Rechtspraak
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
2025-01-20
ECLI:NL:OGAACMB:2025:9
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,428 tokens
Inleiding
Uitspraak van 20 januari 2025
Gaza nr. AUA2024002501
HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA
PROCES-VERBAAL VAN DE MONDELINGE UITSPRAAK
op het bezwaar in de zin van
de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:
[Klager],
wonend te Aruba,
KLAGER,
gemachtigde: mr. E. Duijneveld,
tegen:
DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,
zetelend te Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. C.L. Geerman (DWJZ).
Openbare zitting gehouden op 20 januari 2025 om 9.00 uur.
Tegenwoordig:
mr. B.J. van Ettekoven, rechter.
mr. drs. A.A. Wever, griffier.
Verschenen:
Klager in persoon, bijgestaan door zijn gemachtigde.
Verweerder, bij mr. M.P. Jansen occuperende voor mr. C.L. Geerman (DWJZ).
Dictum
De rechter in dit gerecht:
- verklaart het bezwaar gegrond;
- vernietigt het landsbesluit van 30 mei 2024, no. 11;
- draagt verweerder op om binnen een termijn van drie maanden een nieuwe beslissing te nemen op het overplaatsingsverzoek van klager van 4 december 2023;
- veroordeelt verweerder tot betaling van de door klager gemaakte proceskosten, die worden begroot op Afl. 1.400,- aan gemachtigdensalaris.
Overwegingen
1. Het bezwaar van klager is gericht tegen het landsbesluit van 30 mei 2024 , no. 11 (de bestreden beschikking), waarbij verweerder heeft besloten om aan klager met ingang van 3 januari 2024 - op eigen verzoek - eervol ontslag uit overheidsdienst te verlenen.
2.1
Klager kan zich niet verenigen met het hem bij de bestreden beschikking verleende eervol ontslag. In zijn brief van 4 december 2023 heeft hij verzocht om een overplaatsing van de Kustwacht naar het Korps Politie Aruba (KPA). Klager is daarom van mening dat het aan hem verleende ontslag – kort gezegd – niet op goede gronden is gebaseerd.
2.2
Verweerder stelt zich op het standpunt dat het aan klager verleende ontslag is gebaseerd op een verzoek van klager zelf, en verwijst daarbij naar diens brief van 4 december 2023. Daarnaast voert verweerder tijdens de zitting aan dat het bezwaar van klager niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, aangezien klager met ingang van 3 januari 2024 opnieuw in overheidsdienst is aangesteld. Hierdoor ontbreekt het procesbelang bij het onderhavige bezwaar.
3.1
Het gerecht overweegt allereerst dat verweerder niet kan worden gevolgd in zijn stelling dat klager geen procesbelang heeft bij zijn bezwaar. De rechtspositie van klager is, na het verleende eervol ontslag, tot op heden niet door het bevoegd gezag geformaliseerd. Gelet hierop is er reeds sprake van voldoende procesbelang voor klager. Het bezwaar is derhalve ontvankelijk.
3.2
Verweerder heeft in de bestreden beschikking, als reactie op de brief van klager van 4 december 2023, overwogen dat aan klager met ingang van 3 januari 2024 – op eigen verzoek – ontslag wordt verleend. Vast staat echter dat klager in zijn brief van 4 december 2023 heeft verzocht om een overplaatsing van de Kustwacht naar het KPA. De bestreden beschikking is derhalve gebaseerd op een onjuiste feitelijke grondslag. Het gerecht concludeert dan ook dat de bestreden beschikking onzorgvuldig tot stand is gekomen en mede daardoor niet is voorzien van een deugdelijke motivering.
4. Het bezwaar wordt gegrond verklaard. Het gerecht vernietigt de bestreden beschikking van 30 mei 2024 en draagt verweerder op om binnen een termijn van drie maanden een nieuwe beslissing te nemen op het overplaatsingsverzoek van klager van 4 december 2023. Daarbij dient de overplaatsing van klager van de Kustwacht naar het Korps Politie Aruba (KPA) geregeld te worden met terugwerkende kracht tot 3 januari 2024, omdat klager zijn werkzaamheden bij het KPA op die datum is gestart. Voorts wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de door klager in dit geding gemaakte kosten voor rechtskundige bijstand, begroot op Afl. 1.400,-.
Deze beslissing is gegeven door mr. B.J. van Ettekoven rechter in ambtenarenzaken, bijgestaan door mr. drs. A.A. Wever, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 20 januari 2025, in tegenwoordigheid van de griffier.
Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij de Raad van Beroep in ambtenarenzaken (RvBAz). Tegen de beslissing op het verzoek om een voorziening bij voorraad kan geen hoger beroep worden ingesteld.
Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen 30 dagen na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen 30 dagen:
als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: binnen 30 dagen na de dag van de uitspraak;
in de andere gevallen: binnen 30 dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.
Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment kunnen worden ingediend.
Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.