Rechtspraak 2017-10-23
ECLI:NL:OGAACMB:2017:105
Uitspraak d.d. 23 oktober 2017 Gaza nr. AUA201600534 HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA UITSPRAAK op het bezwaar van: [klager] , wonende in Aruba, KLAGER, gemachtigde: de advocaat mr. C.B.A. Coffie, gericht tegen: 1 DE MINISTER VAN ALGEMENE ZAKEN, WETENSCHAP, INNOVATIE EN DUURZAME ONTWIKKELING, 2. DE GOUVERNEUR VAN ARUBA , beiden zetelende in Aruba, VERWEERDERS, gemachtigde: mr. I.L. Ras-Orman (DWJZ). 1 PROCESVERLOOP 1.1 Bij beslissing van 7 november 2016 (hierna: de bestreden beslissing) is de terbeschikkingstelling van klager met ingang van 25 augustus 2015 beëindigd. 1.2 Op 5 december 2016 heeft klager hiertegen bezwaar gemaakt, door indiening van een pro-forma bezwaarschrift. Op 22 december 2016 heeft klager de gronden van het bezwaarschrift ingediend. 1.3 Verweerder heeft op 3 maart 2017 een contramemorie ingediend. 1.4 Het bezwaar is behandeld ter zitting van 28 augustus 2017, alwaar zijn verschenen klager bijgestaan door zijn gemachtigde en verweerder bij zijn gemachtigde voornoemd. 1.5 Hierna is uitspraak bepaald op heden. 2 DE FEITEN 2.1 Klager is in dienst van de Dienst Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister en ter beschikking gesteld bij de Kustwacht van het Koninkrijk der Nederlanden in het Caribisch gebied in de rang van matroos. 2.2 Bij brief van 22 oktober 2014 is klager uitgekozen om deel te nemen aan de Kustwachtopleiding 2014-2016 waarin klager wordt bericht dat hij een tijdelijke aanstelling krijgt van vijf jaar. In de brief wordt aan klager het volgende meegedeeld: (…) “U komt in dienst van de overheid van uw land en u wordt ambtenaar van dit betreffende land. Vanuit de overheid wordt u vervolgens ter beschikking gesteld aan de Kustwacht. (…)”. 2.3 Bij brief d.d. 25 augustus 2015 is klager met onmiddellijke ingang geschorst ten aanzien van de opleiding en is aan hem de toegang tot de werkplek ontzegd, omdat klager als verdachte ter zake openbare dronkenschap (haveloos aangetroffen in surveillance district 2 (Noord) voor artikel 3.52 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba) is opgesloten en dat klager bij zijn aanhouding dreigementen in de richting van de politiepatrouille heeft geuit. Tevens heeft klager bij terugkeer van zijn verlof geen melding heeft gedaan van het voorval. 2.4 Bij brief van 4 september 2015 heeft de directeur van de Kustwacht aan de minister van Algemene Zaken verzocht om de terbeschikkingstelling met klager te beëindigen en hem geadviseerd om de overeenkomst met klager te beëindigen. 2.5 Bij brief van 30 maart 2016, gericht aan de beleidsmedewerker van de minister van Algemene Zaken heeft klager uitleg gegeven over wat er die dag is gebeurd. 2.6 Bij bestreden beslissing van 7 november 2016 is de terbeschikkingstelling van klager met ingang van 25 augustus 2015 beëindigd. 2.7 Bij brief van 8 november 2016 heeft de gemachtigde van klager aan de minister van Algemene Zaken verzocht om het salaris van klager op de gebruikelijke wijze te blijven voldoen en heeft hij zich bereid verklaard om zijn werkzaamheden te blijven verrichten. 3 HET VERZOEK EN DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 Klager verzoekt om het bezwaar gegrond te verklaren en de bestreden beschikking te vernietigen. Tevens verzoekt klager om in de uitspraak vast te stellen de betaling van Afl. 2.285,- per maand vanaf 24 oktober 2014, al dan niet met aftrek van hetgeen klager reeds heeft mogen ontvangen, kosten rechtens. 3.2 Klager voert daartoe - kort samengevat - aan dat de bestreden beschikking op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen aangezien klager niet de mogelijkheid is geboden om zich mondeling of schriftelijk te verantwoorden. Voorts meent klager dat de bestreden beschikking in strijd is met de onschuldpresumptie en in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel aangezien klager sinds 25 augustus 2015 geschorst is. Ook is de beschikking in strijd met artikel 85 en/of 98 Lma omdat het ontslag met terugwerkende kracht is verleend. Er was volgens klager geen sprake van bedreiging richting politieagenten. Klager on