Rechtspraak
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
2024-01-24
ECLI:NL:OGAACMB:2024:1
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Hoger beroep
597 tokens
Inleiding
Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES (War 1951 BES)
Uitspraakdatum: 24 januari 2024
Zaaknummer: BON2021H00026R
RAAD VAN BEROEP
IN AMBTENARENZAKEN
VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak
Ter rectificatie van de uitspraak van 17 januari 2024, BON2021H00026, ECLI:NL:ORBAACM:2024:1.
Partijen:
[appellante],
wonend in Bonaire (hierna: [appellante]),
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas, advocaat,
en
de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: minister),
gemachtigde: mr. T. Breugom, advocaat.
Procesverloop
De gemachtigde van [appellante] heeft de Raad verzocht de uitspraak van 17 januari 2024 tussen partijen te rectificeren. Volgens de gemachtigde heeft de Raad bij de berekening van de proceskosten een kennelijke fout gemaakt. Naar aanleiding van dit verzoek heeft de Raad vastgesteld dat het in overweging 7.2 en de beslissing van deze uitspraak genoemde bedrag aan door de minister te vergoeden proceskosten niet overeenkomt met in de overweging 7.2 genoemde berekeningswijze van de proceskosten.
Overwegingen
1. De Raad wijzigt de uitspraak van 17 januari 2024, BON2021H00026, als volgt:
1.1.
Overweging 7.2 wordt:
7.2.
Gelet op 7.1 bestaat aanleiding de minister te veroordelen in de proceskosten van Croeze in bezwaar en hoger beroep. Deze kosten worden begroot op USD 1.955,- (1 punt voor het bezwaarschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting bij het Gerecht, 1 punt voor hoger beroepschrift en 2 punten voor het verschijnen ter zittingen bij de Raad, met een waarde per punt van USD 391,-).
1.2
Het vijfde gedachtestreepje onder “Beslissing”wordt:
- veroordeelt de minister in de vergoeding van de kosten van [appellante] tot een bedrag van USD 1.955,-, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende bijstand.
Dictum
De Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 17 januari 2024, BON2021H00026, als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gewezen door mr. W.H. Bel, voorzitter, en mr. P. Klik en mr. B. Nijland, leden, en uitgesproken in het openbaar op 24 januari 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.