Rechtspraak
Hoge Raad
2026-01-20
ECLI:NL:HR:2026:77
Strafrecht
Cassatie
4,084 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:77 text/xml public 2026-02-27T10:04:22 2026-01-20 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-01-20 23/04870 Uitspraak Cassatie NL Strafrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2023:3641 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1227 Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2026-0021 NJB 2026/251 RvdW 2026/256 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:77 text/html public 2026-01-20T13:09:07 2026-01-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:77 Hoge Raad , 20-01-2026 / 23/04870 Grootschalige beleggingsfraude. Medeplegen oplichting van investeerders, meermalen gepleegd (art. 326.1 Sr) en (medeplegen) witwassen van opbrengsten hiervan (art. 420bis.1.b Sr). Vorderingen benadeelde partijen en oplegging schadevergoedingsmaatregel. 1. Alternatieve vergoedingsplicht. Heeft hof verzuimd in uitspraak op te nemen dat sprake is van alternatieve betalingsverplichting m.b.t. vorderingen b.p. ‘s en schadevergoedingsmaatregel? 2. Hoofdelijkheid bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. Heeft hof bij oplegging van schadevergoedingsmaatregel verzuimd in dictum te vermelden dat sprake is van hoofdelijkheid? Ad 1. Hof heeft verdachte o.m. veroordeeld tot betaling van in totaal € 3.148.734,60 aan b.p. ‘s en schadevergoedingsmaatregel opgelegd van in totaal € 3.148.734,60 ten behoeve van deze b.p. ‘s. Hof heeft in zijn uitspraak ten onrechte niet vermeld dat toewijzing van vorderingen b.p. ‘s en oplegging van schadevergoedingsmaatregel steeds een alternatieve vergoedingsplicht meebrengt, in die zin dat verdachte is gekweten van zijn plicht tot schadeloosstelling van b.p. als en v.zv. hij heeft voldaan aan zijn verplichting tot vergoeding van schade die door die b.p. is geleden. Op die manier wordt voorkomen dat veroordeelde o.g.v. 1 rechterlijke uitspraak gedwongen wordt om dezelfde schade tweemaal te vergoeden. HR zal doen wat hof had moeten doen. Ad 2. Gelet op ’s hofs overwegingen en beslissing over vorderingen b.p.’s heeft hof onmiskenbaar bedoeld ook schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk op te leggen. Verzuim om dit in dictum tot uitdrukking te brengen berust daarom op kennelijke misslag. Tot cassatie hoeft deze misslag echter niet te leiden, omdat HR ’s hofs uitspraak zo verstaat dat ook aan verdachte opgelegde schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk is opgelegd. HR merkt op dat kennelijke misslagen als deze zich bij uitstek lenen voor herstel door hof zelf. Het gaat immers om onmiddellijk kenbare fouten die zich voor eenvoudig herstel lenen door rechters die op zaak hebben gezeten overeenkomstig HR:2010:BJ7243 en HR:2012:BW1478. Deze wijze van herstel verdient voorkeur, omdat daardoor op korte termijn en op eenvoudige wijze ondubbelzinnig duidelijkheid komt te bestaan over de voor tenuitvoerlegging vatbare beslissing. Wanneer in zo’n geval zekerheidshalve (naast het doen van verzoek om herstelarrest) ook cassatieberoep is ingesteld, kan dat beroep of betreffend middel worden ingetrokken zodra herstelarrest is gewezen (vgl. HR:2024:859). Volgt (partiële) vernietiging v.zv. uitspraak niet alternatieve vergoedingsplicht bevat en HR verstaat dat hof aan verdachte opgelegde schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk heeft opgelegd. Samenhang met 23/04826, 23/04893, 23/04938 en 23/04940. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/04870 Datum 20 januari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 5 december 2023, nummer 23-002620-19, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Kuijper bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. Namens de [benadeelde] heeft de advocaat C.W. Noorduyn een verweerschrift ingediend. De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend voor zover deze niet een alternatieve vergoedingsplicht bevat, tot bepaling dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen in zoverre de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij doet vervallen, en dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij in zoverre de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen doet vervallen en tot verwerping van het beroep voor het overige. 2 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat het hof geen alternatieve vergoedingsplicht heeft opgenomen in zijn uitspraak. 2.2 Het hof heeft de verdachte onder meer veroordeeld tot betaling van een bedrag van in totaal € 3.148.734,60 aan de in bijlage IA bij de uitspraak genoemde benadeelde partijen. Daarnaast heeft het hof, onder aanhaling van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, aan de verdachte de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van in totaal € 3.148.734,60 ten behoeve van deze benadeelde partijen. 2.3 Het hof heeft in zijn uitspraak ten onrechte niet vermeld dat de toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel steeds een alternatieve vergoedingsplicht meebrengt, in die zin dat de verdachte is gekweten van zijn plicht tot schadeloosstelling van een benadeelde partij als en voor zover hij heeft voldaan aan zijn verplichting tot vergoeding van de schade die door die benadeelde partij is geleden. Op die manier wordt voorkomen dat de veroordeelde op grond van één rechterlijke uitspraak gedwongen wordt om dezelfde schade tweemaal te vergoeden. 2.4 Het cassatiemiddel is in zoverre terecht voorgesteld. De Hoge Raad zal doen wat het hof had moeten doen. 2.5 Het cassatiemiddel klaagt verder onder meer dat het hof bij de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel niet in het dictum heeft vermeld dat sprake is van hoofdelijkheid. 2.6 De uitspraak van het hof houdt over de vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel onder meer in: “Vorderingen van de benadeelde partijen (...) Voor wat betreft het toegewezen deel van de vorderingen is de verdachte samen met zijn mededaders hoofdelijk tot vergoeding van de schade gehouden. (...) Schadevergoedingsmaatregel (...) Oordeel van het hof Anders dan de raadsman meent, wordt gijzeling niet toegepast als een veroordeelde aannemelijk maakt dat hij niet in staat is te voldoen aan de verplichting tot betaling. Het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel leidt daarom niet zonder meer tot het uitzitten van een vervangende hechtenis. Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed. Het hof neemt als schade in aanmerking de toegewezen bedragen aan de benadeelde partijen, zoals opgenomen in bijlage la bij dit arrest, met een totaalbedrag van € 3.148.734,60. Het hof bepaalt dat ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregelen ten behoeve van de in de bijlage genoemde benadeelde partijen met toepassing van artikel 6:4:20 Sv gijzeling van de aldaar berekende duur kan worden toegepast. (...) BESLISSING Het hof: (...) Vorderingen van de benadeelde partijen Wijst toe de vorderingen tot schadevergoeding van de in bijlage la bij dit arrest opgenomen benadeelde partijen tot de bedragen als genoemd in die bijlage (onder het kopje “toegewezen bedrag”), waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de in die bijlage opgenomen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening. (...) Schadevergoedingsmaatregel Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de slachtoffers zoals vermeld in bijlage Ia en tot de bedragen als genoemd in die bijlage (onder het kopje “toegewezen bedrag”), ter zake van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 3.148.734,60 (drie miljoen honderdachtenveertigduizend zevenhonderdvierendertig euro en zestig eurocent) vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:77 text/xml public 2026-02-27T10:04:22 2026-01-20 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-01-20 23/04870 Uitspraak Cassatie NL Strafrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2023:3641 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1227 Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2026-0021 NJB 2026/251 RvdW 2026/256 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:77 text/html public 2026-01-20T13:09:07 2026-01-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:77 Hoge Raad , 20-01-2026 / 23/04870 Grootschalige beleggingsfraude. Medeplegen oplichting van investeerders, meermalen gepleegd (art. 326.1 Sr) en (medeplegen) witwassen van opbrengsten hiervan (art. 420bis.1.b Sr). Vorderingen benadeelde partijen en oplegging schadevergoedingsmaatregel. 1. Alternatieve vergoedingsplicht. Heeft hof verzuimd in uitspraak op te nemen dat sprake is van alternatieve betalingsverplichting m.b.t. vorderingen b.p. ‘s en schadevergoedingsmaatregel? 2. Hoofdelijkheid bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. Heeft hof bij oplegging van schadevergoedingsmaatregel verzuimd in dictum te vermelden dat sprake is van hoofdelijkheid? Ad 1. Hof heeft verdachte o.m. veroordeeld tot betaling van in totaal € 3.148.734,60 aan b.p. ‘s en schadevergoedingsmaatregel opgelegd van in totaal € 3.148.734,60 ten behoeve van deze b.p. ‘s. Hof heeft in zijn uitspraak ten onrechte niet vermeld dat toewijzing van vorderingen b.p. ‘s en oplegging van schadevergoedingsmaatregel steeds een alternatieve vergoedingsplicht meebrengt, in die zin dat verdachte is gekweten van zijn plicht tot schadeloosstelling van b.p. als en v.zv. hij heeft voldaan aan zijn verplichting tot vergoeding van schade die door die b.p. is geleden. Op die manier wordt voorkomen dat veroordeelde o.g.v. 1 rechterlijke uitspraak gedwongen wordt om dezelfde schade tweemaal te vergoeden. HR zal doen wat hof had moeten doen. Ad 2. Gelet op ’s hofs overwegingen en beslissing over vorderingen b.p.’s heeft hof onmiskenbaar bedoeld ook schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk op te leggen. Verzuim om dit in dictum tot uitdrukking te brengen berust daarom op kennelijke misslag. Tot cassatie hoeft deze misslag echter niet te leiden, omdat HR ’s hofs uitspraak zo verstaat dat ook aan verdachte opgelegde schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk is opgelegd. HR merkt op dat kennelijke misslagen als deze zich bij uitstek lenen voor herstel door hof zelf. Het gaat immers om onmiddellijk kenbare fouten die zich voor eenvoudig herstel lenen door rechters die op zaak hebben gezeten overeenkomstig HR:2010:BJ7243 en HR:2012:BW1478. Deze wijze van herstel verdient voorkeur, omdat daardoor op korte termijn en op eenvoudige wijze ondubbelzinnig duidelijkheid komt te bestaan over de voor tenuitvoerlegging vatbare beslissing. Wanneer in zo’n geval zekerheidshalve (naast het doen van verzoek om herstelarrest) ook cassatieberoep is ingesteld, kan dat beroep of betreffend middel worden ingetrokken zodra herstelarrest is gewezen (vgl. HR:2024:859). Volgt (partiële) vernietiging v.zv. uitspraak niet alternatieve vergoedingsplicht bevat en HR verstaat dat hof aan verdachte opgelegde schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk heeft opgelegd. Samenhang met 23/04826, 23/04893, 23/04938 en 23/04940. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/04870 Datum 20 januari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 5 december 2023, nummer 23-002620-19, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Kuijper bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. Namens de [benadeelde] heeft de advocaat C.W. Noorduyn een verweerschrift ingediend. De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend voor zover deze niet een alternatieve vergoedingsplicht bevat, tot bepaling dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen in zoverre de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij doet vervallen, en dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij in zoverre de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen doet vervallen en tot verwerping van het beroep voor het overige. 2 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat het hof geen alternatieve vergoedingsplicht heeft opgenomen in zijn uitspraak. 2.2 Het hof heeft de verdachte onder meer veroordeeld tot betaling van een bedrag van in totaal € 3.148.734,60 aan de in bijlage IA bij de uitspraak genoemde benadeelde partijen. Daarnaast heeft het hof, onder aanhaling van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, aan de verdachte de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van in totaal € 3.148.734,60 ten behoeve van deze benadeelde partijen. 2.3 Het hof heeft in zijn uitspraak ten onrechte niet vermeld dat de toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel steeds een alternatieve vergoedingsplicht meebrengt, in die zin dat de verdachte is gekweten van zijn plicht tot schadeloosstelling van een benadeelde partij als en voor zover hij heeft voldaan aan zijn verplichting tot vergoeding van de schade die door die benadeelde partij is geleden. Op die manier wordt voorkomen dat de veroordeelde op grond van één rechterlijke uitspraak gedwongen wordt om dezelfde schade tweemaal te vergoeden. 2.4 Het cassatiemiddel is in zoverre terecht voorgesteld. De Hoge Raad zal doen wat het hof had moeten doen. 2.5 Het cassatiemiddel klaagt verder onder meer dat het hof bij de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel niet in het dictum heeft vermeld dat sprake is van hoofdelijkheid. 2.6 De uitspraak van het hof houdt over de vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel onder meer in: “Vorderingen van de benadeelde partijen (...) Voor wat betreft het toegewezen deel van de vorderingen is de verdachte samen met zijn mededaders hoofdelijk tot vergoeding van de schade gehouden. (...) Schadevergoedingsmaatregel (...) Oordeel van het hof Anders dan de raadsman meent, wordt gijzeling niet toegepast als een veroordeelde aannemelijk maakt dat hij niet in staat is te voldoen aan de verplichting tot betaling. Het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel leidt daarom niet zonder meer tot het uitzitten van een vervangende hechtenis. Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed. Het hof neemt als schade in aanmerking de toegewezen bedragen aan de benadeelde partijen, zoals opgenomen in bijlage la bij dit arrest, met een totaalbedrag van € 3.148.734,60. Het hof bepaalt dat ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregelen ten behoeve van de in de bijlage genoemde benadeelde partijen met toepassing van artikel 6:4:20 Sv gijzeling van de aldaar berekende duur kan worden toegepast. (...) BESLISSING Het hof: (...) Vorderingen van de benadeelde partijen Wijst toe de vorderingen tot schadevergoeding van de in bijlage la bij dit arrest opgenomen benadeelde partijen tot de bedragen als genoemd in die bijlage (onder het kopje “toegewezen bedrag”), waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de in die bijlage opgenomen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening. (...) Schadevergoedingsmaatregel Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de slachtoffers zoals vermeld in bijlage Ia en tot de bedragen als genoemd in die bijlage (onder het kopje “toegewezen bedrag”), ter zake van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 3.148.734,60 (drie miljoen honderdachtenveertigduizend zevenhonderdvierendertig euro en zestig eurocent) vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.