Rechtspraak
Hoge Raad
2026-05-19
ECLI:NL:HR:2026:763
Strafrecht
Artikel 81 RO-zaken
1,341 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:763 text/xml public 2026-05-19T12:45:24 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-05-19 25/01195 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie Beschikking NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:361 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:763 text/html public 2026-05-18T16:46:37 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:763 Hoge Raad , 19-05-2026 / 25/01195 Beklag ex art. 552a Sv door klager (werkzaam bij kinderrechtenorganisatie in Engeland) tegen beslag ex art. 94 Sv op gegevensdragers onder klager i.v.m. verdenking tegen klager van huiselijk geweld. Proportionaliteit en subsidiariteit van voortzetting van beslag. Heeft Rb (in het licht van stelling van klager dat OM al beschikt over gezochte informatie omdat telefoon van aangeefster is veiliggesteld en dat beslag de klager schade berokkent en afschrikwekkend effect heeft op samenwerking i.h.k.v. internationale bescherming van kinderrechten) voldoende blijk gegeven van onderzoek naar vraag of voortzetting van beslag in overeenstemming is met eisen van proportionaliteit en subsidiariteit en is oordeel Rb toereikend gemotiveerd? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 25/01196 Bv. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/01195 B Datum 19 mei 2026 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 31 maart 2025, nummer RK 24/019602, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klager] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979, hierna: de klager. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben de advocaten J.J.J. Zwaan en J.W.D. Roozemond bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 mei 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:763 text/xml public 2026-05-19T12:45:24 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-05-19 25/01195 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie Beschikking NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:361 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:763 text/html public 2026-05-18T16:46:37 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:763 Hoge Raad , 19-05-2026 / 25/01195 Beklag ex art. 552a Sv door klager (werkzaam bij kinderrechtenorganisatie in Engeland) tegen beslag ex art. 94 Sv op gegevensdragers onder klager i.v.m. verdenking tegen klager van huiselijk geweld. Proportionaliteit en subsidiariteit van voortzetting van beslag. Heeft Rb (in het licht van stelling van klager dat OM al beschikt over gezochte informatie omdat telefoon van aangeefster is veiliggesteld en dat beslag de klager schade berokkent en afschrikwekkend effect heeft op samenwerking i.h.k.v. internationale bescherming van kinderrechten) voldoende blijk gegeven van onderzoek naar vraag of voortzetting van beslag in overeenstemming is met eisen van proportionaliteit en subsidiariteit en is oordeel Rb toereikend gemotiveerd? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 25/01196 Bv. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/01195 B Datum 19 mei 2026 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 31 maart 2025, nummer RK 24/019602, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klager] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979, hierna: de klager. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben de advocaten J.J.J. Zwaan en J.W.D. Roozemond bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 mei 2026 .