Rechtspraak
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
2023-05-29
ECLI:NL:OGAACMB:2023:45
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,109 tokens
Inleiding
Uitspraak van 29 mei 2023
Gaza nr. AUA202301329
GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het verzoek tot het treffen van een beslissing bij voorraad als bedoeld in
artikel 94 van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:
[Verzoeker],
wonend in Aruba,
VERZOEKER,
gemachtigde: mr. R.P. Lee,
gericht tegen:
1.
HET DEPARTAMENTO RECURSO HUMANO,
2.
DE MINISTER VAN ALGEMENE ZAKEN,
zetelend in Aruba,
VERWEERDERS,
gemachtigde: mr. C.L. Geerman (DWJZ).
Procesverloop
Bij brief van 10 februari 2023 is verzoeker opgeroepen voor een begeleidings- en re-integratiegesprek met het Departamento Recurso Humano (DRH) op 17 februari 2023. Tijdens dit gesprek heeft verzoeker het formulier “reactivering non-actieven” (het bestreden formulier) ondertekend.
Op 20 maart 2023 heeft verzoeker bezwaar tegen voornoemd formulier bij het gerecht ingediend.
Op 12 april 2023 heeft verzoeker een verzoek ex artikel 94 van de La bij het gerecht ingediend.
Op 5 mei 2023 heeft verweerder stukken ingediend.
Verzoeker heeft nadere stukken ingediend.
Het verzoek is behandeld in raadkamer van 8 mei 2023. Verzoeker is bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd verschenen, en verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde voornoemd.
De uitspraak is bepaald op heden.
Overwegingen
Het wettelijk kader
1. Op grond van artikel 94, eerste lid, van de La kan de ambtenaar, in alle gevallen waarin een bezwaarschrift op grond van de La kan worden ingediend, doch waarin, ter voorkoming van nadeel voor de ambtenaar, een onverwijlde voorziening wenselijk is, bij een met redenen omkleed verzoekschrift aan het gerecht in ambtenarenaken een beslissing bij voorraad vragen.
Het verzoek
2. Het verzoek strekt tot schorsing van het bestreden formulier, en om bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat het bestreden formulier hangende de bodemprocedure niet op verzoeker van toepassing is. Hieraan heeft verzoeker – kort samengevat – ten grondslag gelegd dat het formulier in strijd is met het protocol “Sociaal Statuut Verzelfstandiging Setar” van 2003 dat nog steeds op hem als non-actieve van toepassing is, en dat bepaalt dat verzoeker gere-integreerd moet worden in een passende en gelijkwaardige functie. Verzoeker heeft ter zitting voorts aangevoerd dat hij in een passende functie wenst te worden geplaatst, en dat hij heeft gekozen voor en gesolliciteerd op een functie bij de Dienst Technische Inspecties (DTI), maar dat hij nimmer een reactie hierop heeft ontvangen. Verzoeker stelt zich voorts op het standpunt dat hij een spoedeisend belang heeft bij het onderhavige verzoek, daar hij reeds 20 jaar non-actief is en nu het bestreden formulier in strijd is met zijn fundamentele rechten.
Beoordeling
3. Verzoeker, ambtenaar in vaste pensioengerechtigde dienst, was tot de verzelfstandiging van het telecommunicatiebedrijf Setar, aldaar tewerkgesteld. Vanaf 2003 is verzoeker non-actief. Verzoeker is bij brief van 10 februari 2023 opgeroepen voor een begeleidings- en re-integratietraject, opdat verzoeker bij een overheidsdienst geplaatst kan worden.
Ter zitting heeft verzoeker het verzoek aldus gewijzigd en toegelicht dat hij, conform het protocol, in een passende functie wenst te worden geplaatst, en dat zijn voorkeur uitgaat naar de functie bij de DTI waarnaar hij reeds in het verleden heeft gesolliciteerd.
Hetgeen verzoeker aldus verzoekt is evenwel zodanig verstrekkend dat het de kaders van deze voorziening bij voorraadprocedure te buiten gaat. Reeds om deze reden zal het verzoek worden afgewezen.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechter in dit gerecht:
- wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en uitgesproken in raadkamer op maandag 29 mei 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.
Ingevolge het bepaalde in artikel 94, lid 4, Landsverordening ambtenarenrechtspraak staat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel open.