Rechtspraak
Hoge Raad
2026-05-22
ECLI:NL:HR:2026:789
Civiel recht; Personen- en familierecht
Cassatie
4,014 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:789 text/xml public 2026-05-23T00:01:15 2026-05-21 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-05-22 25/04134 Uitspraak Cassatie Beschikking NL Civiel recht; Personen- en familierecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:234 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:789 text/html public 2026-05-22T08:25:40 2026-05-22 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:789 Hoge Raad , 22-05-2026 / 25/04134 Wvggz. Medische verklaring (art. 5:8 Wvggz). Rechtbank verleent zorgmachtiging, bij deelbeschikking voor één maand en vervolgens bij eindbeschikking voor nog vijf maanden. Onafhankelijke psychiater heeft betrokkene niet in direct contact onderzocht. Mocht rechtbank in eindbeschikking uitgaan van medische verklaring, hoewel niet bleek dat onafhankelijk psychiater tussen mondelinge behandeling en voortzetting hiervan opnieuw heeft getracht betrokkene in persoon te onderzoeken? Samenhang met zaak 25/03779 (beroep tegen deelbeschikking). HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/04134 Datum 22 mei 2026 BESCHIKKING In de zaak van [betrokkene], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, hierna: betrokkene, advocaat: D. Rijpma, tegen DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT DEN HAAG, VERWEERDER in cassatie, hierna: de officier van justitie, niet verschenen. 1 Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikkingen in de zaak C/09/687794 / FA RK 25-4957 van de rechtbank Den Haag van 23 juli 2025 en 20 augustus 2025. Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank van 20 augustus 2025 beroep in cassatie ingesteld. De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking van de rechtbank Den Haag en tot terugwijzing naar die rechtbank. 2 Uitgangspunten en feiten 2.1 De officier van justitie heeft ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verzocht voor de duur van zes maanden. 2.2 Betrokkene was niet bij de mondelinge behandeling aanwezig. 2.3 De rechtbank heeft bij tussenbeschikking een zorgmachtiging verleend voor de duur van één maand, van 23 juli 2025 tot en met 23 augustus 2025, en het verzoek voor het overige aangehouden. De rechtbank heeft onder meer overwogen: “De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene niet in staat was en/of bereid was zich te doen horen. (…) Ten aanzien van hetgeen de advocaat over de inhoud van de medische verklaring naar voren heeft gebracht overweegt de rechtbank als volgt. Gezien het afwerende gedrag van betrokkene is het voor de onafhankelijk psychiater na meerdere pogingen niet mogelijk geweest om betrokkene te onderzoeken, waardoor hij zijn oordeel heeft moeten baseren op dossieronderzoek. De politie heeft ter zitting aangegeven dat betrokkene in zes jaar slechts één keer op eigen afspraak naar een gesprek is gekomen. Het is dus niet te verwachten dat betrokkene op vrijwillige basis zal meewerken aan een onderzoek door de onafhankelijk psychiater, waardoor betrokkene binnen een vrijwillig kader hoogstwaarschijnlijk buiten beeld van de instanties zal blijven. Gezien deze omstandigheden zal de rechtbank bij haar beoordeling wel uitgaan van de medische verklaring, ondanks het feit dat betrokkene niet in persoon door de psychiater is onderzocht. De rechtbank voegt hier nog het volgende aan toe. Gezien de verharding in de toon en het feit dat zowel de zorg als de politie geen inschatting kan maken wat betreft de veiligheidsrisico’s voor de personen die correspondentie van betrokkene ontvangen, en voor de personen die worden genoemd in de correspondentie van betrokkene, acht de rechtbank het risico te groot om langer af te wachten op bijvoorbeeld een nadere poging tot onderzoek door een onafhankelijk psychiater of een nadere poging betrokkene te horen.” 2.4 De mondelinge behandeling is voortgezet op 20 augustus 2025. Betrokkene was hierbij aanwezig. 2.5 De rechtbank heeft bij eindbeschikking een zorgmachtiging verleend tot en met 23 januari 2026, en heeft daartoe, voor zover in cassatie van belang, het volgende overwogen: “De rechtbank stelt vast dat de onafhankelijke psychiater geen onderzoek in persoon heeft kunnen uitvoeren. Uit de medische verklaring blijkt voldoende waarom betrokkene niet in persoon is onderzocht en op welke gronden de psychiater toch tot de conclusie is gekomen dat is voldaan aan de vereisten voor een zorgmachtiging. De onafhankelijk psychiater heeft betrokkene uitgenodigd voor een gesprek en een huisbezoek aangekondigd. Betrokkene heeft enkel per mail gereageerd dat hij de afspraken wil annuleren en heeft bij het aangekondigde huisbezoek niet open gedaan. Uit de medische verklaring leidt de rechtbank af dat deze is opgesteld op basis van de dossierstukken, informatie vanuit het Openbaar Ministerie, de Gemeente en een buurman. Ook de psychiater die in het ambulante kader is betrokken, krijgt geen (telefonisch) contact met betrokkene en wordt niet binnengelaten. De rechtbank stelt vast dat door zowel de onafhankelijke psychiater als de psychiater in het ambulante kader meerdere pogingen zijn gedaan om met betrokkene in contact te komen. Dit is echter niet gelukt omdat betrokkene hier niet aan meewerkt en al het contact afhoudt. Ook nadat de zorgmachtiging voor één maand is afgegeven, is dit contact met betrokkene niet tot stand gekomen. Betrokkene is inmiddels opgenomen in een kliniek, maar deze opname heeft een dag voor de zitting pas plaatsgevonden. Bij het gesprek dat betrokkene heeft gehad met zijn behandelend psychiater binnen de kliniek, heeft betrokkene aangegeven geen vragen te zullen beantwoorden.” 3 Beoordeling van het middel 3.1 Onderdeel 1 van het middel klaagt dat de rechtbank in haar eindbeschikking ten onrechte dan wel onvoldoende gemotiveerd is uitgegaan van de medische verklaring van 16 juni 2025, omdat de onafhankelijke psychiater betrokkene niet persoonlijk heeft onderzocht en uit de medische verklaring niet kan worden afgeleid dat betrokkene weigerde om aan een onderzoek mee te werken. Ook in de periode gelegen tussen de mondelinge behandeling en de voortzetting daarvan heeft de onafhankelijke psychiater geen contact gezocht met betrokkene om een nieuwe medische verklaring op te stellen of de medische verklaring aan te vullen, aldus het onderdeel. Onderdeel 4 klaagt dat de verlening van de zorgmachtiging tot en met 23 januari 2026 onjuist dan wel onbegrijpelijk is, omdat na 23 juli 2025 geen nieuwe of aanvullende medische verklaring is opgesteld of overgelegd die voldoet aan de uit de wet voortvloeiende eisen. De klachten lenen zich voor gezamenlijke behandeling. 3.2.1 Uit het systeem van de Wvggz, in het bijzonder uit art. 5:8 lid 1 Wvggz in verbinding met art. 5:17 lid 3 Wvggz en art. 6:4 Wvggz, volgt, mede gelet op art. 5 lid 1, aanhef en onder e, EVRM, dat geen zorgmachtiging mag worden verleend, indien de medische verklaring die ten grondslag ligt aan het daartoe strekkende verzoek niet voldoet aan de uit de wet voortvloeiende eisen. 3.2.2 Volgens vaste rechtspraak dient de onafhankelijke psychiater het in de Wvggz voor de diverse vormen van verplichte zorg voorgeschreven medische onderzoek in beginsel aldus te verrichten dat hij de betrokkene in een direct contact, dat wil zeggen: in diens fysieke aanwezigheid, spreekt en observeert. Dit is slechts anders indien dat redelijkerwijs niet mogelijk is. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om een weigering van de betrokkene om aan een onderzoek mee te werken, maar ook andere omstandigheden kunnen meebrengen dat onderzoek in fysieke aanwezigheid van de betrokkene niet of slechts beperkt mogelijk is. In die gevallen zal, met het oog op de beoogde maatregel, steeds op de best mogelijke manier moeten worden getracht inzicht te verkrijgen in de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene en de noodzaak tot het treffen van de beoogde maatregel. 3.3 In dit geval heeft de onafhankelijke psychiater betrokkene niet in een direct contact onderzocht.
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:789 text/xml public 2026-05-23T00:01:15 2026-05-21 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-05-22 25/04134 Uitspraak Cassatie Beschikking NL Civiel recht; Personen- en familierecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:234 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:789 text/html public 2026-05-22T08:25:40 2026-05-22 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:789 Hoge Raad , 22-05-2026 / 25/04134 Wvggz. Medische verklaring (art. 5:8 Wvggz). Rechtbank verleent zorgmachtiging, bij deelbeschikking voor één maand en vervolgens bij eindbeschikking voor nog vijf maanden. Onafhankelijke psychiater heeft betrokkene niet in direct contact onderzocht. Mocht rechtbank in eindbeschikking uitgaan van medische verklaring, hoewel niet bleek dat onafhankelijk psychiater tussen mondelinge behandeling en voortzetting hiervan opnieuw heeft getracht betrokkene in persoon te onderzoeken? Samenhang met zaak 25/03779 (beroep tegen deelbeschikking). HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/04134 Datum 22 mei 2026 BESCHIKKING In de zaak van [betrokkene], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, hierna: betrokkene, advocaat: D. Rijpma, tegen DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT DEN HAAG, VERWEERDER in cassatie, hierna: de officier van justitie, niet verschenen. 1 Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikkingen in de zaak C/09/687794 / FA RK 25-4957 van de rechtbank Den Haag van 23 juli 2025 en 20 augustus 2025. Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank van 20 augustus 2025 beroep in cassatie ingesteld. De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking van de rechtbank Den Haag en tot terugwijzing naar die rechtbank. 2 Uitgangspunten en feiten 2.1 De officier van justitie heeft ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verzocht voor de duur van zes maanden. 2.2 Betrokkene was niet bij de mondelinge behandeling aanwezig. 2.3 De rechtbank heeft bij tussenbeschikking een zorgmachtiging verleend voor de duur van één maand, van 23 juli 2025 tot en met 23 augustus 2025, en het verzoek voor het overige aangehouden. De rechtbank heeft onder meer overwogen: “De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene niet in staat was en/of bereid was zich te doen horen. (…) Ten aanzien van hetgeen de advocaat over de inhoud van de medische verklaring naar voren heeft gebracht overweegt de rechtbank als volgt. Gezien het afwerende gedrag van betrokkene is het voor de onafhankelijk psychiater na meerdere pogingen niet mogelijk geweest om betrokkene te onderzoeken, waardoor hij zijn oordeel heeft moeten baseren op dossieronderzoek. De politie heeft ter zitting aangegeven dat betrokkene in zes jaar slechts één keer op eigen afspraak naar een gesprek is gekomen. Het is dus niet te verwachten dat betrokkene op vrijwillige basis zal meewerken aan een onderzoek door de onafhankelijk psychiater, waardoor betrokkene binnen een vrijwillig kader hoogstwaarschijnlijk buiten beeld van de instanties zal blijven. Gezien deze omstandigheden zal de rechtbank bij haar beoordeling wel uitgaan van de medische verklaring, ondanks het feit dat betrokkene niet in persoon door de psychiater is onderzocht. De rechtbank voegt hier nog het volgende aan toe. Gezien de verharding in de toon en het feit dat zowel de zorg als de politie geen inschatting kan maken wat betreft de veiligheidsrisico’s voor de personen die correspondentie van betrokkene ontvangen, en voor de personen die worden genoemd in de correspondentie van betrokkene, acht de rechtbank het risico te groot om langer af te wachten op bijvoorbeeld een nadere poging tot onderzoek door een onafhankelijk psychiater of een nadere poging betrokkene te horen.” 2.4 De mondelinge behandeling is voortgezet op 20 augustus 2025. Betrokkene was hierbij aanwezig. 2.5 De rechtbank heeft bij eindbeschikking een zorgmachtiging verleend tot en met 23 januari 2026, en heeft daartoe, voor zover in cassatie van belang, het volgende overwogen: “De rechtbank stelt vast dat de onafhankelijke psychiater geen onderzoek in persoon heeft kunnen uitvoeren. Uit de medische verklaring blijkt voldoende waarom betrokkene niet in persoon is onderzocht en op welke gronden de psychiater toch tot de conclusie is gekomen dat is voldaan aan de vereisten voor een zorgmachtiging. De onafhankelijk psychiater heeft betrokkene uitgenodigd voor een gesprek en een huisbezoek aangekondigd. Betrokkene heeft enkel per mail gereageerd dat hij de afspraken wil annuleren en heeft bij het aangekondigde huisbezoek niet open gedaan. Uit de medische verklaring leidt de rechtbank af dat deze is opgesteld op basis van de dossierstukken, informatie vanuit het Openbaar Ministerie, de Gemeente en een buurman. Ook de psychiater die in het ambulante kader is betrokken, krijgt geen (telefonisch) contact met betrokkene en wordt niet binnengelaten. De rechtbank stelt vast dat door zowel de onafhankelijke psychiater als de psychiater in het ambulante kader meerdere pogingen zijn gedaan om met betrokkene in contact te komen. Dit is echter niet gelukt omdat betrokkene hier niet aan meewerkt en al het contact afhoudt. Ook nadat de zorgmachtiging voor één maand is afgegeven, is dit contact met betrokkene niet tot stand gekomen. Betrokkene is inmiddels opgenomen in een kliniek, maar deze opname heeft een dag voor de zitting pas plaatsgevonden. Bij het gesprek dat betrokkene heeft gehad met zijn behandelend psychiater binnen de kliniek, heeft betrokkene aangegeven geen vragen te zullen beantwoorden.” 3 Beoordeling van het middel 3.1 Onderdeel 1 van het middel klaagt dat de rechtbank in haar eindbeschikking ten onrechte dan wel onvoldoende gemotiveerd is uitgegaan van de medische verklaring van 16 juni 2025, omdat de onafhankelijke psychiater betrokkene niet persoonlijk heeft onderzocht en uit de medische verklaring niet kan worden afgeleid dat betrokkene weigerde om aan een onderzoek mee te werken. Ook in de periode gelegen tussen de mondelinge behandeling en de voortzetting daarvan heeft de onafhankelijke psychiater geen contact gezocht met betrokkene om een nieuwe medische verklaring op te stellen of de medische verklaring aan te vullen, aldus het onderdeel. Onderdeel 4 klaagt dat de verlening van de zorgmachtiging tot en met 23 januari 2026 onjuist dan wel onbegrijpelijk is, omdat na 23 juli 2025 geen nieuwe of aanvullende medische verklaring is opgesteld of overgelegd die voldoet aan de uit de wet voortvloeiende eisen. De klachten lenen zich voor gezamenlijke behandeling. 3.2.1 Uit het systeem van de Wvggz, in het bijzonder uit art. 5:8 lid 1 Wvggz in verbinding met art. 5:17 lid 3 Wvggz en art. 6:4 Wvggz, volgt, mede gelet op art. 5 lid 1, aanhef en onder e, EVRM, dat geen zorgmachtiging mag worden verleend, indien de medische verklaring die ten grondslag ligt aan het daartoe strekkende verzoek niet voldoet aan de uit de wet voortvloeiende eisen. 3.2.2 Volgens vaste rechtspraak dient de onafhankelijke psychiater het in de Wvggz voor de diverse vormen van verplichte zorg voorgeschreven medische onderzoek in beginsel aldus te verrichten dat hij de betrokkene in een direct contact, dat wil zeggen: in diens fysieke aanwezigheid, spreekt en observeert. Dit is slechts anders indien dat redelijkerwijs niet mogelijk is. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om een weigering van de betrokkene om aan een onderzoek mee te werken, maar ook andere omstandigheden kunnen meebrengen dat onderzoek in fysieke aanwezigheid van de betrokkene niet of slechts beperkt mogelijk is. In die gevallen zal, met het oog op de beoogde maatregel, steeds op de best mogelijke manier moeten worden getracht inzicht te verkrijgen in de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene en de noodzaak tot het treffen van de beoogde maatregel. 3.3 In dit geval heeft de onafhankelijke psychiater betrokkene niet in een direct contact onderzocht.