoofdzaak] op 55-jarige leeftijd pensioen zou gaan ontvangen van Apfa