Rechtspraak 2025-06-16
ECLI:NL:OGAACMB:2025:113
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het bezwaar in de zin van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van: [klager], wonend in Aruba, KLAGER, gemachtigde: mr. E. Duijneveld, tegen: DE GOUVERNEUR VAN ARUBA, zetelende in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. C.L. Geerman. INLEIDING 1. In deze uitspraak beoordeelt het gerecht het bezwaar van klager tegen het opleggen van de disciplinaire straf van voorwaardelijk ontslag met een proeftijd van twee jaar. 1.1 Dit ontslag heeft verweerder bij Landsbesluit van 20 november 2023 (hierna de bestreden beschikking) opgelegd. 1.2 Verweerder heeft op het bezwaar gereageerd met een contramemorie, en heeft tevens de op de zaak betrekking hebbende stukken ingediend. 1.3 Het gerecht heeft het bezwaar op 20 mei en 30 september 2024 op zitting behandeld. Klager is ter zitting van 20 mei 2024 in persoon verschenen, bijgestaan door zijn voornoemde gemachtigde. Ter zitting van 30 september 2024 is klager noch zijn gemachtigde verschenen. Verweerder heeft zich op beide zittingen laten vertegenwoordigen door zijn voornoemde gemachtigde. 1.4 Hierna zijn partijen in de gelegenheid gesteld om vragen van het gerecht schriftelijk te beantwoorden, en over en weer op elkaar te reageren. Van deze gelegenheid hebben partijen gebruik gemaakt. OVERWEGINGEN Totstandkoming van de bestreden beschikking 2.1 Klager is vanaf 2 januari 1990 als immigratieambtenaar werkzaam bij het Land, en is met ingang van 1 mei 2021 ingepast in de functie van sectiechef bij Inmigracion Aruba (het IA) en laatstelijk bevorderd naar schaal 9. Verweerder heeft daarbij overwogen dat klager vanaf 1 januari 2009 werkzaam is als sectiechef in schaal 8, dat er aanleiding bestaat om klager met ingang van 1 mei 2021 in te passen in de nieuwe formatiestructuur van het IA in de functie van sectiechef, dat het functioneren van klager een bevordering naar schaal 9 rechtvaardigt, dat hij voldoende dienstanciënniteit heeft opgebouwd en verder voldoet aan de gestelde eisen om in de functie van sectiechef te worden bevorderd. 2.2 Op 15 juni 2022 heeft het hoofd van dienst van IA (het diensthoofd) een rapport opgemaakt naar aanleiding van een intern onderzoek tegen klager in verband met -kort gezegd- de verdenking van het op zondag 12 juni en maandag 13 juni 2022 schenden van de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu) bij het toelaten van verschillende personen van niet-Nederlandse nationaliteit. Op diezelfde dag is klager door het diensthoofd de toegang tot -kort gezegd- het werk ontzegd voor de duur van zes weken. De toegangsontzegging is twee keer verlengd, telkens voor de duur van zes weken. 2.3 Klager heeft op 27 juni 2022 schriftelijk verklaard over hetgeen op zondag 12 juni en maandag 13 juni 2022 is voorgevallen. Klager is op 27 juni 2022 tevens door het diensthoofd daarover gehoord. Hierna is klager in aanwezigheid van zijn voornoemde gemachtigde op 14 juli 2022 en 28 juli 2022 verhoord door het diensthoofd en medewerkers van het DRH. 2.4 Bij Landsbesluit van 27 oktober 2022 heeft verweerder klager met toepassing van artikel 87 aanhef en onder c, van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma) in zijn ambt geschorst met ingang van de dag na dagtekening van het Landsbesluit tot op de dag waarop het bevoegd gezag een besluit heeft genomen omtrent de disciplinaire strafoplegging. Het tegen dit schorsingsbesluit gerichte bezwaar is door dit gerecht bij uitspraak van 21 augustus 2023 (AUA202204208) gegrond verklaard, waarbij is bepaald dat de schorsing zal duren tot uiterlijk 18 september 2023. 2.5 Bij brief van 7 juli 2023 heeft verweerder klager ter verantwoording geroepen. Klager heeft bij brief van 18 juli 2023 hierop gereageerd en verwezen naar zijn afgelegde verklaringen tijdens de interne verhoren. 2.6 Het diensthoofd heeft bij brief van 21 augustus 2023 gereageerd op de door klager afgelegde verantwoording, en geadviseerd om klager de disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag op te leggen. 2.7 Bij de bes Ingevolge het tweede lid wordt niet tot Aruba toegelaten, de toelatingsplichtige: a. die niet voldoet aan de in het eerste lid vermelde rechtsplicht; b. wiens identiteit naar het oordeel van de migratieambtenaar niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld; c. ten aanzien van wie een voor hem vastgestelde periode van niet-toelating nog niet verstreken is. De weigering tot toelating geschiedt schriftelijk namens de Minister door de betrokken migratieambtenaar. 6.3.2 Ingevolge artikel 6, eerste lid van het Toelatingsbesluit 2009 wordt onverminderd artikel 4, tweede lid, niet als toerist tot Aruba toegelaten degene die niet voldoet aan de voorschriften, opgenomen in de artikelen 7, eerste lid, of 8, eerste lid. Het tweede lid bepaalt dat de migratieambtenaar, handelende namens de Minister, niemand als toerist tot Aruba toelaat, die in het desbetreffende kalenderjaar reeds honderd en tachtig dagen als toerist in Aruba verbleven heeft. 6.3.3 Ingevolge artikel 7, eerste lid van het Toelatingsbesluit wordt een toelatingsplichtige met een niet-visumplichtige nationaliteit als toerist tot Aruba toegelaten, indien hij: a. de op hem betrekking hebbende ingevulde ED-kaart afgeeft aan de migratieambtenaar; b. ten genoegen van de migratieambtenaar aantoont te beschikken over een retour- of doorreispassagebiljet; c. ten genoegen van de migratieambtenaar aannemelijk maakt dat hij beschikt over hotelaccommodatie in Aruba of over voldoende geldelijke middelen om gedurende de periode van zijn verblijf in de kosten van onderdak en levensonderhoud te kunnen voorzien. Het vijfde lid bepaalt dat in afwijking van het eerste lid tot Aruba wordt toegelaten de toelatingsplichtige die weliswaar niet voldoet aan het eerste lid, onderdeel c, maar die aan de migratieambtenaar kan afgeven een verklaring dat een in Aruba woonachtige persoon zich te zijnen behoeve garant heeft gesteld voor alle kosten, door het Land ten behoeve van de toelatingsplichtige te maken, indien deze die kosten niet wil of kan dragen. 6.3.4 Ingevolge artikel 8, eerste lid van het Toelatingsbesluit 2009 wordt een toelatingsplichtige met een visumplichtige nationaliteit als toerist tot Aruba toegelaten, indien hij, voldoet aan de voorwaarden, genoemd in artikel 7, eerste lid, onderdelen a en b, en hij in het bezit is van een geldig visum voor Aruba. 6.4.1 Ingevolge artikel 82, eerste lid van de Lma, kan de ambtenaar, die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt, hierdoor door het bevoegde gezag disciplinair worden gestraft. Het tweede lid bepaalt, dat plichtsverzuim zowel het overtreden van enig voorschrift als het doen of nalaten van iets, hetwelk een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen, omvat. 6.4.2 Ingevolge artikel 83, eerste lid en onder sub i van de Lma is ontslag de zwaarste disciplinaire straf die kan worden toegepast. Het vierde lid bepaalt dat bij het opleggen van een straf kan worden bepaald, dat zij niet ten uitvoer zal worden gelegd, indien betrokkene zich gedurende de bij het opleggen van de straf te bepalen termijn, welke die van twee jaren niet te boven mag gaan, niet schuldig maakt aan soortgelijk plichtsverzuim als waarvoor de bestraffing plaats vindt, noch aan enig ander ernstig plichtsverzuim en zich houdt aan bij het opleggen van de straf eventueel te stellen bijzondere voorwaarden. Is er sprake van plichtsverzuim? 7. Voor de constatering van plichtsverzuim dat tot het opleggen van een disciplinaire maatregel aanleiding kan geven, is volgens vaste rechtspraak noodzakelijk dat op basis van de beschikbare, deugdelijk vastgestelde gegevens de overtuiging is verkregen dat de betrokken ambtenaar de hem verweten gedragingen heeft begaan. 8. Klager wordt in de kern ervan verweten te hebben gehandeld in strijd met zijn verplichtingen voortvloeiende uit het Ltu en het Toelatingsbesluit 2009, omdat hij op 12 juni 2022 (zeven) toelatingsplichtige personen als toerist heeft toegela